29/03/2026
[december 1981] JOHNNY DUSBABA: “Soms is de concentratie bij Standard zoek”
Keihard, bij momenten zelfs brutaal op het veld, maar een innemende persoonlijkheid buiten de grasmat: wie Johnny Dusbaba ziet spelen en hem dan in huiselijke kring ontmoet komt steeds weer onder de indruk van de rust die de Nederlander uitstraalt. Vier en een half jaar toeft Dusbaba (25) al in onze contreien en al enkele maanden na zijn aankomst wist hij met zekerheid dat hij hier nooit meer zou weggaan. Vandaar dan ook dat Johnny nu al de grondsteen legde voor zijn latere maatschappelijke toekomst. In Hekelgem opende hij afgelopen zaterdag een café-restaurant, binnen enkele maanden komt daar een reusachtig tennispark bij. «De zakenwereld sprak me altijd al aan», zegt Dusbaba. «Mijn vader runde vroeger een garage, van kindsbeen af was het eigenlijk mijn droom om ooit zelf iets uit de grond te stampen. En als voetballer kan je volgens mij niet vroeg genoeg aan later beginnen denken. Ik hield me altijd goed het voorbeeld van Barry Hulshoff bij Ajax voor ogen: de ene dag nog een vedette, maar de andere dag na een zware blessure haast niets meer. Zoiets wil ik beslist niet meemaken». Zo kwam het dan ook dat Johnny gretig toehapte toen een vriend hem vroeg om met hem een restaurant te drijven. «Maar», zegt Dusbaba, «je zal me natuurlijk niet op elk uur van de dag in de zaak aantreffen. Voorlopig staat de voetbalsport nog centraal in mijn leven. En ik heb het erg goed naar mijn zin bij Standard. Gewoon de lange verplaatsingen in deze barre weersomstandigheden steken natuurlijk tegen».
JOHNNY DUSBABA kwam na vier jaar Anderlecht bij Standard terecht. «Ergens heb ik toch met pijn in het hart het Astridpark verlaten», zegt Dusbaba. «Ik ben er van overtuigd dat ik nooit meer in een fijnere omgeving zal terechtkomen als bij Anderlecht. Maar ja, toen ik dan het voorbije seizoen bankzitter werd kon ik moeilijk nog blijven. Ivic verweet me dat ik niet genoeg meer voor mijn vak leefde. En inderdaad, ik ging vorig seizoen wel eens meer uit dan vroeger, ik bleef wel eens hangen in de bar van Nico de Bree. Maar zo vaak gebeurde dat niet en om te zeggen dat dit mijn conditie schaadde, dat gaat me toch te ver. Maar ik maakte wel een erg zwarte periode door toen ik na de heenronde geen basisspeler meer was. Ik ben van nature uit namelijk erg gevoelig, de minste kleinigheid trek ik me aan, ik ben op een gegeven moment echt ziek geweest van ontgoocheling. Maar ik bleef me rustig gedragen, ik wilde niet dat er via pikante verklaringen in de pers onrust in de ploeg kwam maar ik wist wel dat ik moeilijk nog een tweede seizoen als basisspeler zou kunnen fungeren. Goethals benaderde me al vrij vroeg voor een transfer maar merkwaardig genoeg wilde Ivic niet dat ik vertrok, er werd dan ook zeventien miljoen frank op mijn hoofd geplakt. En zonder de ruil met Renquin zat ik nu vermoedelijk nog bij Anderlecht. Niettemin, ik wil geen kwaad woord over Ivic zeggen, die man heeft me bij Ajax gekneed en gevormd, ik heb gewoon alles aan hem te danken. Hij leert je echt voetballen, tot in het oneindige toe laat hij je bepaalde oefeningen doen. Op het moment zelf vloek je dan wel eens maar pas later merk je hoeveel je van Ivic opsteekt. Kijk, die man is zo gek van voetbal dat hij bij bepaalde spelers echt niet sympathiek meer overkomt. Zoals nu bij Anderlecht, Oudejaarsavond gaan doorbrengen in Genval, dat zal wel niet van harte gaan. Maar de dag dat Ivic weggaat zullen ze er wel achterkomen wat ze missen».
Johnny Dusbaba («De mensen hebben inderdaad een verkeerd beeld over mij, weet je dat ik in België slechts één enkele gele kaart kreeg voor een overtreding») is niet ontevreden over zijn prestaties tijdens de heenronde met Standard. Ook al wordt hij in Luik niet op de plaats uitgespeeld waar zijn voorkeur naar uitgaat: voorstopper. «Als ik op één bepaalde man kan spelen, dan durf ik zonder pretentie zeggen dat ik die uitschakel», aldus Dusbaba. «Want iemand aan banden leggen, dat is mijn grote kracht. Ik heb het met Standard bewezen tegen bijvoorbeeld Anderlecht, Kenneth Brylle kwam er totaal niet bij te pas. Maar ja, het probleem bij Standard is dat de ploeg niet zo’n uitgebreide kern bezit, we kunnen moeilijk een paar blessures opvangen. Zo komt het dat ik een tijdje linksachter speelde en sinds we met vijf man achteraan voetballen sta ik ook wel weer in het centrum, maar als er met een zone-dekking gespeeld wordt rendeer ik naar mijn gevoel minder. Maar je begrijpt dat ik natuurlijk doe hetgeen Raymond Goethals oplegt. Ik ben dan ook niet ontevreden over de voorbije wedstrijden, maar ik weet wel dat ik tot veel meer in staat ben, dat ik het elftal eigenlijk meer moet bijbrengen. Maar ja, er wordt hier natuurlijk heel anders gespeeld, dat voortdurend jagen op de bal zoals Ivic dat vroeg, dat is er hier niet bij. Bij Standard wordt de bal meer in eigen rangen gehouden. En dat vergt uiteraard een omschakeling».
Niettemin, Standard bleef tot dusver onder de verwachtingen. Volgens Dusbaba niet alleen het gevolg van de kwetsuren die de ploeg teisteren. «Het valt me op dat de spelers tussen de trainingen hier minder samen zijn dan bijvoorbeeld bij Anderlecht», zegt hij. «Maar dat komt omdat we hier, naargelang de weersomstandigheden, voortdurend van trainingsveld moeten veranderen. Ik vind dat het ergens wel ten koste van de gezelligheid gaat. Maar dat is natuurlijk niet de oorzaak van het puntenverlies dat we leden. Wel is het opvallend dat Standard tegen grote ploegen altijd sterk speelt en juist mindere teams de punten te grabbel gooit. Dat heeft volgens mij alleen te maken met een gebrek aan concentratie. Dat merkt men trouwens tijdens de trainingen al, de week voor een wedstrijd tegen Anderlecht is de sfeer heel anders dan bijvoorbeeld voor een partij tegen Tongeren. Ergens zou dat natuurlijk niet mogen want ook een ploeg als Standard komt alleen maar tot prestaties wanneer iedereen negentig minuten keihard werkt. Maar toch verwacht ik dat we een sterke terugronde zullen spelen, zeker wanneer iedereen weer fit is. En als de nieuwe tribune en de spelers ’s middags de gelegenheid hebben om altijd samen te zijn, dan zal dit de ploeg zeker ten goede komen. Want als het dan een keer slecht gaat, dan kan je daarover in alle rust met de spelers eens praten. Let wel, trek uit deze woorden niet de conclusie dat ik niet graag bij Standard ben, tenslotte is er bij elke ploeg wel iets. Ik lig hier tot medio 1984 onder contract en zoals het er nu naar uitziet zal ik dat contract zeker uitdienen. Tenslotte streeft elke voetballer ernaar om zo lang mogelijk in een topclub mee te draaien…»
Jacques SYS