07/07/2026
De mooiste rimpeling
Heb je ooit dat moment beleefd waarop je overvallen werd door een schaterlach en rap daarna de confronterende gedachte had: hey, dít heb ik lang niet ervaren!
Welnu, weet op zo'n moment de juiste draai aan de gedachte te geven. Feliciteer jezelf: je bent je zojuist bewust geworden van één van de mooiste parels van in leven zijn. De lach. Gul, zoet-kritisch, woordeloos wijs.
Laten we een ode aan de lach zingen. Let wel: de lach die goed doet, niet de lach waarmee we ons aan andermans leed tegoed doen.
Met de voorlaatste lach kunnen we de levenskunst die we met de jaren verstaan in een handomdraai verzegelen. Je trakteert jezelf ongecensureerd op een verzoening met alom vertegenwoordigde bizarriteit.
We lachen letterlijk het leven toe, veelal via de ander, met wie je in de glimlach symmetrie vindt. In de lach treffen we wijsheden die weliswaar ook in woorden te beredeneren zijn, maar in woorden nooit de genereuze energie en de fysieke geboortestempel treffen als in de losgelaten lach.
Ga maar, lach, de wijde wereld in, en rimpel de ander blijmoedig!
De lach is een beklinking van herwonnen, gedeelde vrijheid. Van herkenbaar, door ijdele trots ingenomen levensterrein. Van een overstegen tegenstelling. Een op de letter letterlijke opvatting van taal, waarin we de vergezochte symboliek en het bedoelde toeval herkennen en de menseigen, hopeloos falende poging tot grip. En van een niet te ontrafelen veelheid aan mogelijke interpretaties en de stuntelkunstige neiging hier vereenzamend in verstrikt te raken, ons blindstarend op een vermeende, absolute duiding.
De lach is er één die je ongedwongen dwingt andermaal en met verwondering naar dierbaren te kijken, de mensen die zó vaak nabij zijn dat je maar al te gemakkelijk voorbij hun bestaan zou turen, maar die je nu, aan de hand van je lach, opnieuw een getekend gezicht, nadrukkelijke eigenheid en mysterieuze, lonkende begrenzing toekent.
De lach is samengebalde intelligentie, een ontschoten intentie, een fenomenologisch bewijs voor intuïtie, manke etiquette en een denken van hogere orde, wat geen hogere orde meer voor mogelijk houdt.
Lachen is een ritueel dat alle onderlinge vormen van anders zijn tijdelijk opheft tot een gevoel van twee-éénheid, een gevoel dat je met kosmologische potentie bewustmaakt van je vitale presentie in het leven, nú, ver voorbij zwevend aan schokkend, kleinzerig zelfbewustzijn.
Kijk ons nu, hier, onwetend en zeker in het leven zijn.
Met de lach dichten we zorgen poëtisch toe aan een onmiskenbaar lot, wuiven we denkruis nonchalant weg als ludieke lariekoek en herinneren we ons hoe zinvol en zelfs levenslustig te lijden.
En hoewel er vormen van lachen zijn die het inleven verplatten tot het kwijtschelden van eigen kwetsbaarheid, is het in de meerlagige, rimpelende levensglimlach dat we het werkelijke vertrouwen van een ander in jouw onvoorspelbare proces herkennen. Zelfs in de potsierlijke onhebbelijkheden die we verbloemen, zelfs in dat we onszelf de fouten gunnen die we móéten maken, zelfs in dat we desondanks tegenslag al ons bezit, of liever nog onze gehele aandacht op het leven inzetten.
Dus is het de lach die we met een nazucht liefkozen. We gaan er gewoon weer voor en verzinnebeelden een overtuiging. Luchtig, de lach niet tot verlamming analyserend, erop vertrouwend dat we soms begrijpen zonder uit(-één) te leggen, een curieuze orde in de wereld blootleggend die al het denken ineens belachelijk overbodig maakt en in de onbezonnen toonzetting de wijsgerige erkent. Lachen, omdat we in ieders persona de karikatuur van onze eigen schaduwkanten herkennen.
We loven speels met een ernstige ondertoon zelfs de lach die stikjaloers maakt, die per ommegaande de angst inboezemt dat de lach die met geliefden gedeeld wordt, de lach is die een vervreemdende ander besnuffelend treft. Om juist dan de lachende ondertoon te herinneren, dat elke lach er één is die zich als liefde zal vermenigvuldigen en telkens andermans gezicht zal verfomfaaien, een koestering van duizenden helende momenten van verbinding. De lach ontgrendelt de poorten van andermans binnenwereld, of sluit ze liefkozend met een zachte grinnik.
Lachen, omdat we in een ruzie immer de karakterologische weeffouten in andermans persoonlijkheid spotten en onze sneren en onze wandaden aan de pietluttige details van de omstandigheden toeschrijven.
Zó dienen we de lach. Met de benen breeduit over de sofa gestrekt, zelfredzaam stil in de hoek, vanuit de observatie dat mens zijn een magische stunteling is die we ternauwernood in alle niet-menselijke vormen optekenen. Zo lachen we erom hoe vaak we ons verontrustend ánders, zelfs superieur wanen dan de ons omvattende natuur. Wat een onzin, lachwek jezelf wakker en aanschouw de natuur die we zijn, de intelligentie die al het niet-menselijke toont!
We prediken stellig dat we de menselijke factor dienen te eren in wat we doen, in de plannen die we smeden, in de filosofie waarnaar we menen te leven. Prima, het is precies de lach die ons ervan overtuigt dat het menselijke ook in levensritmes en -vormen van andere organismen herkenbaar is, ons hallucinogeen bewustmakend van dat we onze keuzes op deze bredere ecologie dienen af te stemmen. De lach om het gezicht van de kat die verdacht veel op die van een mens lijkt, het is een kleine triptraktatie op de veranderkunst die we natuur noemen. De lach, ook een herinnering aan de menselijke neiging zichzelf in het centrum van de belangstelling te plaatsen, eventjes en hilarisch voorbijgaand aan de onbenulligheid die ons gezicht met te hoog opgetrokken wenkbrauwen siert.
Met de lach herkennen we dat – hoe rijkelijk de verbeelding ook – we nooit het vloeiende van het leven zullen vatten in woord of daad, en dat angstbeelden dus geen realiteitszin kennen, of alleen als we hem, de angst, belachelijk serieus nemen.
Met de lach herkennen we dat we ons allemaal een wereld kunnen inbeelden en daarop de klungeligheid van het bestaan projecteren. We ervaren een hilarische déjà vu, een geestig kinderlijk plot, een sentimentele dialoog en foute smalltalk. Met het gelijkgolvende lachsalvo menen we zelfs in onze beeldrijke binnenwereld kortstondig hetzelfde te visualiseren, als regisseurs van elkaars voorstelling. Dat kán niet en is dus razend grappig.
Ook is het de lach die alarm slaat; de lach roept een halt toe, zet een voortgaande bewustzijnsstroom stil en maant ons denken om wat vloeiend is als stokkend te duiden. Onbehept, mechanisch; de mens die zich bewust wordt om leerling van het leven te zijn.
In de lach weten we dat we de hele wereld en ons verwoede begrip daarvan net zo simpel omgekeerd kunnen denken. Dat wat hier hoog is, aan de andere kant van de wereld laag is en dat wat voor jou feitelijk waar is, voor mij een verdrongen fantasie is.
En wat terminaal serieus en angstwekkend luchtig leek, bleek onbevattelijk complex of, juist, klinkklaar klungelig, de eenvoud zelve.
De lach is ook een verstild of gênant luid verbond. Zoals de lach sociale schakels smeedt, is het de levenskunst zelve om anderen niet al te veel te vervreemden via de zelfbevestigende, anderen beschamende lach. Dat wat vreemd is lachen we dan vreemder en dat wat ons lief is lachen we ons hebzuchtig toe, tot het tot piepende ademnood lijdt. We lachen soms uit superioriteit, een niet te adoreren lach. Soms lachen we omdat we slimzinnig de tegengesteldheid in eigen of andermans redeneringen vatten en soms omdat het een vergezochte opluchting van ingedikte emoties biedt; zo'n ontzenuwende lach schenkt verweesde emoties een habitat.
Met de lach openen en dichten we ons contact idealiter, badderen we in het stromende bestaan en laten we verkrampt vastgehouden essenties los, oplossend in de veelvormigheid die we vooraleer ongevormd zijn. In de lach ontdoen we ons van knellende stereotypering. We spelen een rol; meer spel is er niet aan. Wie de goede lach gul doorleeft, lacht ook hardop in zichzelf om de innerlijke kakofonie, hét keurmerk van een gezonde geest.
Ten slotte brengt de lach een lang verlangde catharsis, de gemoedelijk makende afstand tot het leed dat ons zojuist trof en tot de kleinmenselijke neiging in de tragedie meegesleept te worden door de gretige wil tot identificatie. De lach die eerlijk ontspant is evengoed een hervatting van levenswil, rustend in het besef van invloed, een ontzenuwde controle.
Lách, wij zijn natuur! Ja, echt, heus, het is lachwekkend waar! Deze lach is de muze van het leven, diens spirituele waarde onvervangbaar. beaam zijn bestaan bulderend of met een minzaam opgetrokken mondhoek.
Deze lach is de mooiste rimpeling, het meest schone ontplooien van je ouder wordende gezicht, een aquarel van verinnerlijkte levenservaring, de weerspiegeling van andermans veerkracht op jouw gezicht geschilderd.
Uit: Intens Mens
Zie: https://www.alotofcomplexity.nl/boek
Foto: Karlijn Goossens, https://benphotography.online/