De Wereld Morgen

De Wereld Morgen

Delen

Onafhankelijke kritische journalistiek | Onbeschaamd geëngageerd | geen paywall www.dewereldmorgen.be DeWereldMorgen.be is van u.

Mensen die zich zorgen maken over mensenrechten, sociale rechtvaardigheid of het milieu, moeten begrijpen dat ze uiteindelijk niets kunnen veranderen zolang ze de media niet veranderen - Robert McChesney


Online nieuws dat er toe doet. Wars van elke commerciële logica: geen aandeelhouders, managers of mediamagnaten. Bouw mee aan DeWereldMorgen.be: http://www.dewereldmorgen.be/info/doe-mee

Steun DeWereldMorgen.be: http://www.dewereldmorgen.be/info/steun

Photos from De Wereld Morgen's post 05/06/2026

Vele mensen die werken in de social profit-sector zijn gister massaal op straat gekomen met één duidelijke oproep aan zowel de Vlaamse als de federale regering: onderhandel zo snel mogelijk een sociaal akkoord, met kwalitatieve maatregelen én substantiële investeringen om de werksituatie in alle socialprofitsectoren te verbeteren.

Bijna 1,5 jaar na de aanstelling van de federale regering en twee jaar na de aanstelling van de Vlaamse regering werd volgens de socialistische vakbond BBTK nog geen stap vooruit gezet. “Het geduld van de werknemers is stilaan op”, klinkt het.

ACV Puls Vakbond voerde mee actie tegen het uitblijven van structurele investeringen in het personeel van zorg, welzijn, cultuur en sociaal economie. "In de begroting die de regering deze zomer opmaakt voor 2027 moet voldoende en gegarandeerd budget voorzien zijn voor meer personeel en betere loon-en arbeidsvoorwaarden."

"Twee jaar na een duidelijke belofte van de Vlaamse regering is er nog steeds geen investeringsbudget, geen kalender en geen beslissing om te starten met onderhandelen." Voor ACV Puls is het duidelijk: de Vlaamse regering laat de sector in de steek op een moment dat de noden groter zijn dan ooit.

05/06/2026

“In onze school komt het plafond letterlijk naar beneden, is er geen chauffage in mijn lokaal.”

“Wij gaan meer moeten werken, ons pensioen wordt afgepakt.”

Dat is wat we horen van leraren en leerlingen van het Franstalig onderwijs die gister op straat kwamen tegen de nieuwe onderwijshervormingen die op tafel liggen.

“Op school is het nu al een puinhoop”, klinkt het.

🚨Meer van onze kritische journalistiek? Steun ons -> Link in bio

De wapenindustrie en overheid zijn te nauw verweven en dat is een gevaar voor de democratie 05/06/2026

"De banden tussen de wapenindustrie en de overheid zijn te nauw en dat brengt de democratie in gevaar." Dat verdedigde Peter Mertens in een radio-interview in 'De Ochtend' op Radio 1 naar aanleiding van zijn nieuwe boek 'De laatste dagen van het oude normaal'. VRT Nieuws vroeg twee professoren internationale politiek te reageren op vijf stellingen uit dat gesprek. Een mooie gelegenheid om dit belangrijke debat verder te zetten.

---

Wanneer een academicus in een interview voor de openbare omroep toegeeft dat de verwevenheid tussen grote militaire bedrijven en de staat een gevaar vormt voor de democratie, en er meteen aan toevoegt dat dit academisch bewezen is, dan weet je dat er scheuren zitten in het officiële verhaal dat dit debat al te lang probeert af te schermen. Professor Fabienne Bossuyt deed dat in een interview op VRT Nieuws, nadat de redactie haar vroeg te reageren op stellingen die ik verdedig in mijn nieuwe boek De laatste dagen van het oude normaal.

Onder druk?

Niet iedereen is bereid die conclusie te trekken. Collega-professor Tim Haesebrouck reageerde dat "onze politici niet onder druk staan van de wapenindustrie". Niet onder druk? Dat is toch wel moeilijk vol te houden.

Onderzoeksjournalist Andrew Feinstein - auteur van The Shadow World, een diepgravend onderzoek naar de internationale wapenhandel - herinnerde er onlangs aan dat die wapenhandel verantwoordelijk is voor veertig procent van alle corruptie wereldwijd. Volgens het Amerikaanse ministerie van Financiën is dat zelfs een onderschatting: zij linken meer dan de helft van de wereldwijde corruptie aan de defensie-industrie.

Die verwevenheid is geen abstract concept. Ze krijgt een gezicht in tastbare netwerken, vriendschappen en politieke keuzes. Kijk naar de defensiebeurs Bedex in Brussel, in maart 2026.

Dat evenement werd georganiseerd door een strategisch adviseur van de MR. En het ministerie van Defensie leverde niet alleen logistieke steun, maar nam er ook een stand van 550 vierkante meter in. Premier Bart De Wever knipte het lintje door, terwijl NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte lachend naast hem poseerde met een wapen in de hand. Zoals de organisator zelf aan L'Echo vertelde: zonder de actieve steun van de regering was die beurs er nooit gekomen.

Het democratische probleem is dat de privébelangen van wapenreuzen systematisch gaan primeren op de belangen van de bevolking. Zoals ik in mijn boek schrijf: de militarisering van de economie gaat altijd gepaard met een afbouw van democratische rechten en democratische controle. Er moet altijd "snel" gehandeld worden, en beslissingen worden doorgedrukt zonder ernstig parlementair debat.

De draaideur tussen legertop, politiek en defensie-industrie werkt daarbij als smeermiddel. Wat we in de VS al decennia zien, is ook bij ons regel geworden. In het boek geef ik het voorbeeld van SPD-politicus Hans Peter Bartels, die na zijn mandaat als parlementair commissaris voor de strijdkrachten overstapt naar de raad van toezicht van wapengigant Thyssen-Krupp, om daarna zonder blikken of blozen weer op te duiken als adviseur van de Duitse regering. In een sterk gemonopoliseerde markt draaien belangen zo in elkaar over dat de vraag wie voor wie werkt geen antwoord meer heeft.

We zien het concreet bij de toewijzing van contracten voor anti-dronewapens door minister van Defensie Theo Francken buiten elke openbare aanbestedingsprocedure om, en tegen de adviezen van de Inspectie van Financiën in. De orders gingen naar bedrijven waarvan de directeurs ex-militairen of wandelvrienden van de minister zijn, en die samen met hem op handelsmissie naar Californië trokken.

We zien het bij de vermoedens van onregelmatigheden rond het Nederlandse consortium dat de nieuwe fregatten aan het Belgische leger mag leveren. Of in Nederland, waar de tweelingbroer van de staatssecretaris van Defensie overstapt naar een drone-bedrijf, net op het moment dat de krijgsmacht miljoenen in die sector investeert.

Overal waar grote contracten worden gesloten, wijkt de democratische controle voor een sfeer van ons-kent-ons. Het resultaat? Buitensporige prijzen die met belastinggeld worden betaald, terwijl een kleine kring van consultants en aandeelhouders de winst opstrijkt.

Verdediging van het grondgebied

De defensielobby schermt altijd met het argument van de verdediging van het grondgebeid. Men sust ons dan met de belofte dat we louter defensief materiaal aankopen. Professor Haesebrouck stelt in die zin dat de F-35 in de eerste plaats dient om ons eigen luchtruim te verdedigen, en dat wie dat betwist een gebrek aan kennis over defensie toont. Maar laat het nu net de feiten zijn die dat beeld weerleggen, net als de hoofdrolspelers zelf.

Minister Francken gaf zelf openlijk toe dat de unieke stealth-capaciteiten – de technologie waarmee de F-35 zo goed als onzichtbaar blijft voor de radar – de piloten in staat stellen om te opereren in vijandelijk luchtruim dat zwaar beveiligd is door vijandelijke luchtafweer. Oud-kolonel Roger Housen liet er in Humo geen twijfel over bestaan: om ons eigen luchtruim te verdedigen, volstaat een veertiental eenvoudige vliegtuigen. Een F-35 dient in de eerste plaats om vijandelijk luchtruim binnen te vliegen en de vijandelijke luchtverdediging uit te schakelen.

Om die offensieve slagkracht te bezegelen, bestelde de regering voor zevenhonderd miljoen euro aan JSM-aanvalsraketten. Dat zijn kruisraketten met een middellang bereik van 350 kilometer, specifiek ontworpen om doelen diep op de grond of op zee te vernietigen.

Toen Harold Van P*e, kabinetslid van Francken, hierover werd ondervraagd, gaf hij toe dat het om een uiterst offensief wapen gaat, en voegde er aan toe dat aanval nu eenmaal de beste verdediging is. De praktijk laat allang zien waar deze gevechtsvliegtuigen echt voor dienen.

Het is geen toeval dat Israël de F-35 als eerste land inzette voor bombardementen in Syrië, Libanon, Jemen en Iran, en voor de verwoestende aanvallen op Gaza. Of dat de Verenigde Staten ze gebruikten in Irak, Afghanistan en bij de illegale bombardementen op Venezuela. Zelfs CD&V-voorzitter Sammy Mahdi erkende in De Standaard dat dit militaire opbod problematisch is, en dat we geen extra blik F-35's moeten opentrekken om over enkele jaren weer naar Libië te kunnen vliegen.

Hetzelfde geldt voor de rest van het militaire arsenaal. De nieuwe gepantserde wielvoertuigen van het CaMo-programma zijn volgens defensiejournalisten en militairen op de grond totaal ongeschikt voor een klassieke defensieve oorlog op het Europese continent. Ze zijn te licht bewapend en te mager gepantserd.

Generaal-majoor Jean-Pol Baugnée gaf tijdens een hoorzitting toe waarom ze destijds zijn aangekocht: omdat er vroeg of laat een politieke beslissing valt om weer militair aanwezig te zijn in Afrika, voor expedities in de Sahelregio[1]. Ondertussen getuigen militairen dat deze wielvoertuigen zich in modderige ondergrond hopeloos vastrijden. Of we hiermee vooraan aan het front in Oekraïne kunnen staan? Militairen betwijfelen het ten zeerste.

En onze nieuwe, peperdure fregatten? Die dienen niet om de eigen kust te bewaken. Die kust is nauwelijks 67 kilometer lang: vooraleer een fregat op kruissnelheid is, heeft het onze territoriale wateren al verlaten.

Volgens de officiële plannen moeten ze opereren in de strategische corridors tussen Groenland, IJsland en het Verenigd Koninkrijk. In de praktijk varen ze van de ene internationale operatie naar de andere: van de Perzische Golf en de Straat van Hormuz tot de Rode Zee, de Hoorn van Afrika en de Libische kust.

Kwetsbaar Europa?

Om toch te proberen de bevolking mee te krijgen in deze miljardendans, wordt constant het beeld geschetst van een kwetsbaar Europa dat militair hopeloos achterloopt op Rusland. Terwijl zelfs in de officiële Amerikaanse veiligheidsstrategieën zwart op wit staat te lezen dat de Europese bondgenoten op vrijwel elk vlak van hard power – de tastbare militaire middelen – een significant voordeel hebben ten opzichte van Rusland, kernwapens uitgezonderd.

In mijn boek citeer ik professor Sven Biscop van het Egmont Instituut, die bevestigt dat Europa over de nodige schaal en economische fundamenten beschikt om een conventioneel conflict met Rusland te winnen.

Cijfers van het gerenommeerde International Institute for Strategic Studies, geanalyseerd door Greenpeace[2], tonen de nuchtere realiteit. De Europese NAVO-landen, samen met Canada, beschikken over ruim 7.100 tanks tegenover 3.630 tanks aan Russische kant. We hebben 30.000 gepantserde voertuigen tegenover nog geen 10.000 aan de Russische kant.

De artillerie? Bijna 16.000 stuks tegenover minder dan 6.000. Europa heeft twee keer zoveel gevechtsvliegtuigen en een troepenmacht van bijna twee miljoen actieve militairen, tegenover 1,2 miljoen in Rusland. Rusland is een nucleaire grootmacht, maar op conventioneel vlak is het verschil groot.

Waarom dan die panische drang naar méér? Welke krachten spelen een rol, die ook een snelle vrede in Oekraïne in de weg staan? Kijk naar de beursborden. Oorlog is een businessmodel.

Toen er vorig jaar voorzichtige signalen waren dat er in Oekraïne een staakt-het-vuren in de lucht hing, drukten beleggers op de beurs massaal op de verkoopknop. De aandelen van wapengiganten zoals Rheinmetall, Leonardo en BAE Systems doken meteen naar beneden. Elke hoop op vrede is een rechtstreekse bedreiging voor de dividenden van de aandeelhouders.

De Duitse wapenproducent Rheinmetall introduceerde er op de achtergrond zelfs een nieuw begrip voor: Friedensangst, de angst voor de vrede[3]. Als de winsten dreigen te dalen omdat het bloedvergieten stopt, moet er snel weer nieuwe angst worden aangepraat om de orderboekjes vol te krijgen.

Politieke keuze

Hier ligt de diepste angel van het huidige beleid. Die miljarden voor de oorlogsindustrie vallen niet zomaar uit de lucht. Ze worden rechtstreeks weggehaald bij de werkende klasse. Professor Bossuyt beweert dat we geen keuze hebben, omdat we nu eenmaal lid zijn van de NAVO. Maar begrotingskeuzes zijn altijd politieke keuzes.

Zowel het Planbureau als de Europese Commissie bevestigen dat het begrotingstekort in ons land mede oploopt door de exploderende defensie-uitgaven. En de heren Francken en Rutte geven zelf grif toe waar ze de miljarden vandaan zullen halen.

Francken stoorde zich openlijk aan onze sociale zekerheid, die volgens hem te vet staat, en vergeleek onze betaalbare gezondheidszorg smalend met het Cubaanse systeem. Hij stelde onomwonden dat het ontwaken keihard is en dat we, net als de Amerikanen, moeten kiezen voor harde veiligheid in plaats van voor pensioenen en betaalbare geneesmiddelen. NAVO-baas Mark Rutte deed exact hetzelfde in een toespraak waarin hij stelde dat Europese landen een kwart van hun inkomen uitgeven aan pensioenen en zorg, en dat we daar een deel van moeten aanspreken om defensie te versterken.

De begrotingstabellen van de federale regering laten er weinig twijfel over bestaan: bovenaan de besparingsoefening van november 2025 staat de "structurele financiering van defensie-uitgaven" geschreven[4]. Men bespaart op onze pensioenen, op onze zorg en op onze openbare diensten om de zakken van de wapenbaronnen te vullen. Dat is de grote hold-up van deze tijd.

De wapenindustrie en overheid zijn te nauw verweven en dat is een gevaar voor de democratie "De banden tussen de wapenindustrie en de overheid zijn te nauw en dat brengt de democratie in gevaar." Dat verdedigde Peter Mertens in een radio-interview in 'De Ochtend' op Radio 1 naar aanleiding van zijn nieuwe boek 'De laatste dagen van het oude normaal'. VRT Nieuws vroeg twee professoren inter...

04/06/2026

De studenten zijn het niet eens met de strengere maatregelen, in verband met studiebeurzen, die minister Zuhal Demir (N-VA) wil invoeren. Ook tijdens de examen willen ze hun stem laten horen en daarom besloten ze te studeren in het Vlaams Parlement tijdens de stemming. Toevallig kwamen wij de minister tegen en konden we haar een paar vragen stellen over de bezorgheden van de studenten

Wordt Caroline Gennez de doodgraver van het kritische middenveld? 04/06/2026

Met S&L Strategies and Leaders en Karakters organiseerden we een paar weken geleden Ars Strategica, een strategiedag voor de kunst-, cultuur- en erfgoedsector. In de zaal zaten heel wat directeurs. Mensen die cultuurhuizen trekken, ploegen rechthouden, programma’s maken, publiek zoeken, begrotingen dichtfietsen en ondertussen ook nog iets maatschappelijks proberen te betekenen.

Michael De C**k sprak er. Tot voor kort artistiek directeur van KVS. Maker. Schrijver. Iemand die de voorbije jaren niet bepaald de indruk gaf dat cultuur vooral nette decoratie bij het beleid moet zijn.

Hij sprak over politiserend werken. Over de spanning met besturen. Over wat het betekent om als cultuurhuis positie te kiezen in een samenleving die op meerdere plekken kraakt.

En toen gebeurde er iets interessants.

Niet op het podium. In de zaal.

Directeurs zeiden hardop wat ik de laatste maanden vaker hoor in zachtere zinnen. Dat ze opletten. Dat ze kritischer willen zijn, maar voelen dat het moeilijker wordt. Dat maatschappelijke kritiek nog mag, zolang ze verpakt zit in een programma, een artistieke keuze, een debatavond of publiekswerking.

Maar als organisatie zelf opiniërend uit de hoek komen? Een groter maatschappelijk verhaal vertellen? Politieke macht uitdagen? Dan wordt het spannend.

Niet omdat die directeurs geen mening hebben. Omdat ze een raad van bestuur hebben. Een begroting. Personeel. Subsidiedossiers. Een minister. Een kabinet. Een volgende erkenningsronde. En ergens in die ketting kruipt de angst binnen.

De waarschuwing heet Vrede vzw

Op 13 november 2025 keurde de Vlaamse Regering, op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez, de werkingssubsidies voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk goed voor de periode 2026-2030. In totaal gaat het om 78,51 miljoen euro.

Een aantal organisaties kreeg een bijzonder harde klap. LABO vzw en HOTM verloren hun subsidies volledig. Vrede vzw, Vredesactie, Climaxi en DeWereldMorgen vielen terug op het minimumbedrag. Daarmee ging de Vlaamse Regering in tegen het positieve advies van de beoordelingscommissie. De organisaties stapten naar de Raad van State.

De subsidie van Vrede vzw werd teruggebracht tot 150.000 euro, ondanks dus een positieve beoordeling. Een organisatie dient een dossier in. Een beoordelingscommissie doet haar werk. De organisatie krijgt volgens haar een positief advies. Daarna grijpt de politiek in. Niet omdat de werking plots slecht blijkt. Niet omdat er fraude op tafel ligt. Maar omdat de organisatie politiek verdacht wordt gemaakt.

In het Vlaams Parlement verdedigde Gennez de beslissing door te zeggen dat de regering zich “voor bijna 90 procent” baseerde op de adviezen van de beoordelingscommissies. Ze voegde eraan toe dat de beslissing ook een compromis was tussen de drie regeringspartijen.

Voor het middenveld zit de angst natuurlijk in die laatste 10 procent. Want als rechtszekerheid voor 90 procent geldt, dan weet elke organisatie waar het gevaar zit. In het stuk dat politiek onderhandelbaar wordt. In het stuk waar een regeringspartij beslist dat jouw kritisch werk niet langer maatschappelijk waardevol is, maar problematisch.

Angst heeft geen omzendbrief nodig

De Vlaamse regering hoeft echt niet elke kritische organisatie rechtstreeks aan te pakken. Dat zou zelfs onhandig zijn.

Eén zichtbaar voorbeeld volstaat om honderd bestuurskamers te vullen met voorzichtigheid. Dat heet “het chilling effect”. Een veel te nette term voor wat het doet.

Het betekent dat organisaties zichzelf beginnen in te houden voordat iemand hen formeel iets verbiedt. Ze schrappen een zin. Ze tekenen een open brief niet. Ze bellen eerst nog eens naar de voorzitter. Ze noemen iets “maatschappelijk relevant” omdat “politiek” te gevaarlijk klinkt. Ze maken een programma dat alles zegt, maar schrijven geen opiniestuk dat hetzelfde zegt.

De politieke macht hoeft niet altijd te verbieden. Ze moet mensen vooral doen twijfelen aan hun eigen vrijheid

Ik zie dat gebeuren. Ik hoor dat gebeuren. Niet in grote revolutionaire verklaringen, wel in kleine bestuurlijke zinnetjes.

“Moeten we dat nu wel zo zeggen?”

“Gaan we daar geen problemen mee krijgen?”

“Zou het niet verstandiger zijn om dit intern te houden?”

“Wat gaat ons bestuur daarvan denken?”

Dat zijn geen neutrale vragen. Dat zijn vragen waarmee een organisatie zichzelf langzaam kleiner maakt.

De raad van bestuur als rem

Ik wil hier niet goedkoop doen over raden van bestuur. Bestuurders dragen verantwoordelijkheid. Ze kijken naar continuïteit, financiële risico’s, personeel, reputatie en juridische kwetsbaarheid. Dat moeten ze doen. Een organisatie besturen is geen romantische wandeling door de velden van de verontwaardiging.

Maar net daar zit de pijn.

Wanneer politieke druk stijgt, verschuift het gesprek binnen organisaties. De vraag wordt dan niet langer: wat vraagt onze missie van ons? De vraag wordt: wat kunnen we zeggen zonder risico?

Dat lijkt verstandig. Soms is het dat ook.

Tot voorzichtigheid een bestuurscultuur wordt. Tot financiële verantwoordelijkheid verandert in politieke zelfcensuur. Tot directeurs die heel goed weten wat er maatschappelijk op het spel staat, hun woorden beginnen afvijlen om niemand wakker te maken op een kabinet.

Dan gebeurt er iets gevaarlijks. Dan sterft het kritische middenveld niet door één beslissing van één minister. Dan sterft het langzaam. Vergadering per vergadering. Agendapunt per agendapunt. Formulering per formulering.

Subsidies zijn geen zwijggeld

Laat ons helder zijn. Subsidies zijn geen cadeau van de regering aan organisaties die zich gedragen. Subsidies zijn publieke middelen voor werk dat een samenleving belangrijk vindt.

In cultuur. Welzijn. Jeugdwerk. Sociaal-cultureel werk. Armoedebestrijding. Mensenrechten. Vrede. Klimaat. Democratie.

Een regering mag streng zijn. Ze mag kwaliteit beoordelen. Ze mag eisen dat organisaties hun middelen correct gebruiken. Natuurlijk.

Maar zodra subsidies dienen om politieke volgzaamheid af te dwingen, verandert hun betekenis. Dan financiert de overheid geen democratische ruimte. Dan koopt ze rust. En rust is geen democratie.

Een vredesorganisatie moet de militaire logica kunnen aanvallen. Een armoedeorganisatie moet beleid kunnen beschuldigen van armoedeproductie. Een cultuurhuis moet de verbeelding kunnen inzetten tegen de bekrompenheid van rechts. Een jeugdorganisatie moet jongeren leren dat burgerschap meer is dan op tijd je belastingbrief invullen.

Dat is geen ontsporing van hun opdracht. Dat is hun opdracht.

De titel van dit stuk is scherp. Bewust.

Wordt Caroline Gennez de doodgraver van het kritische middenveld?

Ik hoop van niet. Echt. Maar hoop vraagt meer dan hopen dat het allemaal wel zal meevallen. Hoop is geen zachte gedachte voor mensen die de feiten niet aankunnen. Hoop is werk. Hoop is discipline. Hoop is je organiseren.

En dus ligt de vraag vandaag niet alleen bij Caroline Gennez. Ze ligt ook bij directeurs, bestuurders, medewerkers, leden, kunstenaars, activisten, fondsenwervers en bondgenoten.

Wat doen we nu? Gaan we elk apart wat stiller spreken? Gaan we onze scherpe woorden vervangen door veilige projecttaal? Gaan we onze politieke opdracht verstoppen in methodieken, beleidsplannen en publieksdoelstellingen? Of gaan we ons hiertegen organiseren?

Eén organisatie wint dit niet

Als Vrede vzw alleen staat, wordt de sanctie in hun richting een waarschuwing. Als het kritische middenveld zich organiseert, verandert die waarschuwing van richting. Dan hoort de regering iets anders: wie één organisatie raakt, maakt er honderd wakker.

Daarvoor hebben we een machtsopbouw-campagne nodig. Niet de zoveelste denkdag. Niet nog eens een conferentie waar iedereen de ernst van het moment benoemt en daarna met een broodjesdoos vol goede intenties naar huis gaat. Ook geen eenmalige actie die vooral bewijst dat we nog bestaan.

We hebben een strategie nodig die kan winnen. Dat vraagt voorzitters en directeurs aan tafel. Mensen met mandaat. Mensen die middelen kunnen vrijmaken. Mensen die niet alleen hun staf sturen om “mee op te volgen”, maar zelf verantwoordelijkheid nemen voor de strijd om het voortbestaan van het kritische middenveld.

Vakbonden en mutualiteiten hebben daar een bijzondere taak. Niet omdat zij de enigen zijn die tellen. Wel omdat zij gewicht hebben. Leden. Geld. Infrastructuur. Juridische kennis. Politieke toegang. Een geschiedenis van conflict die veel kleinere organisaties vandaag opnieuw moeten leren.

De vraag is dus niet of zij sympathie hebben voor Vrede, Climaxi, DeWereldMorgen of Vredesactie. De vraag is of hun leiders mee aan het roer gaan staan van een coalitie die het hele middenveld verdedigt.

Lof is niet genoeg

Er beweegt al iets. Er zijn initiatieven rond civiele ruimte. De zes getroffen organisaties lanceerden bijvoorbeeld een campagne tegen autoritaire tendensen. Dat verdient onze morele steun. Echt.

Maar morele steun alleen brengt ons nergens. Coalities die blijven hangen in zoeken, praten en aftasten verliezen tempo. Niet omdat de mensen rond de tafel onvoldoende slim of moedig zijn. Wel omdat de politiek sneller beweegt dan onze vergadercultuur. Een campagne zonder mandaat wordt een praatbarak. Een coalitie zonder geld wordt een moreel appel.

Als we dit ernstig nemen, spreken we over mensen, tijd, onderzoek, mediawerk, juridische ondersteuning, mobilisatie, vorming, fundraising en strategie. Daar kom je niet met een projectgroep die om de zes weken online samenkomt. Dit vraagt middelen. Enkele honderdduizenden euro’s klinkt veel, tot je kijkt naar wat er op het spel staat. Wie zijn vrijheid wil beschermen, moet investeren.

Daarom moet het doel voor mij concreet zijn: CD&V en Vooruit doen geen enkele toegeving meer aan N-VA wanneer die het kritische middenveld aanvalt. Niet omdat N-VA ons verrast wanneer ze middenveldorganisaties wil temmen. Dat is hun project. De vraag is waarom Vooruit en CD&V daarin meegaan? Daar moet druk op komen.

Die druk bouw je niet met één open brief of één actie. Begin met tien organisaties en hun leiders. Gebruik die om tienduizend mensen te verzamelen. Gebruik die tienduizend om geld op te halen. Gebruik dat geld om professionele campagnekracht te bouwen. Elke tactiek moet iets vergroten: meer mensen, meer middelen, meer zichtbaarheid, meer druk, meer risico voor wie opnieuw toegeeft. Macht went aan voorspelbaarheid. Dus wissel. Verrras. Bel. Procedeer. Mobiliseer. Fundraise. Maak leden wakker.

Hoop is dus geen stemming. Hoop is een campagnestrategie met mandaat, middelen en tempo. Hoop is een voorzitter van een mutualiteit die zelf aan tafel zit. Een vakbond die middelen vrijmaakt. Een cultuurhuis dat publiek spreekt, ook wanneer de raad van bestuur het spannend vindt. Een armoedeorganisatie die weet dat een aanval op Vrede vzw morgen een aanval op haar kan zijn.

Als het kritische middenveld zichzelf niet verdedigt, zal niemand anders het doen. En als Vooruit en CD&V denken dat het telkens een beetje kan toegeven zonder politieke prijs, dan moeten wij die prijs organiseren.

En daar wil S&L graag ook aan bijdragen. Letterlijk.

Dit is ook een uitnodiging tot gesprek.

(Door: Koenraad Depauw)

Wordt Caroline Gennez de doodgraver van het kritische middenveld? De titel van dit stuk is scherp. Bewust. Wordt Caroline Gennez de doodgraver van het kritische middenveld? Ik hoop van niet. Maar hoop vraagt meer dan hopen dat het zal meevallen. En dus ligt de vraag niet alleen bij Gennez. Ze ligt ook bij directeurs, bestuurders, medewerkers, leden, kunstenaars, a...

03/06/2026

Cuba steunt Palestina. De VS blokkeert Cuba.

Cuba’s steun aan Palestina is niet symbolisch. Meer dan 1.500 Palestijnen studeerden gratis in Cuba. Murid is één van hen.

“Wie Palestina steunt, moet ook Cuba steunen,” zegt Murid.
Filmmaker Pieter De Vos van Docwerkers trok naar Cuba, waar hij portretten maakte over de impact van de Amerikaanse blokkade op het dagelijks leven.

Sinds 1960 leggen de Verenigde Staten Cuba een economisch embargo op. Sinds januari 2026 wordt die druk verder opgevoerd: de VS bedreigt landen die olie aan Cuba willen leveren.

De gevolgen zijn zichtbaar in het hele land: dagelijkse stroomonderbrekingen, openbaar vervoer dat zwaar onder druk staat, minder toerisme en ziekenhuizen die medische zorgen moeten uitstellen.

03/06/2026

Na eredoctoraten voor Albanese en Erakat: open brief eist dat universiteiten banden met Israël verbreken

“Geschiedenis wordt niet geschreven met ceremonies alleen”, valt te lezen in de open brief. De ondertekenaars hekelen het gebrek aan actie van Belgische universiteiten rond banden met Israël. Eredoctoraten voor Francesca Albanese en Noura Erakat volstaan niet, vinden de ondertekenaars, erkenning vraagt ook om concrete actie.

Meer dan 4.700 personeelsleden, studenten en eredoctoren verbonden aan Belgische universiteiten hebben een open brief ondertekend waarin zij rectoren oproepen om alle institutionele banden met Israëlische universiteiten en bedrijven die betrokken zijn bij schendingen van het internationaal recht onmiddellijk stop te zetten.

Onder de ondertekenaars bevinden zich meer dan 1.100 professoren van Belgische universiteiten. In minder dan één maand tijd schaarden zij zich achter de open brief – goed voor meer dan tien procent van het volledige Belgische professorenkorps. Daarmee behoort deze oproep tot de grootste academische mobilisaties in de recente geschiedenis van het Belgische hoger onderwijs. Daarnaast ondertekenden ook 16 decanen en meer dan 50 eredoctoren van Belgische universiteiten de brief.

Tot die laatste groep behoren onder meer VN-Speciaal Rapporteur Francesca Albanese, Agnes Callamard (secretaris-generaal van Amnesty International), Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee, Ken Loach, Stephen Fry, Greta Thunberg, Rudi Vranckx, Alain Platel, Sidi Larbi Cherkaoui, Lize Spit, Ish Ait Hamou, Erika Vlieghe en Jaco Van Dormael.
---

Geachte rectoren,

Op 2 april vond iets ongeziens plaats. Voor het eerst reikten drie universiteiten – de Universiteit Antwerpen, de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel – gezamenlijk een eredoctoraat uit aan Francesca Albanese, Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechtensituatie in het sinds 1967 bezette Palestijnse gebied. Diezelfde dag kende de Universiteit Antwerpen ook een eredoctoraat toe aan professor Noura Erakat, een toonaangevende stem op het vlak van mensenrechten en rechtvaardigheid in Palestina.

Wij erkennen het belang van dit moment. De universiteiten geven hiermee het signaal zich te engageren voor internationaal recht, mensenrechten en institutionele verantwoordelijkheid in het licht van bezetting, apartheid, massaal geweld en genocide.

Maar geschiedenis wordt niet geschreven met ceremonies alleen.

Nu het applaus is weggeëbd, kunnen de implicaties van het eerbetoon aan Albanese en Erakat niet langer worden genegeerd. Hun werk vraagt niet enkel om erkenning. Het legt verplichtingen bloot die niet langer kunnen worden uitgesteld – verplichtingen die zich moeten vertalen in concreet institutioneel handelen, zoals we hieronder uiteenzetten.

Bijna drie jaar nadat een genocide zich in het volle zicht van de wereld ontvouwde, is de situatie alleen maar verergerd. Israël escaleert zijn geweld: via de facto annexatie van de Westelijke Jordaanoever; via toenemend kolonistengeweld en terreur; via het systematisch gebruik van foltering in zijn gevangenissysteem, ook van kinderen, zoals gedocumenteerd in het meest recente rapport van Albanese; via de invoering van de doodstraf die uitsluitend Palestijnen viseert – een zoveelste kenmerk van een tweesporig rechtssysteem onder apartheid.

Ook buiten Palestina breidt Israël zijn agressie uit in de regio: met een illegale oorlog tegen Iran; met duizenden schendingen van het staakt-het-vuren met Hezbollah, inclusief het meest recente staakt-het-vuren met de Libanese regering; en met de uitbreiding van de “Gaza doctrine” naar Libanon – waarbij infrastructuur wordt verwoest, dorpen van de kaart geveegd, meer dan een miljoen mensen worden verdreven en steden onophoudelijk worden gebombardeerd. Tegelijk blijft Israël systematisch burgers, hulpverleners en journalisten viseren, in Palestina én in Libanon.

In deze context kunnen de analyses, waarschuwingen en eisen van experten zoals Albanese en Erakat niet langer zonder gevolg worden erkend. Zij eisen actie.

Beide laureaten maakten dat glashelder. Zoals Noura Erakat stelde: “Het juridische argument is er. Punt.” Universiteiten hebben de plicht om medeplichtigheid aan mensenrechten- schendingen te beëindigen. En zoals het werk van Francesca Albanese consequent aantoont, kunnen instellingen niet beweren het internationaal recht te respecteren terwijl ze relaties onderhouden die de schending ervan normaliseren en bestendigen.

De recente studentenbezettingen aan de Universiteit Gent en de Universiteit Antwerpen hebben de urgentie van deze eisen nog eens onderstreept; de universiteiten worden door studenten opgeroepen om een einde te maken aan hun institutionele medeplichtigheid. Deze mobilisaties kregen expliciete steun via videoboodschappen van Francesca Albanese en Noura Erakat.

Belgische universiteiten hebben vaak beargumenteerd dat het stopzetten van samenwerkingen met Israëlische instellingen – in het bijzonder binnen Horizon Europe – complex is, zo niet onmogelijk. Recente stappen van de Universiteit Gent tonen aan dat het verbreken van samenwerkingen wel degelijk mogelijk is. Die stappen zijn belangrijk en verdienen erkenning. Ze bewijzen dat universiteiten kunnen handelen, maar ze vormen in de huidige context ook het absolute minimum.

Overal binnen Belgische universiteiten wordt “complexiteit” nog steeds ingeroepen om gebrek aan actie te rechtvaardigen, terwijl samenwerkingen met instellingen die betrokken zijn bij bezetting, apartheid en massaal geweld, worden voortgezet – en zelfs uitgebreid.

Dit is geen technische kwestie. Dit is een juridische kwestie.

Universiteiten kiezen zelf met wie ze samenwerken. Horizon Europe-overeenkomsten vereisen respect voor mensenrechten. VN-experts hebben al gesteld dat de opschorting van het EU-Israël Associatieakkoord een “minimale vereiste” is onder het internationaal recht. Voortgezette samenwerking roept dus ernstige vragen op over contractbreuk en institutionele aansprakelijkheid. Interne mensenrechtenkaders, zoals de VLIR-toets, bestaan – maar blijven al te vaak zonder gevolg.

Zoals het recente rapport van Albanese, From Economy of Occupation to Economy of Genocide (2025), duidelijk maakt, zijn universiteiten geen buitenstaanders. Via samenwerking, kennisproductie en normalisering zijn ze ingebed in systemen van bezetting, apartheid en genocide.

Wat betekent het dan om onze nieuwe collega’s te eren en het werk dat zij verrichten voor de Palestijnse strijd voor bevrijding consequent te nemen?

Ten eerste: beëindig alle bestaande samenwerkingen met Israëlische instellingen en bedrijven (zoals Dell, Teva, Microsoft) die direct of indirect betrokken zijn bij schendingen van het internationaal recht, waaronder bezetting, apartheid en voortdurende genocidale geweldpleging, inclusief het terugtrekken uit door de EU gefinancierde multilaterale consortia waarin medeplichtige Israëlische instellingen participeren. Dergelijke partnerschappen voortzetten is noch neutraal, noch verdedigbaar.

Ten tweede: voer een onmiddellijk moratorium in op nieuwe samenwerkingen onder de huidige omstandigheden, ook binnen toekomstige Europese onderzoeksprogramma’s. Het voorzorgsprincipe moet gelden: waar een duidelijk en aanhoudend risico bestaat schendingen te bestendigen, moet samenwerking worden stopgezet.

Ten derde: handel collectief op Europees niveau. Vorig jaar riepen de rectoren van Belgische universiteiten op tot de opschorting van het EU-Israël Associatieakkoord op basis van mensenrechtenschendingen. Dat standpunt was principieel én noodzakelijk. De Europese Unie heeft echter opnieuw nagelaten haar eigen wettelijke verplichtingen na te komen. Door deze aanhoudende passiviteit is het des te meer aan de universiteiten om zelf actie te ondernemen, in plaats van zich te beroepen op instellingen die dit tot nu toe hebben geweigerd. Wij roepen de rectoren op om niet alleen deze eis te herbevestigen, maar ook de Belgische regering actief aan te sporen alle nodige maatregelen te nemen om naleving van het internationaal recht te waarborgen – inclusief, indien nodig, unilaterale maatregelen in overeenstemming met bindende wettelijke verplichtingen zoals die zijn geformuleerd door het Internationaal Gerechtshof. Dit is bijzonder urgent in het licht van de onderhandelingen over het volgende Horizon Europe-kader (2028–2034).

Ten vierde: naast terugtrekking en het beëindigen van medeplichtigheid moeten Belgische universiteiten en instellingen actief bijdragen aan het overleven en de heropbouw van het Palestijnse hoger onderwijs. Dat vereist dat symbolische solidariteit wordt omgezet in duurzame en betekenisvolle institutionele engagementen: onderzoeksverblijven en beurzen voor Palestijnse studenten en academici; begeleiding van doctoraats- en masteronderzoek; gezamenlijke ontwikkeling van curricula en opleidingsonderdelen; gezamenlijke onderzoeks- en documentatieprojecten gebaseerd op de prioriteiten en noden van Palestijnse gemeenschappen; en gestructureerde opleidingsprogramma’s op maat van universiteiten die opereren onder belegering en bezetting. Het vereist investeringen in zowel digitale als fysieke infrastructuur, en in de meest basale materiële voorwaarden die onderwijs en onderzoek mogelijk maken.

Deze eisen zijn niet nieuw. Reeds in januari 2025 riepen meer dan 7.000 academici in België – waaronder meer dan 1.200 professoren en 40 eredoctors – universiteiten op om hun juridische verplichtingen na te komen. Die verplichtingen zijn niet veranderd. De urgentie is enkel toegenomen. We moeten gehoor geven aan de oproepen tot solidariteit en rechtvaardigheid van onze Palestijnse collega’s en een einde maken aan Israëls straffeloosheid.

Wij, ondergetekenden, herhalen deze eisen zonder enige ambiguïteit. Wij weigeren toe te laten dat onze instellingen medeplichtig blijven aan misdaden die uitvoerig zijn gedocumenteerd en juridisch onderbouwd. Wij roepen onze rectoren op om dienovereenkomstig te handelen.

Gezamenlijk staan wij voor een universiteit die het internationaal recht respecteert, rechtvaardigheid, vrijheid en mensenrechten bevordert, en medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide afwijst – evenals de sluipende militarisering in België en Europa. Een universiteit die haar stem laat horen, moed toont en daadwerkelijk actie onderneemt tegen onrecht en onderdrukking, zowel in Palestina als elders.

Hoogachtend,

De ondertekenende personeelsleden en studenten van Belgische universiteiten.

Voeg hier uw naam toe aan de lijst van ondertekenaars: https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSdi2VsIv9bYvt6q1Tb2vT8R5zLkV4FBXEycf6lIHNMUji5-Mg/viewform

Wilt u dat uw bedrijf hét hoogst genoteerde Sportschool in Brussels wordt?

Klik hier om uitgelicht te worden.

Plaats

Adres


Brussels