26/02/2021
Een natuurrijke tuin in 2021?
De eerste bolletjes komen al boven de grond: sneeuwklokjes bloeien en een enkele narcis staat in de knop. Wat een mooie voorbodes van de lente. Zou je dat in je eigen tuin ook kunnen beleven? In deze blog geef ik je wat tips om het komende seizoen een beetje meer natuur in je tegeltuin te brengen.
Het voorbeeld dat me afgelopen jaar inspireerde was de tuin van Marlies, een plekje van 12 mtr2. vrijwel helemaal betegeld en met een hoge liftkoker waar je naar kijkt als je in het stoeptegeltuintje buiten zit. Zij heeft me gevraagd wat ze kan doen om haar tuin te vergroenen. We meten eerst de plek op waar ze het liefst in de zon wil zitten. Dat stukje blijft betegeld. Daarnaast is een strookje van zes tegels dat opengemaakt kan worden, een paadje van de deur naar de schuur laten we ook betegeld en aan weerszijden van het pad kan weer open grond komen. Zo ontslaat langzamerhand een klein tuintje met open plekken voor planten. Tip 1: zoek de plekjes op waar je planten of planten kunt neerzetten. De grond is zanderig onder de tegels. Deze graven we uit tot een diepte van 20 cm. Zand afvoeren in zakken die je bij een afvalstation kunt afleveren. Tip 2: neem goede tuingrond, liefst biologische want dan krijg je sneller de juiste schimmels en kleine beestjes in de grond die ervoor zorgen dat de bodem gezond wordt. Tip 3: Nu gaan we planten kiezen: zoveel mogelijk insectvriendelijke planten. Vullende bloeiende planten bijvoorbeeld, die breed uitgroeien, afgewisseld met wat hogere planten, met lange stengels en kleine bloemetjes. Planten die lang bloeien zijn ooievaarsbekken, Geranium is de Latijnse naam. De wilde soorten zij het meest aantrekkelijk voor bijen. Geranium pratense doet het goed in halfzonnige tuinen.
Verwar ze niet met de balkonplant geranium, die eigenlijk Pelargonium heet. Kies bloemen die mooi openstaan en zg. enkelvoudig zijn. Ze hebben dan maar één laag bloemblaadjes die naast en nauwelijks over elkaar heen liggen. Zo’n eenvoudige bloem heeft vaak donkere streepjes op de bloemblaadjes, zg. honingmerken waar insecten door gelokt worden. Zet er altijd minstens drie van dezelfde soort bij elkaar, dan krijg je een wat groter geheel van dezelfde kleur. Tip 4: zet planten van één soort op minstens twee plekken in je tuin. Dat geeft samenhang in kleur en vorm je tuin.
Naast een vullende plant kun je planten zetten met wat hogere en langere stengels en bloemetjes die aan de stengel zitten zoals bv. salvia’s. Salvia nemorosa OstFriesland bijvoorbeeld.
Heb je wat meer ruimte dan zijn heesters erg belangrijk om te planten: een wintergroene heester biedt een nestelplek aan vogels. Denk aan een Viburnum tinus, de sneeuwbal, die nu bloeit.
En in het najaar plant je bollen zoals crocus, sneeuwklokjes en narcissen waarmee je al vroeg kleur in je tuin hebt en waar bijen dol op zijn.
In de tuin van Marlies hebben we rond de liftkoker Photinia Red Robin geplant, een wintergroene heester met glanzend blad; in het voorjaar lopen de roodgekleurde jonge blaadjes uit. De crèmekleurige bloemschermen in mei geuren en trekken bijen aan.
Met een paar kleine aanpassingen is haar tegeltuintje omgetoverd tot een groene plek waar zij, de vogels en insecten kunnen vertoeven. Wil je meer weten over groene tuinen en wilde planten in je tuin? Stuur een mailtje naar [email protected].
Gerdien Griffioen