04/06/2026
Met S&L Strategies and Leaders en Karakters organiseerden we een paar weken geleden Ars Strategica, een strategiedag voor de kunst-, cultuur- en erfgoedsector. In de zaal zaten heel wat directeurs. Mensen die cultuurhuizen trekken, ploegen rechthouden, programma’s maken, publiek zoeken, begrotingen dichtfietsen en ondertussen ook nog iets maatschappelijks proberen te betekenen.
Michael De C**k sprak er. Tot voor kort artistiek directeur van KVS. Maker. Schrijver. Iemand die de voorbije jaren niet bepaald de indruk gaf dat cultuur vooral nette decoratie bij het beleid moet zijn.
Hij sprak over politiserend werken. Over de spanning met besturen. Over wat het betekent om als cultuurhuis positie te kiezen in een samenleving die op meerdere plekken kraakt.
En toen gebeurde er iets interessants.
Niet op het podium. In de zaal.
Directeurs zeiden hardop wat ik de laatste maanden vaker hoor in zachtere zinnen. Dat ze opletten. Dat ze kritischer willen zijn, maar voelen dat het moeilijker wordt. Dat maatschappelijke kritiek nog mag, zolang ze verpakt zit in een programma, een artistieke keuze, een debatavond of publiekswerking.
Maar als organisatie zelf opiniërend uit de hoek komen? Een groter maatschappelijk verhaal vertellen? Politieke macht uitdagen? Dan wordt het spannend.
Niet omdat die directeurs geen mening hebben. Omdat ze een raad van bestuur hebben. Een begroting. Personeel. Subsidiedossiers. Een minister. Een kabinet. Een volgende erkenningsronde. En ergens in die ketting kruipt de angst binnen.
De waarschuwing heet Vrede vzw
Op 13 november 2025 keurde de Vlaamse Regering, op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez, de werkingssubsidies voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk goed voor de periode 2026-2030. In totaal gaat het om 78,51 miljoen euro.
Een aantal organisaties kreeg een bijzonder harde klap. LABO vzw en HOTM verloren hun subsidies volledig. Vrede vzw, Vredesactie, Climaxi en DeWereldMorgen vielen terug op het minimumbedrag. Daarmee ging de Vlaamse Regering in tegen het positieve advies van de beoordelingscommissie. De organisaties stapten naar de Raad van State.
De subsidie van Vrede vzw werd teruggebracht tot 150.000 euro, ondanks dus een positieve beoordeling. Een organisatie dient een dossier in. Een beoordelingscommissie doet haar werk. De organisatie krijgt volgens haar een positief advies. Daarna grijpt de politiek in. Niet omdat de werking plots slecht blijkt. Niet omdat er fraude op tafel ligt. Maar omdat de organisatie politiek verdacht wordt gemaakt.
In het Vlaams Parlement verdedigde Gennez de beslissing door te zeggen dat de regering zich “voor bijna 90 procent” baseerde op de adviezen van de beoordelingscommissies. Ze voegde eraan toe dat de beslissing ook een compromis was tussen de drie regeringspartijen.
Voor het middenveld zit de angst natuurlijk in die laatste 10 procent. Want als rechtszekerheid voor 90 procent geldt, dan weet elke organisatie waar het gevaar zit. In het stuk dat politiek onderhandelbaar wordt. In het stuk waar een regeringspartij beslist dat jouw kritisch werk niet langer maatschappelijk waardevol is, maar problematisch.
Angst heeft geen omzendbrief nodig
De Vlaamse regering hoeft echt niet elke kritische organisatie rechtstreeks aan te pakken. Dat zou zelfs onhandig zijn.
Eén zichtbaar voorbeeld volstaat om honderd bestuurskamers te vullen met voorzichtigheid. Dat heet “het chilling effect”. Een veel te nette term voor wat het doet.
Het betekent dat organisaties zichzelf beginnen in te houden voordat iemand hen formeel iets verbiedt. Ze schrappen een zin. Ze tekenen een open brief niet. Ze bellen eerst nog eens naar de voorzitter. Ze noemen iets “maatschappelijk relevant” omdat “politiek” te gevaarlijk klinkt. Ze maken een programma dat alles zegt, maar schrijven geen opiniestuk dat hetzelfde zegt.
De politieke macht hoeft niet altijd te verbieden. Ze moet mensen vooral doen twijfelen aan hun eigen vrijheid
Ik zie dat gebeuren. Ik hoor dat gebeuren. Niet in grote revolutionaire verklaringen, wel in kleine bestuurlijke zinnetjes.
“Moeten we dat nu wel zo zeggen?”
“Gaan we daar geen problemen mee krijgen?”
“Zou het niet verstandiger zijn om dit intern te houden?”
“Wat gaat ons bestuur daarvan denken?”
Dat zijn geen neutrale vragen. Dat zijn vragen waarmee een organisatie zichzelf langzaam kleiner maakt.
De raad van bestuur als rem
Ik wil hier niet goedkoop doen over raden van bestuur. Bestuurders dragen verantwoordelijkheid. Ze kijken naar continuïteit, financiële risico’s, personeel, reputatie en juridische kwetsbaarheid. Dat moeten ze doen. Een organisatie besturen is geen romantische wandeling door de velden van de verontwaardiging.
Maar net daar zit de pijn.
Wanneer politieke druk stijgt, verschuift het gesprek binnen organisaties. De vraag wordt dan niet langer: wat vraagt onze missie van ons? De vraag wordt: wat kunnen we zeggen zonder risico?
Dat lijkt verstandig. Soms is het dat ook.
Tot voorzichtigheid een bestuurscultuur wordt. Tot financiële verantwoordelijkheid verandert in politieke zelfcensuur. Tot directeurs die heel goed weten wat er maatschappelijk op het spel staat, hun woorden beginnen afvijlen om niemand wakker te maken op een kabinet.
Dan gebeurt er iets gevaarlijks. Dan sterft het kritische middenveld niet door één beslissing van één minister. Dan sterft het langzaam. Vergadering per vergadering. Agendapunt per agendapunt. Formulering per formulering.
Subsidies zijn geen zwijggeld
Laat ons helder zijn. Subsidies zijn geen cadeau van de regering aan organisaties die zich gedragen. Subsidies zijn publieke middelen voor werk dat een samenleving belangrijk vindt.
In cultuur. Welzijn. Jeugdwerk. Sociaal-cultureel werk. Armoedebestrijding. Mensenrechten. Vrede. Klimaat. Democratie.
Een regering mag streng zijn. Ze mag kwaliteit beoordelen. Ze mag eisen dat organisaties hun middelen correct gebruiken. Natuurlijk.
Maar zodra subsidies dienen om politieke volgzaamheid af te dwingen, verandert hun betekenis. Dan financiert de overheid geen democratische ruimte. Dan koopt ze rust. En rust is geen democratie.
Een vredesorganisatie moet de militaire logica kunnen aanvallen. Een armoedeorganisatie moet beleid kunnen beschuldigen van armoedeproductie. Een cultuurhuis moet de verbeelding kunnen inzetten tegen de bekrompenheid van rechts. Een jeugdorganisatie moet jongeren leren dat burgerschap meer is dan op tijd je belastingbrief invullen.
Dat is geen ontsporing van hun opdracht. Dat is hun opdracht.
De titel van dit stuk is scherp. Bewust.
Wordt Caroline Gennez de doodgraver van het kritische middenveld?
Ik hoop van niet. Echt. Maar hoop vraagt meer dan hopen dat het allemaal wel zal meevallen. Hoop is geen zachte gedachte voor mensen die de feiten niet aankunnen. Hoop is werk. Hoop is discipline. Hoop is je organiseren.
En dus ligt de vraag vandaag niet alleen bij Caroline Gennez. Ze ligt ook bij directeurs, bestuurders, medewerkers, leden, kunstenaars, activisten, fondsenwervers en bondgenoten.
Wat doen we nu? Gaan we elk apart wat stiller spreken? Gaan we onze scherpe woorden vervangen door veilige projecttaal? Gaan we onze politieke opdracht verstoppen in methodieken, beleidsplannen en publieksdoelstellingen? Of gaan we ons hiertegen organiseren?
Eén organisatie wint dit niet
Als Vrede vzw alleen staat, wordt de sanctie in hun richting een waarschuwing. Als het kritische middenveld zich organiseert, verandert die waarschuwing van richting. Dan hoort de regering iets anders: wie één organisatie raakt, maakt er honderd wakker.
Daarvoor hebben we een machtsopbouw-campagne nodig. Niet de zoveelste denkdag. Niet nog eens een conferentie waar iedereen de ernst van het moment benoemt en daarna met een broodjesdoos vol goede intenties naar huis gaat. Ook geen eenmalige actie die vooral bewijst dat we nog bestaan.
We hebben een strategie nodig die kan winnen. Dat vraagt voorzitters en directeurs aan tafel. Mensen met mandaat. Mensen die middelen kunnen vrijmaken. Mensen die niet alleen hun staf sturen om “mee op te volgen”, maar zelf verantwoordelijkheid nemen voor de strijd om het voortbestaan van het kritische middenveld.
Vakbonden en mutualiteiten hebben daar een bijzondere taak. Niet omdat zij de enigen zijn die tellen. Wel omdat zij gewicht hebben. Leden. Geld. Infrastructuur. Juridische kennis. Politieke toegang. Een geschiedenis van conflict die veel kleinere organisaties vandaag opnieuw moeten leren.
De vraag is dus niet of zij sympathie hebben voor Vrede, Climaxi, DeWereldMorgen of Vredesactie. De vraag is of hun leiders mee aan het roer gaan staan van een coalitie die het hele middenveld verdedigt.
Lof is niet genoeg
Er beweegt al iets. Er zijn initiatieven rond civiele ruimte. De zes getroffen organisaties lanceerden bijvoorbeeld een campagne tegen autoritaire tendensen. Dat verdient onze morele steun. Echt.
Maar morele steun alleen brengt ons nergens. Coalities die blijven hangen in zoeken, praten en aftasten verliezen tempo. Niet omdat de mensen rond de tafel onvoldoende slim of moedig zijn. Wel omdat de politiek sneller beweegt dan onze vergadercultuur. Een campagne zonder mandaat wordt een praatbarak. Een coalitie zonder geld wordt een moreel appel.
Als we dit ernstig nemen, spreken we over mensen, tijd, onderzoek, mediawerk, juridische ondersteuning, mobilisatie, vorming, fundraising en strategie. Daar kom je niet met een projectgroep die om de zes weken online samenkomt. Dit vraagt middelen. Enkele honderdduizenden euro’s klinkt veel, tot je kijkt naar wat er op het spel staat. Wie zijn vrijheid wil beschermen, moet investeren.
Daarom moet het doel voor mij concreet zijn: CD&V en Vooruit doen geen enkele toegeving meer aan N-VA wanneer die het kritische middenveld aanvalt. Niet omdat N-VA ons verrast wanneer ze middenveldorganisaties wil temmen. Dat is hun project. De vraag is waarom Vooruit en CD&V daarin meegaan? Daar moet druk op komen.
Die druk bouw je niet met één open brief of één actie. Begin met tien organisaties en hun leiders. Gebruik die om tienduizend mensen te verzamelen. Gebruik die tienduizend om geld op te halen. Gebruik dat geld om professionele campagnekracht te bouwen. Elke tactiek moet iets vergroten: meer mensen, meer middelen, meer zichtbaarheid, meer druk, meer risico voor wie opnieuw toegeeft. Macht went aan voorspelbaarheid. Dus wissel. Verrras. Bel. Procedeer. Mobiliseer. Fundraise. Maak leden wakker.
Hoop is dus geen stemming. Hoop is een campagnestrategie met mandaat, middelen en tempo. Hoop is een voorzitter van een mutualiteit die zelf aan tafel zit. Een vakbond die middelen vrijmaakt. Een cultuurhuis dat publiek spreekt, ook wanneer de raad van bestuur het spannend vindt. Een armoedeorganisatie die weet dat een aanval op Vrede vzw morgen een aanval op haar kan zijn.
Als het kritische middenveld zichzelf niet verdedigt, zal niemand anders het doen. En als Vooruit en CD&V denken dat het telkens een beetje kan toegeven zonder politieke prijs, dan moeten wij die prijs organiseren.
En daar wil S&L graag ook aan bijdragen. Letterlijk.
Dit is ook een uitnodiging tot gesprek.
(Door: Koenraad Depauw)
Wordt Caroline Gennez de doodgraver van het kritische middenveld?
De titel van dit stuk is scherp. Bewust. Wordt Caroline Gennez de doodgraver van het kritische middenveld? Ik hoop van niet. Maar hoop vraagt meer dan hopen dat het zal meevallen. En dus ligt de vraag niet alleen bij Gennez. Ze ligt ook bij directeurs, bestuurders, medewerkers, leden, kunstenaars, a...