12/09/2026
πΌπ π¨ππ π§π£ππππ₯ ππ£ ππ π πππ₯ ππππ₯ πππ₯ ππππππ πππ ππ£ππππ€π₯ π€π₯πππ₯?
Deze week werd er veel gesproken over suΓ―cidepreventie. Over durven vragen, luisteren en nabij blijven.
Maar nabij blijven kan ook ontzettend veel vragen.
Van de partner. De ouder. Een broer of zus. Een vriend. Iemand die probeert mee te dragen wat eigenlijk niet over te nemen valt.
Ook zij kunnen bang zijn. Machteloos. Boos. Verdrietig. Uitgeput. Ze kunnen voortdurend alert zijn en tegelijkertijd proberen hun gewone leven verder te zetten.
En vaak gaat de aandacht begrijpelijkerwijs naar degene om wie iedereen zich zorgen maakt.
βHoe gaat het met hem?β
βHoe gaat het met haar?β
Veel minder vaak klinkt de vraag:
βEn hoe gaat het met jou?β
Ook degene die nabij blijft, heeft nabijheid nodig.
Een plek waar niet meteen oplossingen gezocht worden. Waar ook tegenstrijdige gevoelens uitgesproken mogen worden. Waar iemand even niet sterk hoeft te zijn voor de ander.
Want je kunt iemand ontzettend graag zien en het tegelijkertijd ontzettend zwaar vinden.
Ook dat mag naast elkaar bestaan.