Praktijk Eigen Spoor

Praktijk Eigen Spoor

Delen

Begeleiding en training voor gezinnen met (hoog) begaafde en/of (hoog)gevoelige kinderen. Ook begeleid ik scholen en bied ik workshops, trainingen en yoga.

Systemisch en lichaamsgericht, met aandacht voor herstel, zelfregulatie en veerkracht.

10/04/2026

🌱 Soms begint ontwikkeling gewoon… aan de keukentafel

Vanmorgen kreeg ik dit bericht.

Mijn dochter was verdiept in een stripverhaal over schimmels, antibiotica en symbiose.
“Dit wil ik in de klas gaan voorlezen,” zei ze.
“Ik wist dit allemaal nog niet. Wist jij dat?”

En eerlijk?
Dan ben ik dus super trots.

Want dit is precies wat ik zo belangrijk vind:
Leerhonger. Nieuwsgierigheid. Zelf willen ontdekken.

Ze kwam daardoor wat later op school.
En ergens wringt dat misschien een beetje, want we leven in een wereld van tijd, schema’s en ‘op tijd moeten zijn’.

Maar het zette mij weer even aan het denken.

Waar gaat school eigenlijk over?

School is niet alleen een plek waar kinderen naartoe gaan zodat wij kunnen werken.
Het is een plek voor ontwikkeling.

Maar… wat als die ontwikkeling allang begonnen is voordat een kind het schoolplein op loopt?

In de ochtend leert een kind al zóveel:
– zelfstandigheid
– verantwoordelijkheid
– plannen en organiseren
– vooruitdenken
– en ja, zelfs dingen als hygiëne en zelfzorg

Hoe vaak nemen wij dat eigenlijk over… omdat het sneller moet?

Vanmorgen had ik een keuze:
Ik had haar kunnen afkappen.
“Nu niet, we moeten gaan.”

Of…

Ik kon aansluiten bij wat er al gaande was.
Bij haar interesse. Haar nieuwsgierigheid. Haar ontwikkeling.

En voor mij is dát waar het om draait.

Niet alleen volgen wat er ‘moet’,
maar ook zien wat er al gebeurt.

🌱 Want ontwikkeling laat zich niet altijd plannen.
Soms dient het zich gewoon aan… op een “ongelukkig” moment.

En misschien zijn dat juist de momenten die er het meest toe doen.

08/04/2026

Alleen hebben ze de datum niet juist😅🫣😬.
20 mei zal de training starten.

25/03/2026

Weet je wat het gekke is aan kinderen?
Het zijn net mensen. 😬🤭
En nog frappanter: ze hebben behoeftes die verdacht veel lijken op die van ons als volwassenen.

Alleen…ze kunnen ze vaak nog niet goed verwoorden.
En daar komen wij om de hoek kijken.
Als ouder ben je soms een beetje een tolk, een speurneus en een puzzelaar tegelijk.
En eerlijk? Ik vind dat misschien wel één van de meest waardevolle (en stiekem ook leuke) kanten van opvoeden.
Want achter gedrag zit altijd een boodschap.

Een jong kind kan vaak niet zeggen:
“Ik voel me overprikkeld”
“Ik ben jaloers”
“Ik voel me afgewezen”
Sterker nog, zelfs basisemoties als boos, bang of verdrietig zijn al ingewikkeld om te herkennen en onder woorden te brengen.
Laat staan gevoelens als frustratie, walging, irritatie, onrust of spanning.

En laten we eerlijk zijn…hoe makkelijk vinden wij als volwassenen dat eigenlijk zelf?
Gevoelens uitspreken vraagt kwetsbaarheid.
Dus hoe logisch is het dat kinderen daar nog in mogen groeien.

Juist daarom is het zó waardevol om kinderen te helpen bij het herkennen en benoemen van gevoelens.
Woorden geven aan wat er vanbinnen speelt, kan al voor zoveel opluchting zorgen…
dat gedrag soms vanzelf afneemt.
“Maak van je hart geen moordkuil” is niet voor niets een bekende uitspraak.

Wanneer je als ouder leert kijken naar wat er onder het gedrag zit, ga je vaak ook de behoefte zien.
En daar gebeurt iets moois.
🔍 Een paar voorbeelden:
– Een kind dat boos uitvalt → kan behoefte hebben aan rust, duidelijkheid of gehoord worden
– Een kind dat zich terugtrekt → kan zich overweldigd of onzeker voelen
– Een kind dat druk is → kan spanning kwijt moeten of behoefte hebben aan beweging
– Een kind dat “lastig” doet na school → is vaak gewoon overprikkeld

Het vraagt soms echt wat denkwerk.
Maar als je een beetje van puzzelen houdt… dan kun je hier je hart ophalen 😉
En het mooie is: hoe beter je de behoeftes van je kind leert zien,
hoe beter je kunt aansluiten.
En dát is waar kinderen zich gezien en begrepen gaan voelen.
🌱 En daar begint zoveel ontwikkeling.

23/03/2026

😅 Waarom pubers stinken (en waarom dat misschien maar goed is ook)

Er komt een moment dat je bij jouw kind de kamer binnenloopt en je denkt: Zo… wat ruik ik hier? 😳

Pubers en geur. Het is een ding.

Waar ze vroeger nog naar babyshampoo en zon roken, hangt er nu ineens een mix van zweet, deo (te veel of juist niet), sportkleding en… tja… puberleven.

Maar wat als dit eigenlijk ergens heel functioneel is?

Want laten we eerlijk zijn als je puber nog steeds heerlijk zou ruiken zoals vroeger zou loslaten misschien een stuk moeilijker worden 😉.

Die geur (hoe onaangenaam soms ook) helpt ons misschien wel een klein beetje om afstand te nemen, minder te “knuffelen” en onze rol langzaam te laten verschuiven.

Van zorgen en dichtbij naar begeleiden en loslaten.

En ondertussen zijn zij druk bezig met hun eigen lijf ontdekken, hun eigen identiteit vormen en loskomen van ons als ouder.

Misschien hoort die geur daar gewoon een beetje bij 😄

Dus de volgende keer dat je denkt:
Ga alsjeblieft douchen!…mag je ook heel even denken: Ah ja, dit is ontwikkeling in actie. 🤣🤭

(En daarna kun je nog steeds zeggen dat ze moeten douchen natuurlijk 😉)

20/03/2026

Mijn kinderen zijn niet mijn hele wereld🫣

Het voelt ergens spannend om dit hardop te zeggen, zeker als kinder- en gezinscoach…
Maar het is wel mijn waarheid.

Mijn kinderen zijn niet mijn hele wereld.

Begrijp me niet verkeerd: ik hou intens veel van ze. Ze raken me op een laag die niemand anders raakt. Ze zijn mijn achilleshiel.

Toen mijn zoon op zijn 9e een burn-out kreeg, was er geen enkele twijfel. Ik heb mijn praktijk stilgelegd om er volledig voor hem te kunnen zijn. Omdat dat is wat nodig was. Omdat hij dat nodig had.

En tegelijk..…vind ik ouderschap ook het allermoeilijkste wat er is.
Het meest vermoeiende.
Het meest confronterende.
Het meest emotionele.

Ik bewonder ouders die zeggen dat hun kinderen hun hele wereld zijn. Die het ouderschap het allermooiste vinden dat er bestaat. Ik voel dat niet zo.

Voor mij is het: prachtig én zwaar.
Liefdevol én intens. Vervullend én uitputtend.

En misschien nog wel het meest kwetsbare om te zeggen:
Ik hou in de eerste plaats van mezelf. Daarna van mijn kinderen.

Niet omdat zij minder belangrijk zijn. Maar omdat ik geloof dat ik alleen een aanwezige, liefdevolle moeder kan zijn als ik mezelf niet verlies.

In mijn werk zie ik hoe belangrijk het is dat kinderen ouders hebben die:
– er écht zijn
– maar ook een eigen basis hebben
– hun eigen grenzen kennen

Kinderen hebben geen perfecte ouders nodig. Geen ouders die zichzelf volledig wegcijferen.
Ze hebben ouders nodig die echt zijn.

Die voelen.
Die eerlijk zijn.
Die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen binnenwereld.

Soms hoor ik ouders zeggen dat ze de beste vriend van hun kind zijn. En ergens schuurt dat bij mij.
Want een kind heeft in de eerste plaats een ouder nodig.
Iemand die draagt, begrenst en richting geeft.
Niet iemand die op dezelfde plek staat.

Misschien is dit geen populaire mening. Misschien roept dit zelfs iets op.

Maar ik geloof dat we ouders meer mogen laten voelen dat:
- liefde niet betekent dat je jezelf moet verliezen
- dat meerdere waarheden naast elkaar mogen bestaan
- en dat mixed feelings óók onderdeel zijn van goed ouderschap.

Voor mij zit daar juist echtheid.
En misschien ook wel veerkracht.

Liefs,
Rebecca
Praktijk Eigen Spoor

18/03/2026

Over walging, afkeer… en eerlijkheid tussen kinderen

Deze zinnen komen ons allemaal bekend voor:
“Maar dat is niet lief om te zeggen…”
“Je moet wel samen spelen.”
"Laat hem gewoon meespelen, niet zo flauw doen.”

Maar wat als een kind iets anders voelt?
Wat als er walging of afkeer is naar een ander kind?
Dat zijn emoties waar wij als volwassenen vaak ongemakkelijk van worden. We poetsen ze weg, verzachten ze of corrigeren ze, want we willen dat kinderen lief zijn voor elkaar.

Maar eerlijk is eerlijk…
Wij als volwassenen vinden toch ook niet iedereen aardig?
Sterker nog: stel je voor dat jij zou moeten samenwerken met iemand waarbij je van binnen weerstand of zelfs walging voelt. Wat zou dat met je doen?
Hoe vrij zou je je voelen? Hoe oprecht?

Liefde is niet altijd “lief”.
Maar het is wél eerlijk.

Wanneer we kinderen leren dat ze zulke gevoelens niet mogen hebben, leren we ze eigenlijk om van hun eigen innerlijke signalen af te gaan, terwijl juist daar iets waardevols zit.

Walging en afkeer kunnen kinderen namelijk iets vertellen:
– over hun grenzen
– over wat wel of niet bij hen past
– over veiligheid (of het gebrek daaraan)

Dat betekent niet dat ze onaardig mogen zijn of anderen mogen kwetsen.
Maar wél dat we ze mogen helpen om woorden te geven aan wat er vanbinnen speelt.
💬 “Ik wil nu even niet met je spelen.”
💬 “Ik voel me niet fijn bij jou.”
Dat is iets anders dan afwijzen, pesten of buitensluiten.
Dat is eerlijk zijn én verantwoordelijkheid nemen voor je gevoel.

Wanneer we kinderen hierin begeleiden, leren ze:
✔ hun emoties herkennen
✔ hun grenzen aangeven
✔ respectvol communiceren

En misschien nog wel het belangrijkste: dat álle gevoelens er mogen zijn. Ook de gevoelens die wij als volwassenen lastig vinden.
Want juist daar begint echte veerkracht.

Liefs,
Rebecca
Praktijk Eigen Spoor

16/03/2026

Soms hoor ik ouders zeggen: “Mijn kind verveelt zich zo snel.”
En bijna altijd volgt dan de vraag: “Wat kan ik doen om hem of haar bezig te houden?”
Voor veel ouders voelt verveling bijna als iets wat opgelost moet worden. Alsof je als ouder tekortschiet wanneer een kind niets te doen heeft.

Maar verveling is eigenlijk helemaal geen probleem.
Toen mijn eigen kinderen nog wat kleiner waren, las ik het boek: Jagen, verzamelen, opvoeden van Michaeleen Doucleff. Dat boek heeft mijn kijk op opvoeden veranderd.

In veel traditionele culturen worden kinderen niet voortdurend vermaakt. Ze bewegen mee in het dagelijks leven van volwassenen, kijken, doen af en toe mee… en hebben ook momenten waarop er simpelweg niets gebeurt.
En juist daar ontstaat iets waardevols.

Uit ontwikkelingspsychologisch onderzoek weten we dat verveling een belangrijke functie kan hebben. Wanneer er even geen prikkels zijn, gaat het brein zelf op zoek naar stimulatie. In die ‘lege ruimte’ worden hersengebieden actief die te maken hebben met creativiteit, probleemoplossend denken en het vermogen om zelf initiatief te nemen.

Met andere woorden: verveling kan het begin zijn van iets nieuws.
Kinderen leren in zulke momenten:
• zelf iets te bedenken
• hun fantasie te gebruiken
• frustratie te verdragen
• eigen initiatief te nemen
Als volwassenen vullen wij stilte vaak meteen op. Met speelgoed, schermen, activiteiten of uitjes.

Maar kinderen hebben die constante prikkels eigenlijk niet altijd nodig. Sterker nog: soms hebben ze juist het tegenovergestelde nodig.
Een kind dat even voor zich uit staart, is niet per se zielig. Misschien is het aan het nadenken. Misschien droomt het weg. Misschien is het bezig met iets nieuws te bedenken.
En misschien is dat precies de ruimte die een kind nodig heeft om te groeien.

Dus de volgende keer dat een kind zegt: “Ik verveel me.”
Misschien is het antwoord niet meteen een oplossing.
Misschien is het simpelweg:
“Ik ben benieuwd wat je gaat bedenken.”

Soms begint ontwikkeling precies daar waar even niets hoeft.

10/03/2026

De afgelopen tijd heb ik regelmatig geluisterd naar de podcast Sirene voor kinderen van kinderfysio- therapeute Hanneke P**t – van der Windt. En elke keer zet het me weer aan het denken over iets wat in mijn werk zo belangrijk is: de basis van ontwikkeling bij kinderen.

Wat mij raakt in haar verhaal, is hoe sterk zij benadrukt dat beweging en lichaams- ontwikkeling een belangrijke basis vormen voor leren, gedrag en emotioneel welzijn.

Een paar inzichten die mij opnieuw hebben geïnspireerd:
✨ Veel vaardigheden beginnen in het lichaam.
Voordat een kind goed kan stilzitten, concentreren of schrijven, moet het lichaam eerst stevig en goed gecoördineerd kunnen bewegen.

✨ Vrij bewegen en spelen is essentieel.
Kruipen, rollen, klimmen, springen en buiten spelen zijn niet “alleen maar spelen”, maar belangrijke bouwstenen voor de ontwikkeling van het brein.

✨ Lichaamsbewustzijn geeft ook emotionele stevigheid.
Wanneer kinderen hun lichaam goed voelen en reguleren, helpt dat vaak ook bij spanning, emoties en zelfvertrouwen.

In mijn werk als kinder- en gezinscoach en kinderyogadocent zie ik dit vaak terug. Wanneer kinderen meer in contact komen met hun lichaam, via beweging, ontspanning en spel, ontstaat er vaak ook meer rust, vertrouwen en veerkracht.

Voor ouders die nieuwsgierig zijn naar deze manier van kijken naar ontwikkeling kan ik de podcast Sirene voor kinderen zeker aanraden. Het geeft mooie inzichten en zet je soms net even anders aan het denken.

✨ Soms begint groei niet bij harder oefenen, maar bij meer bewegen, spelen en ervaren.

Liefs Rebecca
Praktijk Eigen Spoor

09/03/2026

“Daar heb je die ouder weer…”

Veel ouders herkennen die gedachte wanneer ze opnieuw een gesprek met school aanvragen.
De twijfel of je niet te kritisch bent. Of je niet te vaak aan de bel trekt. Of school misschien al lang ziet wat jij ziet.

Ik praat regelmatig met ouders over school. Over zorgen, verwachtingen, frustraties en hoop. En steeds kom ik weer terug bij hetzelfde fundament: de pedagogische driehoek tussen ouder, kind en school.

In onze eigen thuissituatie hebben we inmiddels heel wat processen in die driehoek meegemaakt. Mijn zoon heeft een lange weg afgelegd: van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs, vervolgens een periode volledig thuis zonder onderwijs, dagbehandeling en uiteindelijk een plek in het voortgezet speciaal onderwijs. Dat was geen rechte lijn, maar een pad vol zoeken, aanpassen en opnieuw beginnen.

Mijn dochter bewandelde ook haar eigen route: begonnen op een basisschool, daarna naar een vrije school en uiteindelijk weer terug naar haar eerste school.

Waar het vroeger vrij ongebruikelijk was om van school te wisselen, lijkt het tegenwoordig bijna normaal. Niet omdat ouders “lastig” zijn, maar omdat we steeds beter begrijpen dat niet elke school bij elk kind past.

Ik zie in mijn omgeving ook ouders die in een vechtsituatie met school belanden. Dat is zelden helpend. De pedagogische driehoek werkt alleen als er samenwerking en communicatie is.

Daarbij helpt het als ouders zichzelf een paar vragen durven stellen:
• Durf ik te reflecteren op mijn eigen rol?
• Trek ik op tijd aan de bel als iets niet goed voelt?
• Verwacht ik dat school alles ziet, of neem ik zelf ook verantwoordelijkheid?

Veel ouders denken: “Ze zullen wel denken dat ik zeur.”
Maar uiteindelijk ben jij degene die jouw kind het beste kent.
Een school heeft namelijk ook grenzen.
Er zijn beperkte middelen, beperkt zicht op wat er thuis speelt en vaak afhankelijkheid van externe partijen. Scholen zullen bijna nooit zelf zeggen: dit kind kan hier niet meer naar school. Niet uit onwil, maar omdat hun opdracht nu eenmaal onderwijs is.

Soms ligt er dus een moeilijke taak bij ouders.
Als je merkt dat schoolgang een te grote belasting wordt voor je kind, bijvoorbeeld bij overbelasting of een dreigende burn-out, dan kan het nodig zijn om zelf die grens te benoemen.
Scholen benadrukken vaak het belang van structuur, onderwijs en contact met leeftijdsgenoten. De vraag is in hoeverre dat terecht is. Soms wordt de draagkracht van een kind overschat. Net zoals bij volwassenen kan bij ernstige overbelasting rust en herstel eerst nodig zijn.

Gelukkig hoeft dit geen strijd te worden. Wanneer ouders en school elkaar blijven zien als partners, niet als tegenstanders, ontstaan er vaak toch oplossingen. Dat vraagt iets van beide kanten: open communicatie, kwetsbaarheid en gelijk- waardigheid.

School staat niet boven ouders.
Maar ouders staan ook niet boven school. We hebben elkaar nodig om te doen wat uiteindelijk het belangrijkste is: het welzijn en de ontwikkeling van het kind centraal stellen.

En misschien wel de belangrijkste les die ik zelf heb geleerd:
De weg van een kind hoeft niet recht te zijn om uiteindelijk de juiste te zijn.

Herken je jezelf in deze zoektocht?
In mijn praktijk begeleid ik ouders en jongeren die vastlopen in het onderwijs of in de samenwerking met school. Soms helpt het al enorm om samen even van een afstand te kijken naar wat er werkelijk speelt.

Praktijk Eigen Spoor

08/03/2026

De afgelopen tijd had mijn dochter het moeilijk op school. Niet omdat ze niet wil leren, integendeel. Ze is nieuwsgierig, leergierig en werkt graag. Maar haar klas ervaart zij as druk. Zo druk dat er veel energie gaat naar orde houden, elkaar corrigeren en proberen stil te krijgen wat eigenlijk niet stil wil worden.

Op een middag vroeg ik haar hoe zij haar klas zou omschrijven.
Ze dacht even na en zei:
“De klas is een stier… en ik ben een hamster.”
Even later kwam er nog een beeld:
“De klas is als onweer, en ik ben de zon.
Onweer beweegt altijd, de zon blijft op één plek.”
Kindertaal, maar wat een waarheid zit daarin.

In die paar zinnen vertelde ze eigenlijk alles: hoe groot en overweldigend de dynamiek voor haar voelt, hoe zij zichzelf klein maakt om te passen en hoe zij probeert stabiel te blijven terwijl er om haar heen veel gebeurt.

Wat mij als moeder raakte, was dit: ze bleek regelmatig degene te zijn die haar vinger opstak om de klas stil te krijgen. Niet omdat het haar taak is, maar omdat ze voelt dat het nodig is. En toen dacht ik:
hoe vaak gebeurt dit eigenlijk?

Dat kinderen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een gevoelig zenuwstelsel zich aanpassen aan een omgeving die eigenlijk te veel van hen vraagt.
Dat ze hun eigen behoefte aan rust of ruimte even parkeren, omdat ze voelen dat het systeem anders niet werkt. Niet omdat ze zwak zijn, maar juist omdat ze zo bewust zijn.

Het mooie was toen ik haar vroeg over het fijnste moment van haar schooldag. Dat is wanneer ze met een klein groepje kinderen mag lezen. Rust. Focus. Samen leren.
Daar zie je meteen wat kinderen vaak nodig hebben: veiligheid, overzicht en ruimte om te groeien op hun eigen tempo.

Als kindercoach en pedagogisch specialist in mentale veerkracht kijk ik natuurlijk met een bepaalde bril. Maar in de eerste plaats ben ik moeder. En als moeder wil je één ding: dat je kind zich gezien voelt en zich kan ontwikkelen zonder zichzelf te verliezen.

Dit verhaal gaat daarom niet alleen over mijn dochter.
Het gaat over veel kinderen die ik in mijn praktijk ontmoet.
Kinderen die:
– gevoelig zijn voor prikkels
– veel verantwoordelijkheid voelen
– zich aanpassen aan de groep
– en soms vergeten dat hun eigen behoeften er ook mogen zijn

Daarom geloof ik zo in het versterken van mentale veerkracht bij kinderen. Niet door ze harder te maken, maar door ze te helpen voelen:
Wat gebeurt er in mij?
Wat heb ik nodig?
Hoe kan ik trouw blijven aan mezelf, ook in een drukke wereld?

En soms begint dat met iets heel eenvoudigs: een kind dat na een vraag over hoe je de klas zou omschrijven als de klas een weersbericht is, zegt: “De klas is onweer… en ik ben de zon.”

Misschien is onze taak als volwassenen dan niet om de zon te veranderen. Maar om te kijken hoe we wat meer ruimte kunnen maken voor haar licht. 🌞

Wilt u dat uw bedrijf hét hoogst genoteerde Sportschool in Hengelo wordt?

Klik hier om uitgelicht te worden.

Plaats

Type

Telefoon

Adres

Hengelo
7557HW