Belgosport

Belgosport

Delen

Contactgegevens, kaart en routebeschrijving, contactformulier, openingstijden, diensten, beoordelingen, foto's, video's en aankondigingen van Belgosport, Sport, Ghent.

29/03/2026

[1981] Dirk Pauwels, Belgisch kampioen bij de juniors, verlaat ’s ochtends al voor dag en dauw zijn Kalmthoutse hoeve om te Lier onderricht in houtbewerking te volgen. Pauwels moet zijn sportopleiding in moeilijke omstandigheden doormaken. En hij is niet alleen

29/03/2026

[december 1981] JOHAN DE VOLDER (KV Kortrijk): VUILE KARWIJEN OPKNAPPEN

De economische recessie heeft bij het bankwezen nog geen Wall Streetpaniek veroorzaakt. Zelfs een forse achteruitgang van het spaarvermogen onthoudt bankiers niet florissante zaken te doen. Tenminste zo heeft er de schijn van.
«Het is erg druk», lispelt Johan Devolder, werkzaam bij de BBL-bank aan de Grote Markt te Kortrijk. Een bankbediende staat dat, dan van vader op zoon is gegaan en zelfs zus Annie aanspoorde tot sollicitatie bij dezelfde instelling.
De KVK-middenvelder is een typisch jeugdprodukt. Geruisloos gleed hij door de jeugdrangen. Zelfs geen oproep voor de nationale Uefa’s. Het was Georges Heylens die hem op Standard met de neus in de eerste klasse zette. Een proefstuk, dat meteen een wissel op de toekomst zou zijn. Van bankzitter tot invaller. Wachten op het verval van Mike Timmerman. De ellendige weken werden ingezet onder Heylens’ opvolger, de Joegoslaaf Brncic. Het Joegoslavische duo Horvat en Duraklic zat op fluweel en Webers en Ladinsky waren nog slechts goed om langs de kassa te komen. Toen het bestuur zijn beleid toetste had ingezien en Mertens voor een onmogelijke taak stond, kreeg een terugval die slechts werd aanvaard met de ambitie om de verloren plaats in de kortste keren te heroveren. Houwart bleek het schot in de roos.

HOUWAART kwam tegen Berchem de waarde meten en de nederlaag moet zeer ongunstig op hem hebben ingewerkt. Hij mompelde zoiets dat leek op: «Wat kom ik hier feitelijk verrichten?» Met de winst op RWDM heeft hij toegelapt, om er opnieuw een furieus geheel van te maken. Het werd een strijd tussen Kortrijk en Gent. De tweede ronde ging fout. KVK verpakte zich in de eindronde met twaalf punten op twaalf. Ik heb in tweede klasse veel op de bank gezeten. Behoorde steeds tot de kern van veertien. Vorig seizoen was ik wissel- en invaller of basisspeler. In de terugronde heb ik alle wedstrijden gespeeld. Het geschil met Braem en Vermersch zal hieraan wel niet vreemd zijn geweest. De sfeer was niet helemaal wat hij zou moeten geweest zijn. Steeds die venijnige opmerkingen na een nederlaag. Fouten worden door iedereen gemaakt. Maar Bo zweeg niet. En sommigen pikten dat niet. Zoals Zidane. Op het veld kwam dat het meest tot uiting. Bo en Djamel waren twee zelfde types spelers. Balletje aan de voet. Technisch sterk. Aanvallend gericht. Graag oriënterend werken voor de ploeg. De hele sfeer is aangezuiverd door het vertrek van Bo en Jo. Sommige spelers verhoogden hun rendement aanzienlijk.

De komst van Luc Vanderschommen, Jan Peters en Rik Van Mechelen was datgene wat Houwart wou. Hij wou de zwakke punten wegwerken. Vorig seizoen had hij al in die richting gewerkt door Zidane, Quain en Carbonelle aan te werven. Quain was bedoeld als weggever. Een vervroegd Sinterklaasgeschenk. Terwijl Carbonelle niet aan de bak komt. Vreemde situatie. Zoals er vorig seizoen zich meerdere hebben voorgedaan.
KVK, vroeger het meeloopertje. Het kleine Westvlaamse clubje, is inmiddels uitgegroeid tot vaandeldrager van de Westvlaamse gouw. De moppen over Club Brugge gaan als wittes bij de bakker de deur uit. De rollen zijn voor eenmaal omgedraaid. Zal KV Kortrijk straks de Europese toer opgaan? De aankoop zijn stuk voor stuk meevallers. Luc voorkomt doelpunten en scoort. Jan houdt twee man aan de klap, wat ruimte geeft aan Djamel of Bert en Rik is als verdedigende middenvelder bewijzen aan het leveren dat hij in eerste klasse hoort. Vorig seizoen werd ik zelfs ingezet als linker flankverdediger voor de gekwetste Vergote. Dit seizoen speelde ik verdedigend tegen FC Luik, RWDM en Standard en moest Bosch en Courant schaduwen. Beter polyvalent te zijn, dan aan één functie gebonden te liggen. Ik leen me wel tot het vuile werk.»

Vuil?

«Wel ja, Nico Jansen zei het nog. Jantje Peters kon doodgemoedereerd naast René Desayere lopen. Bij ons zou die speler gewoon plat liggen. Misschien is het bedroevend voor de evolutie van het voetbal. Dat merk je aan de kijkdichtheid. Maar het is niet de zaak van de verdedigers. Al wil ik niet geweten hebben, dat spelers moedwillig onderuit worden getrapt. Aan de scheidsrechters om consequent te fluiten. Een boeking in het begin van een wedstrijd bekoelt het brutale.
Kortrijk speelt meer resultaatvoetbal. We gaan van het standpunt uit, dat we geen doelpunt mogen incasseren en trachten op uitbraak beide punten te behalen. Met voorzichtigheid in de strafschopzone. Spelers van het type Jansen of Larsen laten zich gemakkelijker neerploffen bij contact. Offensief staan we er ook. Het bewijs: zes strafschoppen voor KVK. Er moet nog een minimum aan bescherming zijn voor de spitsen. Anders worden ze gewoon het ziekenhuis in geschopt. Op dit vlak speel je zonder sentiment. Louter voor de centen. En dat geeft stof tot nadenken.»

KVK bezit één van de snelste uitbraaklijnen en een vrij secure verdediging. Het bezorgde haar het predikaat: europloeg.

Als we op verplaatsing spelen vormen we verdedigend een blok. Zelfs het middenveld moet komen verdedigen. Zidane, Pomini, De Lamper en Peters leunen op eigen helft tot het gaatje is gevonden om door hun snelheid verrassend uit te breken. Je strategie hangt af van de spitsen die je bezit. In het begin van de competitie kwetsten Vanderschommen, Bourgois en Izelé. Dat gaf een verlies van vier punten: twee tegen Beveren, één tegen Waregem en één tegen KV Mechelen. Twee punten op zes in de eerste drie wedstrijden was te weinig. Achteraf bekeken kost ons dat nu de eerste plaats.

Johan Devolder huwde gewezen nationaal kampioene zwemmen Carmen Nolf. Nakomelingschap zit in de negen maanden wachttijd. Broer Marc, verhuisde van de invallers van KV Kortrijk naar vierde provinciale Schoorvers Moorsele en Eddy speelt basket en mini-voetbal. Vader Alfons Devolder speelde lang geleden voor Meulebeke. Voetbal staat dus wel centraal. De kansen van KVK worden rustig afgewogen. AA Gent, Antwerp, Lokeren, Beveren en Lierse vormen de concurrentie voor de UEFA-tickets. Maar Houwart droomt van meer. Heeft Johan nooit aan een profcarrière gedacht?

VERONDERSTEL dat Bourgois profspeler was. Zou die jongen nog met dezelfde ingesteldheid aan zijn herstelproces werken? Ik heb mijn werk op de bank. Het voetbal is een afleiding. De training een ontspanning. Ik heb reeds beslist wat ik wil. We hebben een trainer die erg professioneel is ingesteld en zoals de spelers er momenteel tegenaan gaan, zie ik geen verschil met andere profverenigingen…»

André PISSENS

29/03/2026

[december 1981] WAREGEM ACHTER OP SCHEMA,
TOPSCORER DANNY VEYT NIET

Op het ogenblik dat deze lijnen naar de drukkerij vertrekken, heeft SV Waregem nog een inhaalwedstrijd tegen Standard te goed in de heenronde van het kampioenschap 1981-’82. De jongens uit het Regenboogstadion haalden tot dusver vijftien punten uit zestien wedstrijden. Niet uitzonderlijk slecht, maar vóór aanvang van de competitie hadden de meeste voetbalwaarnemers beter verwacht van de Zuidwestvlamingen. Vooral na de zeer behoorlijke inspeelperiode van Waregem. In de Beker van Vlaanderen veegden ze alle tegenstanders van de kaart. De competitie zag echter nooit dat Waregem terug, tenzij enkele weken geleden in de thuismatch tegen Anderlecht. Voor het overige was de hel dikwijls huilen met de pet op.

Onze eerste wedstrijd, op Lokeren, wisten we nochtans met een gelijkspel af te sluiten», bedenkt Danny Veyt, spits en topschutter van Waregem. «Dat beloofde dus. Wij waren er ons wel degelijk van bewust dat het geluk in de Beker van Vlaanderen dikwijls aan onze zijde had gestaan, dat we er dus vooral moesten voor zorgen in de eerste wedstrijden op ons elan door te gaan om zo een solide basis te smeden. Als je meedraait aan de top, krijg je vleugeltjes, dat bewijzen AA Gent en Kortrijk nu al een tijdje. Zodus, onze start op Lokeren was niet mis. Maar nadien bleef de bevestiging uit. Tot de thuismatch tegen Cercle Brugge (13de speeldag) heeft het geduurd aleer we nog eens een verrichting van niveau ten beste gaven. Tussendoor sprokkelden we af en toe een puntje, zonder daarom goed te spelen. En dan was er natuurlijk ook wel wat onkans mee gemoeid. Gekwetste spelers, daar heeft elk team mee af te rekenen. Maar een paar nederlagen met klein verschil verwerken een ploeg minder goed. Gelukkig bleef de sfeer op training goed. Wij bleven als één man achter onze nieuwe trainer Popovic staan. Die man heeft nogal wat kritiek moeten slikken omdat zijn tactiek te ‘idealistisch’ was: blind aanvallen en mooi voetbal trachten te brengen maar geen punten pakken. Ik ben daar echter niet helemaal mee akkoord. Want als je gaat spelen volgens het principe ‘de punten alleen tellen’ help je het voetbal helemaal naar de bliksem. Dan worden het allemaal wedstrijden als Gent—Standard. Als je eens naar de stand kijkt, merk je dat vele van de ploegen die nu zo hoog genoteerd staan intrinsiek niet zoveel beter zijn dan Waregem. Ik zou zelfs zeggen integendeel. Ik meen dan ook te mogen stellen dat Waregem in de tweede ronde zeker nog kan opklimmen tot laat ons zeggen de zevende of achtste plaats. Maar dan zullen we op verplaatsing wel wat meer lef moeten aan de dag leggen. Dat was in de heenronde één van de grootste moeilijkheden waar we mee te kampen hadden. Het verklaart ten dele waarom we altijd wat op ons schema achter bleven. We hadden vooropgesteld om gemiddeld een punt per wedstrijd te halen. Als we de thuiswedstrijd tegen Tongeren (3—3, na een 0—3 achterstand) hadden gewonnen, waren we voor de eerste keer weer op schema geweest. Nu kan nog, maar dan moeten we wel op Standard winnen…»

Blijft Waregem enigszins onder de verwachtingen, dan kan dat van Veyt zeker niet gezegd worden. Met acht doelpunten is hij veruit de topschutter van de roodwitten, en prijkt hij op een gedeelde vierde plaats in de schuttersstand van eerste klasse.

Acht doelpunten in zestien wedstrijden kan op het eerste gezicht weinig lijken voor een aanvaller, maar wie scoort tegenwoordig nog veel?», verdedigt de uit het Waasland afkomstige Veyt zich. «Op Erwin Vandenbergh na, niemand. Dat Skov nu zo hoog staat zal geen toeval zijn, maar ik zie hem daar toch niet blijven. Nu, dat maakt mij zaak niet uit. Mijn betrachting bestaat erin het seizoen met vijftien treffers te beëindigen. Vorig seizoen had ik gehoopt op acht en werden het twaalf. Toen kon ik bovendien op beduidend minder steun rekenen dan nu het geval is. En waren de supporters natuurlijk opgetogen omdat er eindelijk nog eens een speler van Waregem meer dan tien doelpunten totaliseerde.

Sedert Koudijzer was niemand daar nog in geslaagd. Ik mocht dus wel zeggen ‘Opdracht Volbracht’, want ik was gekocht door Waregem om doelpunten te maken en tevens om de leemte op te vullen die sedert het vertrek van Koudijzer steeds gebleven was. Dat impliceerde dus ook aan het spel deelnemen. Je hebt immers van de spelers die wel goed kunnen scoren op een diefje, maar zich nooit in het spel laten betrekken. Dat kan men mij zeker niet aanwrijven. Tegen Anderlecht bijvoorbeeld bleef ik in de eerste helft onzichtbaar, maar eigenlijk is dat niet zo verwonderlijk. Ik moest immers eerst de oprukkende De Greef afstoppen en me daarna met Renquin ophouden. Dat ontgaat de mensen op de tribunes soms. Het is waar dat je als aanvaller uit weinig publiciteit haalt uit zo’n verdedigende opdracht, maar het heeft anderzijds ook zijn voordelen. Wie immers te veel van zich doet spreken krijgt al snel twee mannetjes op zich geplakt. Ik doe het liever zonder…»

Luc VERWEIRDER

29/03/2026

[december 1981] ARNOR GUDJOHNSEN (Sporting Lokeren): HET IJS IS GEBROKEN…

De natuurelementen doen hun best om de hondsdagen van december over dit vlakke land te jagen. Dit is het landschap waar de Britse schilder Turner zich aangetrokken zou hebben. Grijsgrauwe, spookachtige wolkenvelden, die hun zware vracht uitschudden en voor aparte, donkere sfeerbeelden zorgen. Ons slechtste weer is het beste wat een IJslander zich kan dromen. Regen, sneeuw, storm en hagel zijn een deel van zijn leven, met als uitzonderlijke uitschieter de midzomernachten met hun nooit aflatend lichtschijnsel. Leven in België is nog zo slecht niet als zelfs het gure weer nog met een gunstige score uit de band springt. Ólaf en Arnór Gudjohnsen waren om heel wat dingen aangenaam verrast toen ze voet op Vlaamse bodem zetten in de zomer ’78. Het gemoedelijke schouderklopje, de hulpvaardigheid, het handgeschud dat zo bevreemdend overkwam, de drie klapzoenen bij een bezoekje, het groen, de bloemen, het banale en de nonchalance waarmee Belgen tegen het leven aankijken. Mooi land. Zeg dat wel. Maar IJsland is aantrekkelijker.

«Vorig jaar zat ik in het vliegtuig naast een Oostenrijker en die vond IJslanders koele, nuchtere en emotieloze mensen. Terwijl ik daarnaast het verhaal kreeg van iemand die het net andersom vertelde. Zo hoor je maar. Maar dat gulle, oprechte onthaal te Lokeren zullen we nooit vergeten», verhaalt het knappe blonde jonge vrouwtje van de twintigjarige Lokeren-middenvelder. In drie jaar verhuisde ze zevenmaal. Toegestopt in de buurt van het stadion met de hele familieclan, om de opvang van het jonge paar met hun pas geboren zoontje Eidur te verzekeren, trok het jonge stel achteraf naar een flatje in de Stationsstraat.

Het levenslustige balschoppen van Eidur betekende geen veiligheid voor kleine souvenirstukjes, zodat werd ingetrokken in een landelijk bungalowtje, waar het plattelandsleven nog een ondoordachte bezigheid kan zijn.

Met het opstappen van zijn ouders en drie zussen, richting Reykjavik, kwam de grauwe periode van bankzitten de ambities van deze internationaler indrukken. De lieveling van Urbain Braems mocht niet meer naar het Brusselse Astridpark en veel heeft het niet gescheeld of Urbain Hasaert verprutste voor Lokeren de «goudwaarde» van dit jeugdproduct.

«Toen bij Vikingur Reykjavik het aanbod van Manchester United de bus in tuimelde, om voor 120 miljoen kronen een tienjaarscontract te onderschrijven, en later Standard Luik en Sporting Lokeren op antwoord wachtten, heb ik bij mezelf heel lang overwogen wat ik zou doen. Manchester vond ik niet interessant. Petit van Luik wou mijn familie laten overkomen. Dus werd het Lokeren. Met een fantastische eerste seizoen onder Urbain Braems. Een heel goede trainer. Die ook begreep dat ik, ondanks mijn jeugdige leeftijd, alles wil had om te slagen als profvoetballer. Als ik vermoeid was, liet hij me rusten. Maar ik speelde goed, scoorde en verwachtte een nog beter tweede seizoen. Andere meesters, andere wetten. Hasaert zag het anders. Plaatste me op de bank. Ik kreeg steeds hetzelfde antwoord te horen: «Je tijd komt nog». Hij had gewoon geen vertrouwen in mij. Ik mocht zelfs niet met de invallers spelen. Steeds maar op de bank zitten, een kwartiertje invallen en scoren. En dan denk je, volgende week mag ik aan de aftrap. Soms kwam de gedachte in me op: «Als ik met Braems naar Anderlecht zou zijn getrokken, zou ik dan ook op de bank hebben gezeten?»

Het bankzitten heeft mijn karakter wel gestaald. Ik ben harder voor mezelf geworden. Heb nooit aan mijn kwaliteiten getwijfeld. Sigurvinsson moet op zijn beste voetballeeftijd bankzitter spelen. Psychologisch verwerk je dat moeilijk. En dan blijft er maar één antwoord over: werken tot je in de basis komt.

In het tweede seizoen Hasaert zei ik tot mezelf: «Godja, ik zal zo hard werken tot ik op die bank niet meer hoef te zitten». In de voorbereidingsronde scoor ik tegen Saint-Etienne (5—1) en tegen Bohemians Praag (2—2) maak ik de twee doelpunten. De eerste competitiewedstrijd draait de ploeg niet. Mocht ik naar de bank. Dat vond ik niet eerlijk. Vaceenovsky vroeg me op te stellen op het middenveld tegen Winterslag. Winst 4—1. Ik scoor op Gent. We winnen van Club Brugge (3—1) en spelen voor de beker gelijk tegen Lierse (1—1). In de terugwedstrijd leiden we met de rust, 1—0 en hij zegt: «Jij gaat eraf. Wlodek komt erin». Een paar gesprekken met manager Derijcker konden weinig of niets verhelpen aan deze toestand. Een derde seizoen naast het elftal zou ik niet meer gepikt hebben».

Met Waseige werd het anders. In de beker van Vlaanderen zou hij een andere plaats zoeken voor mij. Ik dacht dat het moeilijker spelen was op het middenveld. Het lukt me wonderwel. Waseige vraagt wel, dat ik in functie van het spelgebeuren mee verdedig en aanval. Als Verheyen of Mommens diep gaan en de bal verliezen, moeten Snelders en ik dat ondervangen. Of switchen met Somers op de flank.

Waseige, trainer bij Standard in ’78, wou Gudjohnsen binnen. Drie seizoenen later krijgt hij zijn wens. Petursson, nu Anderlecht, had eveneens bij Lokeren kunnen voetballen. Feyenoord was de Waaslanders te vlug af.

Een erg goede spits. Soms komt hij op bezoek of gaan we naar hem toe. De vrouwen bellen elke dag voor een kletspraatje. Sigurvinsson heb ik pas leren kennen met de nationale ploeg. Hij heeft het moeilijk bij Bayern München. Toch scoorde hij tweemaal tegen Wales (2—2). Spanje was slechts een droom. Met de Sovjetunie, Wales en Tsjechoslowakije in de reeks was het een lastig, wellicht hopeloos karwei. In de beginfase stonden we niet op ons sterkst. Met Edvaldsson (Fortuna Düsseldorf), Gudlaugson (Fortuna Köln), de twee Torvaldssons die in Frankrijk spelen en een paar spelers die in Zweden uitkomen, vormen we een stevig geheel. Let op onze eenentwintigjarige doelman Paltesson van Fram. Die jongen haalt vrij snel het buitenland. Erg talentrijk.

Mijn contract moet worden verlengd. Ik hoop tot goede voorwaarden te komen. Andere clubs mogen zich aanbieden. Ik zal elk aanbod goed overwegen. Maar ik verkies Sporting. Ik ben hier erg graag. Zolang ik in de basis sta, zie ik geen problemen».

De Gudjohnsens missen de Kerst- en nieuwjaarsfeer van IJsland. Van 13 tot 24…

29/03/2026

[december 1981] JO VAN DEN BROECK (KV Mechelen): “ZAKKEN, MAAR DAN ZINGEND”

Mocht het over enkele weken of maanden voor KV Mechelen op ’n degradatie uitdraaien, dan kan toch nog worden binnengelachen. Met slaande trom maakten Jo Van den Broeck en Patrick Vermeiren, twee linksvoetigen van negentien jaar, hun entree in de eerste ploeg. Standard Luik weet erover mee te praten. Deze twee studenten maakten, samen met René De Ridder, de goals waarmee Standard achter de kazerne werd getorpedeerd.

In de Leuvense studentenmiddens ontstond enige deining wanneer eerst de televisie, en de daaropvolgende dagen de geschreven pers, bleven hameren op dat ene mooie doelpunt waarmee Jo zich had laten opmerken. Geen der studenten aan de Economische Faculteit had er weet van dat deze langharige Jo ook nog voetballer was. Men had tot dat moment geloofd dat hij zich elke avond in z’n studentenflat opsloot om saaie leerstof door te spitten. De waarheid was anders.

Jo moet er nog mee lachen wanneer hij het vertelt: «Nee, tussen de toekomstige burgerlijke, handels of andere ingenieurs wordt onzeggens nooit over sport gepraat. Je kent die klassieke thema’s: de samenleving, het rollenpatroon, de crisis en haar uitwegen, enzovoort. Bovendien is mijn naam ‘Van den Broeck’ nogal gewoon. Wie dus toevallig krantenverslagen over KV Mechelen leest, hoeft niet het verband te leggen met mij. Toen ik de maandag na de televisie-uitzending in Leuven arriveerde, waren de commentaren en de grapjes nooit uit de lucht. Gelukkig voor mij, werd het na enige weken weer rustig. Wellicht hadden de examens daarmee iets te maken».

Aan de eindronde, waarin KV Mechelen vorige lente de promotie afdwong, had Jo niet deelgenomen. Andermaal wegens studies. «Ik was toen eerstejaars in Leuven, en ik voelde dat ik tijd ging tekort komen in de voorbereiding op de examens. Ik voetbal graag, dat wel, maar ’n mens zou het zich achteraf dik beklagen indien hierdoor studies zouden floppen. Wat dat betreft, zit ik bij KV Mechelen in de ideale sfeer. Onze trainer, Kamiel Van Damme, heeft zelfs destijds hogere studies gecombineerd met de opbouw van ’n schitterende voetbalcarrière. Ook Bob Stevens deed het. Overigens, universitaire studies en voetbal spelen in de hoogste afdeling, hoeft niet tegen elkaar op te vloeken. Ik ben dit seizoen niet de enige: denk aan Aimé Coenen (Waterschei), Patrick Thairet (RWDM) en Jan Van Eycke (Beveren). Het is wel ’n kwestie van een goede organisatie. Ik woon in Booischot, maar zit op kot in Leuven. De training gebeurt ’s avonds. Ik kan best om half acht, acht uur, weer in Leuven zijn. De training is gewoon een relax. Echt waar, ik heb niet het gevoel iets te missen».

JO VAN DEN BROECK, die een volle neef is van motorcrosser Yvan Van den Broeck, is aan zijn vierde seizoen toe bij KV Mechelen. Hij werd weggehaald bij derde provincialer Booischot en kwam, samen met Patrick Vermeiren, terecht in de sterke UEFA-ploeg. Vorig seizoen kreeg hij, als verdediger, van de kundige Ned Bulatovic zijn kans. Eenmaal aan de aftrap, zeventien maal ingevallen. Omwille van z’n studies kwam hij evenwel te weinig trainen om ’n vaste pion te worden. Dit seizoen maakte hij, na de schorsing van Hervé Royet, zijn debuut op Beveren en bleef, behoudens een ziektedag tegen Winterslag, steeds in de ploeg. Zijn contract met KV Mechelen loopt nog tot de zomer van 1983. Tegen die tijd zou ook de studentenperiode afgelopen zijn.

Over de armoede aan punten bij KV Mechelen zegt Jo: «Och, voor mij komt het erop aan de stiel te leren. Dat kan best bij KV Mechelen want Kamiel Van Damme houdt het enthousiasme erin. Aan niets is te merken dat wij onderaan bengelen…»

Gust Verwerft

29/03/2026

[december 1981] ERIC MAES (THOR WATERSCHEI) HEEFT ZWERVEN IN HET BLOED

Voor Maes, thans 27, was het dus ook bij Thor zelden rozengeur en maneschijn. Bij de aanvang van het vorig speeljaar was hij er aanvankelijk wel bij, maar moest dan een tijdje de plaats ruimen. Gevolg van een terug grijpen naar de ploeg die maanden voordien de Heizel de Beker won. Tijdens de terugronde kwam het talent van de linksvoetige middenvelder weer bovendrijven. Hijzelf vond die campagne nog geslaagd, zeker door de vier doelpunten.

We hebben nu ongeveer onze typeploeg gevonden. Mits hard knokken kunnen we ongetwijfeld in de middenmoot eindigen. Met Kunnecke is het dus toch anders geworden in en rond het André Dumontstadion. Hij toonde van meet af zijn persoonlijkheid, hetgeen op alle vlakken merkbaar werd. Neem nu als voorbeeld de specifieke sportmaaltijden voor de uitwedstrijden. In feite mag het geheim niet worden prijsgegeven, maar biefstukken zijn nu helemaal uit den boze. In de plaats kwamen andere hapjes... Ook de sfeer binnen de groep is er weer flink op verbeterd. Koffie- en andere tafels, je weet wel...

«Positief is zeker dat de trainer nu op verplaatsing laat spelen om te winnen. Al kan ik me dat voetbal van tegenwoordig nog nauwelijks verzoenen. Ik ben nature misschien wel wat agressief, maar niet hard. Geef mij maar het meer ontspannen en technisch verfijnd voetbal».

Ik heb in de loop der jaren een andere visie op het voetbal gekregen. Ik verkondig eerlijk mijn mening. Klinkt het niet, dan botst het maar. Ik kom er eerlijk voor uit dat ik wanneer de kans zich voordoet en ik me elders kan verbeteren, Thor zal verlaten. Ik voel dat ik mijn toppunt nog niet heb bereikt. Ik kan nog beter. Gewoon omdat ik nu zonder complexen en het vertrouwen op het terrein ga. Met 15 punten staan de geel-zwarten er halfweg nog niet zo slecht voor. Men telt er nu zelfs 3 meer dan twaalf maanden geleden. Iets wat Maes vlak na de voorbereidingsperiode zeker niet had durven voorspellen.

«Wat wij missen is karakter. Komen wij buitenshuis op achterstand, dan is de zaak verloren. Pauwels had het nadeel dat hij niet door alle spelers werd aanvaard. Voeg daarbij de toch wel mislukte transferpolitiek en je weet voldoende. Ik vind dat de trainer in functie van het elftal moet bepalen wie wordt aangeworven. Dat is geen zaak voor buitenstaanders».

Kunnecke heeft Maes al op het rapport geroepen. Dat belet niet dat beiden goed met elkaar kunnen opschieten. Eric werd meteen na de komst van de Duitser buffer voor de verdediging, maar de jongste weken leunt hij weer dicht aan bij de spitsen. Een plaats die zijn voorkeur wegdraagt. Om dat geschipper maakt hij zich nochtans geen zorgen.

Ik probeer altijd voluit mijn match te spelen. Komen we de maand januari goed door, dan zie ik geen problemen voor Thor.

Gilbert VANOPPEN

29/03/2026

[december 1981] JOHNNY DUSBABA: “Soms is de concentratie bij Standard zoek”

Keihard, bij momenten zelfs brutaal op het veld, maar een innemende persoonlijkheid buiten de grasmat: wie Johnny Dusbaba ziet spelen en hem dan in huiselijke kring ontmoet komt steeds weer onder de indruk van de rust die de Nederlander uitstraalt. Vier en een half jaar toeft Dusbaba (25) al in onze contreien en al enkele maanden na zijn aankomst wist hij met zekerheid dat hij hier nooit meer zou weggaan. Vandaar dan ook dat Johnny nu al de grondsteen legde voor zijn latere maatschappelijke toekomst. In Hekelgem opende hij afgelopen zaterdag een café-restaurant, binnen enkele maanden komt daar een reusachtig tennispark bij. «De zakenwereld sprak me altijd al aan», zegt Dusbaba. «Mijn vader runde vroeger een garage, van kindsbeen af was het eigenlijk mijn droom om ooit zelf iets uit de grond te stampen. En als voetballer kan je volgens mij niet vroeg genoeg aan later beginnen denken. Ik hield me altijd goed het voorbeeld van Barry Hulshoff bij Ajax voor ogen: de ene dag nog een vedette, maar de andere dag na een zware blessure haast niets meer. Zoiets wil ik beslist niet meemaken». Zo kwam het dan ook dat Johnny gretig toehapte toen een vriend hem vroeg om met hem een restaurant te drijven. «Maar», zegt Dusbaba, «je zal me natuurlijk niet op elk uur van de dag in de zaak aantreffen. Voorlopig staat de voetbalsport nog centraal in mijn leven. En ik heb het erg goed naar mijn zin bij Standard. Gewoon de lange verplaatsingen in deze barre weersomstandigheden steken natuurlijk tegen».

JOHNNY DUSBABA kwam na vier jaar Anderlecht bij Standard terecht. «Ergens heb ik toch met pijn in het hart het Astridpark verlaten», zegt Dusbaba. «Ik ben er van overtuigd dat ik nooit meer in een fijnere omgeving zal terechtkomen als bij Anderlecht. Maar ja, toen ik dan het voorbije seizoen bankzitter werd kon ik moeilijk nog blijven. Ivic verweet me dat ik niet genoeg meer voor mijn vak leefde. En inderdaad, ik ging vorig seizoen wel eens meer uit dan vroeger, ik bleef wel eens hangen in de bar van Nico de Bree. Maar zo vaak gebeurde dat niet en om te zeggen dat dit mijn conditie schaadde, dat gaat me toch te ver. Maar ik maakte wel een erg zwarte periode door toen ik na de heenronde geen basisspeler meer was. Ik ben van nature uit namelijk erg gevoelig, de minste kleinigheid trek ik me aan, ik ben op een gegeven moment echt ziek geweest van ontgoocheling. Maar ik bleef me rustig gedragen, ik wilde niet dat er via pikante verklaringen in de pers onrust in de ploeg kwam maar ik wist wel dat ik moeilijk nog een tweede seizoen als basisspeler zou kunnen fungeren. Goethals benaderde me al vrij vroeg voor een transfer maar merkwaardig genoeg wilde Ivic niet dat ik vertrok, er werd dan ook zeventien miljoen frank op mijn hoofd geplakt. En zonder de ruil met Renquin zat ik nu vermoedelijk nog bij Anderlecht. Niettemin, ik wil geen kwaad woord over Ivic zeggen, die man heeft me bij Ajax gekneed en gevormd, ik heb gewoon alles aan hem te danken. Hij leert je echt voetballen, tot in het oneindige toe laat hij je bepaalde oefeningen doen. Op het moment zelf vloek je dan wel eens maar pas later merk je hoeveel je van Ivic opsteekt. Kijk, die man is zo gek van voetbal dat hij bij bepaalde spelers echt niet sympathiek meer overkomt. Zoals nu bij Anderlecht, Oudejaarsavond gaan doorbrengen in Genval, dat zal wel niet van harte gaan. Maar de dag dat Ivic weggaat zullen ze er wel achterkomen wat ze missen».

Johnny Dusbaba («De mensen hebben inderdaad een verkeerd beeld over mij, weet je dat ik in België slechts één enkele gele kaart kreeg voor een overtreding») is niet ontevreden over zijn prestaties tijdens de heenronde met Standard. Ook al wordt hij in Luik niet op de plaats uitgespeeld waar zijn voorkeur naar uitgaat: voorstopper. «Als ik op één bepaalde man kan spelen, dan durf ik zonder pretentie zeggen dat ik die uitschakel», aldus Dusbaba. «Want iemand aan banden leggen, dat is mijn grote kracht. Ik heb het met Standard bewezen tegen bijvoorbeeld Anderlecht, Kenneth Brylle kwam er totaal niet bij te pas. Maar ja, het probleem bij Standard is dat de ploeg niet zo’n uitgebreide kern bezit, we kunnen moeilijk een paar blessures opvangen. Zo komt het dat ik een tijdje linksachter speelde en sinds we met vijf man achteraan voetballen sta ik ook wel weer in het centrum, maar als er met een zone-dekking gespeeld wordt rendeer ik naar mijn gevoel minder. Maar je begrijpt dat ik natuurlijk doe hetgeen Raymond Goethals oplegt. Ik ben dan ook niet ontevreden over de voorbije wedstrijden, maar ik weet wel dat ik tot veel meer in staat ben, dat ik het elftal eigenlijk meer moet bijbrengen. Maar ja, er wordt hier natuurlijk heel anders gespeeld, dat voortdurend jagen op de bal zoals Ivic dat vroeg, dat is er hier niet bij. Bij Standard wordt de bal meer in eigen rangen gehouden. En dat vergt uiteraard een omschakeling».

Niettemin, Standard bleef tot dusver onder de verwachtingen. Volgens Dusbaba niet alleen het gevolg van de kwetsuren die de ploeg teisteren. «Het valt me op dat de spelers tussen de trainingen hier minder samen zijn dan bijvoorbeeld bij Anderlecht», zegt hij. «Maar dat komt omdat we hier, naargelang de weersomstandigheden, voortdurend van trainingsveld moeten veranderen. Ik vind dat het ergens wel ten koste van de gezelligheid gaat. Maar dat is natuurlijk niet de oorzaak van het puntenverlies dat we leden. Wel is het opvallend dat Standard tegen grote ploegen altijd sterk speelt en juist mindere teams de punten te grabbel gooit. Dat heeft volgens mij alleen te maken met een gebrek aan concentratie. Dat merkt men trouwens tijdens de trainingen al, de week voor een wedstrijd tegen Anderlecht is de sfeer heel anders dan bijvoorbeeld voor een partij tegen Tongeren. Ergens zou dat natuurlijk niet mogen want ook een ploeg als Standard komt alleen maar tot prestaties wanneer iedereen negentig minuten keihard werkt. Maar toch verwacht ik dat we een sterke terugronde zullen spelen, zeker wanneer iedereen weer fit is. En als de nieuwe tribune en de spelers ’s middags de gelegenheid hebben om altijd samen te zijn, dan zal dit de ploeg zeker ten goede komen. Want als het dan een keer slecht gaat, dan kan je daarover in alle rust met de spelers eens praten. Let wel, trek uit deze woorden niet de conclusie dat ik niet graag bij Standard ben, tenslotte is er bij elke ploeg wel iets. Ik lig hier tot medio 1984 onder contract en zoals het er nu naar uitziet zal ik dat contract zeker uitdienen. Tenslotte streeft elke voetballer ernaar om zo lang mogelijk in een topclub mee te draaien…»

Jacques SYS

Wilt u dat uw bedrijf hét hoogst genoteerde Sportschool in Ghent wordt?

Klik hier om uitgelicht te worden.

Plaats

Type

Website

Adres


Ghent
9000