28/06/2026
Wanneer zijn ouders een entertainmentbureau geworden? 🤔😅
"Ik verveel me."😒
Een zin die veel ouders direct in actie laat komen. We bedenken een spel, organiseren een activiteit of plannen een uitje. Maar wanneer zijn we eigenlijk gaan geloven dat het onze taak is om onze kinderen voortdurend te vermaken?
Historisch gezien is dat namelijk vrij nieuw.
Tot ver in de negentiende eeuw groeiden kinderen op in de wereld van volwassenen. Ouders werkten, kinderen speelden vooral met andere kinderen en leerden zichzelf bezig te houden. Niet omdat ouders ongeïnteresseerd waren, maar omdat niemand verwachtte dat zij continu beschikbaar waren voor vermaak.
Na de industrialisatie veranderde dat. Kinderen gingen naar school, kinderarbeid verdween en er kwam meer aandacht voor hun ontwikkeling. Na de Tweede Wereldoorlog werden gezinnen kleiner, de welvaart groter en kregen kinderen een steeds centralere plek binnen het gezin.
Vanaf de jaren tachtig ontstond wat sociologen intensief ouderschap noemen: het idee dat goede ouders voortdurend betrokken, stimulerend en actief aanwezig moeten zijn in het leven van hun kinderen.
Maar hier zit een opvallende paradox.
Juist ontwikkelingspsychologen benadrukken dat kinderen zelfstandigheid, creativiteit en probleemoplossend vermogen ontwikkelen wanneer ze ruimte krijgen om zelf iets te bedenken.
Verveling is niet altijd een probleem; vaak is het het begin van fantasie en initiatief.
Misschien is de vraag daarom niet of wij genoeg doen voor onze kinderen.
Misschien is de vraag of wij hen nog genoeg kansen geven om zelf iets te doen.
Want onze taak als ouders is niet om elk leeg moment op te vullen. Onze taak is om kinderen groot te brengen die uiteindelijk zonder ons kunnen.
En soms begint dat met een antwoord dat tegenwoordig bijna revolutionair klinkt:
"Ik geloof best dat je je verveelt."
"Ik ben benieuwd wat je zelf gaat bedenken." 🥰
Rebecca de Jong
Praktijk Eigen Spoor
27/05/2026
Ik wil dood!"
Wanneer een kind zo'n uitspraak doet, worden al onze zenuwuiteinden geraakt. De alarmbellen gaan af en we schieten direct in de actiestand.
En begrijp me niet verkeerd: een uitspraak als deze moet altijd serieus genomen worden. Het is een signaal. Een boodschap.
Maar serieus nemen betekent niet automatisch dat we in paniek hoeven raken.
In de jaren dat ik als kindercoach werk, heb ik regelmatig ouders gesproken die zich grote zorgen maken wanneer hun kind zegt: "Ik wil dood", "Ik wou dat ik er niet meer was" of "Ik ben nog liever dood." Zulke uitspraken worden al snel gekoppeld aan suïcidaliteit. Maar is dat altijd terecht?
Bij kinderen rond de 9 jaar zie je vaak een belangrijke ontwikkeling plaatsvinden. De fantasiewereld maakt steeds meer plaats voor logisch denken. Kinderen worden zich bewuster van zichzelf, van anderen en van de wereld om hen heen. Tegelijkertijd ervaren ze emoties vaak intenser en dieper dan voorheen.
Voor een kind dat nog volop leert omgaan met die grote gevoelens, kan verdriet, boosheid, schaamte of teleurstelling soms zó overweldigend zijn dat er woorden uitkomen die ons als volwassenen laten schrikken.
En juist daar wordt de boodschap achter de boodschap interessant.
Want vaak zegt een kind niet letterlijk: "Ik wil niet meer leven."
Vaak zegt een kind eigenlijk:
👉 "Ik weet niet hoe ik met dit gevoel moet omgaan."
👉 "Het doet zo'n pijn vanbinnen."
👉 "Ik voel me niet begrepen."
👉 "Ik wil dat dit stopt."
👉 "Ik weet niet meer wat ik moet doen."
Het kind wil niet per se dood. Het wil af van wat het op dat moment voelt.
Wanneer wij als volwassenen direct schrikken, gaan overtuigen of oplossingen aandragen, missen we soms de kans om echt te luisteren naar wat er onder de uitspraak ligt.
In plaats van direct te reageren met: "Dat moet je niet zeggen!" of "Dat meen je toch niet?", kunnen we nieuwsgierig worden.
"Wat maakt dat je dat nu zegt?"
"Vertel eens, hoe voelt het voor jou?"
"Wat is er gebeurd?"
Niet om de uitspraak kleiner te maken, maar juist om ruimte te geven aan wat eronder zit.
Dat betekent overigens niet dat je zulke uitspraken moet bagatelliseren. Blijf alert. Blijf luisteren. En wanneer je je zorgen maakt over de veiligheid van je kind, trek dan altijd aan de bel bij een professional.
Maar laten we niet vergeten dat kinderen ons vaak iets proberen te vertellen in de enige woorden die ze op dat moment tot hun beschikking hebben.
Achter de uitspraak "Ik wil dood" schuilt vaak geen verlangen om te sterven, maar een verlangen om gehoord, begrepen en geholpen te worden.
En precies daar begint de echte verbinding.
Herken je dit bij jouw kind? Of vraag je je af wat er achter bepaald gedrag of uitspraken schuilgaat? Stuur me gerust een bericht. Soms begint verandering met één goed gesprek. 💛
11/05/2026
https://vimeo.com/1074190960/1477b1ac6b
Hele mooie video over co-regulatie.
Co-regulatie | Psycho-educatie | Augeo Foundation
Deze video is onderdeel van onze reeks Psycho-educatie animaties voor ouders. Ze zijn bedoeld om door professionals in te zetten tijdens gesprekken met ouders. Wil je meer weten? Of andere animaties uit deze reeks bekijken? Ga naar: https://www.augeo.nl/nl-nl/psycho-educatie/psycho-educatie-voor-oud...
10/04/2026
🌱 Soms begint ontwikkeling gewoon… aan de keukentafel
Vanmorgen kreeg ik dit bericht.
Mijn dochter was verdiept in een stripverhaal over schimmels, antibiotica en symbiose.
“Dit wil ik in de klas gaan voorlezen,” zei ze.
“Ik wist dit allemaal nog niet. Wist jij dat?”
En eerlijk?
Dan ben ik dus super trots.
Want dit is precies wat ik zo belangrijk vind:
Leerhonger. Nieuwsgierigheid. Zelf willen ontdekken.
Ze kwam daardoor wat later op school.
En ergens wringt dat misschien een beetje, want we leven in een wereld van tijd, schema’s en ‘op tijd moeten zijn’.
Maar het zette mij weer even aan het denken.
Waar gaat school eigenlijk over?
School is niet alleen een plek waar kinderen naartoe gaan zodat wij kunnen werken.
Het is een plek voor ontwikkeling.
Maar… wat als die ontwikkeling allang begonnen is voordat een kind het schoolplein op loopt?
In de ochtend leert een kind al zóveel:
– zelfstandigheid
– verantwoordelijkheid
– plannen en organiseren
– vooruitdenken
– en ja, zelfs dingen als hygiëne en zelfzorg
Hoe vaak nemen wij dat eigenlijk over… omdat het sneller moet?
Vanmorgen had ik een keuze:
Ik had haar kunnen afkappen.
“Nu niet, we moeten gaan.”
Of…
Ik kon aansluiten bij wat er al gaande was.
Bij haar interesse. Haar nieuwsgierigheid. Haar ontwikkeling.
En voor mij is dát waar het om draait.
Niet alleen volgen wat er ‘moet’,
maar ook zien wat er al gebeurt.
🌱 Want ontwikkeling laat zich niet altijd plannen.
Soms dient het zich gewoon aan… op een “ongelukkig” moment.
En misschien zijn dat juist de momenten die er het meest toe doen.
08/04/2026
Alleen hebben ze de datum niet juist😅🫣😬.
20 mei zal de training starten.
25/03/2026
Weet je wat het gekke is aan kinderen?
Het zijn net mensen. 😬🤭
En nog frappanter: ze hebben behoeftes die verdacht veel lijken op die van ons als volwassenen.
Alleen…ze kunnen ze vaak nog niet goed verwoorden.
En daar komen wij om de hoek kijken.
Als ouder ben je soms een beetje een tolk, een speurneus en een puzzelaar tegelijk.
En eerlijk? Ik vind dat misschien wel één van de meest waardevolle (en stiekem ook leuke) kanten van opvoeden.
Want achter gedrag zit altijd een boodschap.
Een jong kind kan vaak niet zeggen:
“Ik voel me overprikkeld”
“Ik ben jaloers”
“Ik voel me afgewezen”
Sterker nog, zelfs basisemoties als boos, bang of verdrietig zijn al ingewikkeld om te herkennen en onder woorden te brengen.
Laat staan gevoelens als frustratie, walging, irritatie, onrust of spanning.
En laten we eerlijk zijn…hoe makkelijk vinden wij als volwassenen dat eigenlijk zelf?
Gevoelens uitspreken vraagt kwetsbaarheid.
Dus hoe logisch is het dat kinderen daar nog in mogen groeien.
Juist daarom is het zó waardevol om kinderen te helpen bij het herkennen en benoemen van gevoelens.
Woorden geven aan wat er vanbinnen speelt, kan al voor zoveel opluchting zorgen…
dat gedrag soms vanzelf afneemt.
“Maak van je hart geen moordkuil” is niet voor niets een bekende uitspraak.
Wanneer je als ouder leert kijken naar wat er onder het gedrag zit, ga je vaak ook de behoefte zien.
En daar gebeurt iets moois.
🔍 Een paar voorbeelden:
– Een kind dat boos uitvalt → kan behoefte hebben aan rust, duidelijkheid of gehoord worden
– Een kind dat zich terugtrekt → kan zich overweldigd of onzeker voelen
– Een kind dat druk is → kan spanning kwijt moeten of behoefte hebben aan beweging
– Een kind dat “lastig” doet na school → is vaak gewoon overprikkeld
Het vraagt soms echt wat denkwerk.
Maar als je een beetje van puzzelen houdt… dan kun je hier je hart ophalen 😉
En het mooie is: hoe beter je de behoeftes van je kind leert zien,
hoe beter je kunt aansluiten.
En dát is waar kinderen zich gezien en begrepen gaan voelen.
🌱 En daar begint zoveel ontwikkeling.
23/03/2026
😅 Waarom pubers stinken (en waarom dat misschien maar goed is ook)
Er komt een moment dat je bij jouw kind de kamer binnenloopt en je denkt: Zo… wat ruik ik hier? 😳
Pubers en geur. Het is een ding.
Waar ze vroeger nog naar babyshampoo en zon roken, hangt er nu ineens een mix van zweet, deo (te veel of juist niet), sportkleding en… tja… puberleven.
Maar wat als dit eigenlijk ergens heel functioneel is?
Want laten we eerlijk zijn als je puber nog steeds heerlijk zou ruiken zoals vroeger zou loslaten misschien een stuk moeilijker worden 😉.
Die geur (hoe onaangenaam soms ook) helpt ons misschien wel een klein beetje om afstand te nemen, minder te “knuffelen” en onze rol langzaam te laten verschuiven.
Van zorgen en dichtbij naar begeleiden en loslaten.
En ondertussen zijn zij druk bezig met hun eigen lijf ontdekken, hun eigen identiteit vormen en loskomen van ons als ouder.
Misschien hoort die geur daar gewoon een beetje bij 😄
Dus de volgende keer dat je denkt:
Ga alsjeblieft douchen!…mag je ook heel even denken: Ah ja, dit is ontwikkeling in actie. 🤣🤭
(En daarna kun je nog steeds zeggen dat ze moeten douchen natuurlijk 😉)
20/03/2026
Mijn kinderen zijn niet mijn hele wereld🫣
Het voelt ergens spannend om dit hardop te zeggen, zeker als kinder- en gezinscoach…
Maar het is wel mijn waarheid.
Mijn kinderen zijn niet mijn hele wereld.
Begrijp me niet verkeerd: ik hou intens veel van ze. Ze raken me op een laag die niemand anders raakt. Ze zijn mijn achilleshiel.
Toen mijn zoon op zijn 9e een burn-out kreeg, was er geen enkele twijfel. Ik heb mijn praktijk stilgelegd om er volledig voor hem te kunnen zijn. Omdat dat is wat nodig was. Omdat hij dat nodig had.
En tegelijk..…vind ik ouderschap ook het allermoeilijkste wat er is.
Het meest vermoeiende.
Het meest confronterende.
Het meest emotionele.
Ik bewonder ouders die zeggen dat hun kinderen hun hele wereld zijn. Die het ouderschap het allermooiste vinden dat er bestaat. Ik voel dat niet zo.
Voor mij is het: prachtig én zwaar.
Liefdevol én intens. Vervullend én uitputtend.
En misschien nog wel het meest kwetsbare om te zeggen:
Ik hou in de eerste plaats van mezelf. Daarna van mijn kinderen.
Niet omdat zij minder belangrijk zijn. Maar omdat ik geloof dat ik alleen een aanwezige, liefdevolle moeder kan zijn als ik mezelf niet verlies.
In mijn werk zie ik hoe belangrijk het is dat kinderen ouders hebben die:
– er écht zijn
– maar ook een eigen basis hebben
– hun eigen grenzen kennen
Kinderen hebben geen perfecte ouders nodig. Geen ouders die zichzelf volledig wegcijferen.
Ze hebben ouders nodig die echt zijn.
Die voelen.
Die eerlijk zijn.
Die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen binnenwereld.
Soms hoor ik ouders zeggen dat ze de beste vriend van hun kind zijn. En ergens schuurt dat bij mij.
Want een kind heeft in de eerste plaats een ouder nodig.
Iemand die draagt, begrenst en richting geeft.
Niet iemand die op dezelfde plek staat.
Misschien is dit geen populaire mening. Misschien roept dit zelfs iets op.
Maar ik geloof dat we ouders meer mogen laten voelen dat:
- liefde niet betekent dat je jezelf moet verliezen
- dat meerdere waarheden naast elkaar mogen bestaan
- en dat mixed feelings óók onderdeel zijn van goed ouderschap.
Voor mij zit daar juist echtheid.
En misschien ook wel veerkracht.
Liefs,
Rebecca
Praktijk Eigen Spoor
18/03/2026
Over walging, afkeer… en eerlijkheid tussen kinderen
Deze zinnen komen ons allemaal bekend voor:
“Maar dat is niet lief om te zeggen…”
“Je moet wel samen spelen.”
"Laat hem gewoon meespelen, niet zo flauw doen.”
Maar wat als een kind iets anders voelt?
Wat als er walging of afkeer is naar een ander kind?
Dat zijn emoties waar wij als volwassenen vaak ongemakkelijk van worden. We poetsen ze weg, verzachten ze of corrigeren ze, want we willen dat kinderen lief zijn voor elkaar.
Maar eerlijk is eerlijk…
Wij als volwassenen vinden toch ook niet iedereen aardig?
Sterker nog: stel je voor dat jij zou moeten samenwerken met iemand waarbij je van binnen weerstand of zelfs walging voelt. Wat zou dat met je doen?
Hoe vrij zou je je voelen? Hoe oprecht?
Liefde is niet altijd “lief”.
Maar het is wél eerlijk.
Wanneer we kinderen leren dat ze zulke gevoelens niet mogen hebben, leren we ze eigenlijk om van hun eigen innerlijke signalen af te gaan, terwijl juist daar iets waardevols zit.
Walging en afkeer kunnen kinderen namelijk iets vertellen:
– over hun grenzen
– over wat wel of niet bij hen past
– over veiligheid (of het gebrek daaraan)
Dat betekent niet dat ze onaardig mogen zijn of anderen mogen kwetsen.
Maar wél dat we ze mogen helpen om woorden te geven aan wat er vanbinnen speelt.
💬 “Ik wil nu even niet met je spelen.”
💬 “Ik voel me niet fijn bij jou.”
Dat is iets anders dan afwijzen, pesten of buitensluiten.
Dat is eerlijk zijn én verantwoordelijkheid nemen voor je gevoel.
Wanneer we kinderen hierin begeleiden, leren ze:
✔ hun emoties herkennen
✔ hun grenzen aangeven
✔ respectvol communiceren
En misschien nog wel het belangrijkste: dat álle gevoelens er mogen zijn. Ook de gevoelens die wij als volwassenen lastig vinden.
Want juist daar begint echte veerkracht.
Liefs,
Rebecca
Praktijk Eigen Spoor