06/09/2026
MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT-HELDEN
Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.
Aflevering 16
Piet Knijnenburg & Arie van der Pluym
Van de Rotterdamse Meteoor tot de Leeuw van Wassenaar
Twee Nederlandse coureurs, twee generaties en twee bijzondere levensverhalen.
Arie van der Pluym werd een van de grote Nederlandse pioniers van het interbellum. Zijn carrière eindigde tragisch, precies op het moment dat hij internationaal tot de absolute top was doorgedrongen.
Piet Knijnenburg groeide na de Tweede Wereldoorlog uit tot een van de belangrijkste Nederlandse wegracers van zijn generatie. Zijn overwinning in de eerste naoorlogse Dutch TT van 1946 maakte hem tot een nationale held.
Samen vormen zij een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de Nederlandse motorsport en de TT van Assen.
PIET KNIJNENBURG
De legendarische ‘Leeuw van Wassenaar’
Piet Knijnenburg (1918–2017) behoort tot de grote Nederlandse motorcoureurs van de naoorlogse periode. Hij groeide uit tot een veelzijdige wegracer met een indrukwekkende erelijst en werd een van de bekendste Nederlandse coureurs van zijn tijd.
Zijn grote doorbraak kwam direct na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de eerste naoorlogse Dutch TT van 1946 won Knijnenburg op een BMW de prestigieuze 500cc-race. Daarmee schreef hij zijn naam definitief in de geschiedenis van de TT van Assen. Het Nationaal Archief documenteert zijn overwinning in deze eerste naoorlogse TT.
De successen bleven volgen. Knijnenburg werd zevenmaal Nederlands kampioen, waarvan vijf keer in de 500cc-klasse en tweemaal in de 350cc-klasse. Daarnaast won hij talrijke nationale en internationale wedstrijden, waaronder de Grand Prix van Brussel en de Grand Prix der Grenzen. Ook maakte hij deel uit van Nederlandse teams tijdens de Internationale Zesdaagse in Italië (1948) en Engeland (1949 en 1950).
Zijn prestaties leverden hem de bijnaam ‘De Leeuw van Wassenaar’ op. Die naam paste bij zijn reputatie als een compromisloze en strijdlustige coureur, maar ook bij de persoonlijkheid van de man achter de racer. Knijnenburg stond bekend als een harde racer, terwijl hij buiten de baan juist als een charmante en sportieve persoonlijkheid werd omschreven.
Een belangrijk deel van zijn carrière reed hij op BMW-racers. De BMW waarmee hij in 1946 de TT won, was een BMW R51RS. Die machine is later als de historische TT-winnende BMW van Knijnenburg geïdentificeerd.
Zijn loopbaan kende ook een zwaar dieptepunt. Tijdens een off-road betrouwbaarheidsrit liep Knijnenburg een schedelbasisfractuur op. Na deze zware crash besloot hij uiteindelijk een punt te zetten achter zijn actieve racecarrière.
Zijn betekenis voor de Nederlandse motorsport bleef echter groot. In 1950 ontving hij de Hans de Beaufortbeker, de hoogste onderscheiding binnen de Nederlandse motorsport.
Piet Knijnenburg overleed op 18 mei 2017, op 98-jarige leeftijd, in Leiden. Zijn overwinning in 1946, zijn zeven Nederlandse titels en zijn internationale successen maken hem tot een van de belangrijkste Nederlandse coureurs uit de eerste decennia na de oorlog.
Zijn naam blijft voor altijd verbonden met de wederopbouw van de Nederlandse motorsport én met de eerste naoorlogse overwinning op het Circuit van Drenthe.
ARIE VAN DER PLUYM
De Rotterdamse Meteoor
Arie R.K. van der Pluym (1906–1934) was een van de belangrijkste Nederlandse motorcoureurs van het interbellum. Hij werd op 6 januari 1906 geboren in Vlaardingen en groeide op in Delfshaven in Rotterdam. Al vroeg ontwikkelde hij een grote belangstelling voor techniek en motorfietsen.
Als jonge monteur leerde hij niet alleen hoe motorfietsen werkten, maar ook hoe hij ze zelf kon verbeteren. Op vijftienjarige leeftijd kocht hij een Harley-Davidson in losse onderdelen en bouwde die zelf weer op. Zijn technische aanleg en gevoel voor snelheid bleken al vroeg uitzonderlijk.
Zijn eerste wedstrijd reed hij in 1927 in Haamstede. Ondanks volledig versleten banden wist hij daar verrassend een derde plaats te behalen. Daarna ging het snel. Hij kocht een Norton en kwam daarmee uit in zowel grasbaan- als wegwedstrijden. In enkele jaren verzamelde hij ongeveer vijftig overwinningen en ereprijzen.
Zijn eerste deelname aan de Dutch TT in 1929 eindigde al in de eerste bocht met een val. Ook de TT van 1930 bracht hem geen succes. Hij reed toen op een door hemzelf geprepareerde Sunbeam, maar moest door een technisch defect de strijd staken.
Van der Pluym bleef echter doorgroeien. In 1932 werd hij Nederlands kampioen in de 500cc-klasse. Daarna kwam hij via Piet van Wijngaarden in contact met Husqvarna. Van der Pluym kreeg een fabrieksmachine en werd daarmee onderdeel van het Zweedse merk dat in deze periode een belangrijke rol speelde in de internationale wegracerij. In 1933 werd hij op Husqvarna Nederlands kampioen in zowel de 350cc- als 500cc-klasse.
Zijn internationale doorbraak kwam uiteindelijk tijdens de Dutch TT van 1934.
Op het 16,5 kilometer lange Circuit van Drenthe reed Van der Pluym in de 500cc-race naar een indrukwekkende derde plaats, achter de Belgische FN-fabrieksrijders Pol Demeuter en ‘Noir’ (Erik Haps). Daarmee stond hij op het podium van de Europese Grand Prix en bevestigde hij dat hij inmiddels tot de internationale top behoorde.
Het was het hoogtepunt van zijn carrière.
Slechts drie weken later sloeg het noodlot toe.
Op 15 juli 1934, tijdens de Grand Prix van België op het circuit van Spa-Francorchamps, kwam Van der Pluym in de derde ronde van de 500cc-race zwaar ten val in het snelle gedeelte bij Côte de Burnenville. Hij botste met zijn Husqvarna tegen een boom en overleed ter plaatse. Hij was slechts 28 jaar oud.
Zijn dood had grote gevolgen voor de Nederlandse motorsport. Omdat de coureurs tijdens de Belgische Grand Prix niet op dezelfde wijze verzekerd waren als in Assen, bleven zijn weduwe en jonge zoon zonder voldoende ondersteuning achter. De KNMV richtte daarop het Arie van der Pluym Fonds op om zijn gezin te ondersteunen. Tegelijkertijd werd internationaal aangedrongen op betere verzekeringen voor coureurs en verbeterde veiligheidsmaatregelen bij internationale wedstrijden.
Zijn successen met Husqvarna hadden bovendien ook in Zweden grote indruk gemaakt. Daar werd jarenlang om de Arie van der Pluym Cup gestreden. Zijn naam bleef daardoor ook buiten Nederland verbonden aan de pioniersperiode van de Europese wegracerij.
Op 19 juli 1934 werd Arie van der Pluym onder grote belangstelling begraven op de begraafplaats Crooswijk in Rotterdam.
Zijn bijnaam ‘De Rotterdamse Meteoor’ paste bij zijn explosieve rijstijl en zijn enorme snelheid. Zijn carrière duurde slechts enkele jaren, maar in die korte periode groeide hij uit tot een van de belangrijkste Nederlandse pioniers van de internationale motorsport.
MEMORY LANE
Twee Nederlandse coureurs, twee verschillende tijdperken.
Arie van der Pluym vertegenwoordigde de moed en het improvisatietalent van de pioniersjaren. Van een jonge monteur uit Rotterdam groeide hij uit tot fabrieksrijder voor Husqvarna en uiteindelijk tot een internationale podiumcoureur.
Piet Knijnenburg werd na de oorlog het gezicht van een nieuwe Nederlandse motorsport. Zijn overwinning in de eerste naoorlogse TT van 1946 en zijn zeven Nederlandse titels maakten hem tot een nationale grootheid.
De één kreeg nauwelijks de kans zijn carrière af te maken.
De ander groeide uit tot een levende legende.
Maar beiden schreven hun eigen hoofdstuk in de geschiedenis van de Dutch TT van Assen.
Twee Nederlandse pioniers.
Twee verschillende generaties.
Eén blijvende erfenis.
05/09/2026
DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT HELDEN
Aflevering 16
Wayne Rainey – The Master of Precision
Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.
Van Californië naar de Grand Prix
Wayne Rainey werd geboren op 23 oktober 1960 in Downey, Californië. Hij groeide op in een omgeving waarin motorsport een belangrijke rol speelde en begon al jong met minibikes en dirttrack.
Op de losse ondergrond van de Amerikaanse dirttracks ontwikkelde hij een gevoel voor balans, grip en controle dat later ook op het asfalt een belangrijk onderdeel van zijn rijstijl zou worden.
Maar Rainey was meer dan een dirttrackrijder.
Op het asfalt bleek al snel dat hij over een bijzondere combinatie beschikte van snelheid, concentratie en wedstrijdinzicht.
In 1983 veroverde hij op een Kawasaki de AMA Superbike-titel. Na het wegvallen van Kawasaki’s officiële wegraceprogramma kreeg hij van Kenny Roberts een nieuwe kans in Europa.
Die eerste Grand Prix-ervaring kwam in 1984, in de 250cc-klasse met Team Roberts Yamaha. Het seizoen leverde hem één podiumplaats en een achtste plaats in het eindklassement op.
Rainey keerde daarna terug naar Amerika.
Daar werd hij opnieuw sterker.
In 1987 werd hij voor de tweede keer AMA Superbike-kampioen, ditmaal op Honda. In datzelfde jaar won hij bovendien de Daytona 200.
Hij was klaar voor een tweede poging in Europa.
De terugkeer naar de Grand Prix
In 1988 keerde Rainey terug naar het wereldkampioenschap.
Ditmaal in de koningsklasse, de 500cc, voor Kenny Roberts’ Yamaha-team.
Het duurde niet lang voordat hij zich liet gelden.
Tijdens de Britse Grand Prix van 1988 behaalde hij zijn eerste overwinning in de 500cc. Aan het einde van zijn eerste volledige seizoen in de koningsklasse stond hij derde in het wereldkampioenschap.
De combinatie Rainey – Roberts – Yamaha bleek een succesvolle.
Een jaar later werd Rainey vicewereldkampioen achter Eddie Lawson.
Hij was definitief doorgedrongen tot de absolute wereldtop.
De rivaliteit met Kevin Schwantz
Een belangrijk hoofdstuk uit Raineys carrière werd geschreven samen met een andere Amerikaan: Kevin Schwantz.
Hun rivaliteit begon al in de Amerikaanse Superbike-racerij. In 1987 vochten zij om de AMA-titel. Een jaar later kwamen beiden terecht in de 500cc-wereld.
Schwantz reed voor Suzuki.
Rainey voor Yamaha.
Hun verschillende karakters en rijstijlen maakten de duels bijzonder.
Schwantz stond bekend om zijn spectaculaire aanvallen en uitzonderlijke lef. Rainey werd juist geroemd om zijn berekende, vloeiende en constante manier van rijden.
Maar het verschil tussen beide mannen was kleiner dan soms wordt voorgesteld.
Beiden waren absolute toppers.
En beiden konden winnen.
Mr. Consistency
Van 1990 tot en met 1992 was Rainey de te kloppen man.
Met Yamaha werd hij drie jaar achter elkaar wereldkampioen in de 500cc:
🏆 1990
🏆 1991
🏆 1992
In totaal won Rainey 24 Grands Prix in de 500cc en behaalde hij 65 podiumplaatsen.
Zijn kracht lag niet alleen in pure snelheid.
Hij kon een race lezen.
Hij kon zijn banden sparen.
Hij kon een voorsprong opbouwen en vervolgens ronde na ronde hetzelfde hoge tempo vasthouden.
Yamaha beschreef later zelfs het ontstaan van een zogenoemd “Rainey Pattern”: wanneer hij eenmaal de leiding had genomen, kon hij de race controleren en de voorsprong tot de finish vasthouden.
Dat was misschien wel de essentie van Wayne Rainey.
Geen onnodige show.
Geen overbodige beweging.
Wel snelheid, concentratie en controle.
Assen – zijn mooiste én pijnlijkste herinnering
Het oude TT Circuit Assen paste uitstekend bij Raineys rijstijl.
In 1989 behaalde hij er zijn eerste overwinning in de 500cc-Dutch TT.
Kevin Schwantz leek lange tijd op weg naar de overwinning, maar kreeg in de slotfase te maken met een technisch probleem. Rainey profiteerde en pakte de overwinning vóór Eddie Lawson en Christian Sarron.
In 1990 werd Rainey tweede achter Schwantz.
Maar vooral de TT van 1991 bleef in zijn geheugen gegrift.
Rainey reed een sterke race en leek op weg naar de overwinning. In de laatste chicane ging hij echter iets te diep en kwam hij door het gras. Schwantz profiteerde onmiddellijk en won de race. Wayne Gardner werd derde.
Jaren later zou Rainey deze race nog altijd noemen als een van de races die hij het liefst had willen overdoen.
Assen was voor hem dus meer dan alleen een succesvol circuit.
Het was een plaats waar hij won.
Maar ook een plaats waar hij een overwinning verloor.
1993 – de dag waarop alles veranderde
In 1993 ging Rainey op jacht naar zijn vierde wereldtitel op rij.
Na de Grand Prix van Tsjechië stond hij bovenaan in het kampioenschap en had hij een voorsprong van elf punten op zijn grote rivaal Kevin Schwantz.
Op 5 september 1993 volgde de Grand Prix van Italië op het circuit van Misano.
Tijdens de race kwam Rainey ten val terwijl hij aan de leiding reed.
De crash maakte een einde aan zijn carrière.
Hij liep een ernstige dwarslaesie op als gevolg van een breuk van de zesde borstwervel (T6). Sindsdien is hij vanaf de borst verlamd.
De regerend wereldkampioen zou nooit meer als Grand Prix-coureur op de baan verschijnen.
Maar zijn betrokkenheid bij de motorsport eindigde daar niet.
Een nieuw leven in de racerij
Al in 1994 keerde Rainey terug in de Grand Prix-paddock, ditmaal als teammanager.
Hij bleef betrokken bij Yamaha en begeleidde jonge rijders en technische projecten. Later werd hij een van de belangrijkste gezichten achter de ontwikkeling van de Amerikaanse wegracerij.
Sinds 2014 is hij president van MotoAmerica, de organisatie achter het Amerikaanse Superbike-kampioenschap. Daarmee bleef hij zich inzetten voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie Amerikaanse racers.
Wayne Rainey rijdt opnieuw
In 2019 stapte Rainey voor het eerst sinds zijn ongeval weer op een motor tijdens het Sound of Engine Festival op het circuit van Suzuka.
Maar in 2022 volgde een nog indrukwekkender moment.
Tijdens het Goodwood Festival of Speed keerde Rainey terug op zijn Yamaha YZR500 uit 1992, de machine waarmee hij zijn derde wereldtitel had gewonnen.
Yamaha had de motor speciaal aangepast.
De versnellingsbediening werd naar het stuur verplaatst en ook de achterrem werd met handbediening toegankelijk gemaakt. Daardoor kon Rainey de machine met zijn handen bedienen.
Hij reed vervolgens opnieuw de beroemde Goodwood-heuvel op.
Bijna dertig jaar na zijn laatste Grand Prix.
Het was geen comeback.
Het was iets anders.
Een ontmoeting tussen een kampioen en de machine waarmee hij geschiedenis had geschreven.
Wayne Rainey – The Master of Precision
3 wereldtitels.
24 Grand Prix-overwinningen.
65 GP-podiumplaatsen.
AMA Superbike-kampioen in 1983 en 1987.
Dutch TT-winnaar in Assen in 1989.
Maar zijn betekenis voor de motorsport gaat verder dan cijfers.
Wayne Rainey was een coureur die snelheid combineerde met controle en wedstrijdinzicht.
Een rijder die drie wereldtitels op rij behaalde.
Een kampioen die na zijn carrière-einde niet uit de motorsport verdween, maar juist een nieuwe rol vond binnen de sport.
En een man die uiteindelijk opnieuw op zijn Yamaha stapte.
Wayne Rainey – The Master of Precision.
Een kampioen op de baan.
En een voorbeeld van volharding daarbuiten.
30/08/2026
MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT-HELDEN
Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.
Aflevering 15
Jimmie H. Simpson & Walfried Winkler
Schotse vasthoudendheid en Duitse techniek
Tijdens de Dutch TT van 1934 schreven Jimmie H. Simpson en Walfried Winkler geschiedenis. De Schot won op zijn Norton overtuigend de 350cc-race, terwijl de Duitser op een DKW de 250cc-race én de Europese titel veroverde.
Daarmee werden zij twee van de vier coureurs die tijdens de historische TT van 1934 een Europese titel veroverden. Yvan Goor werd Europees kampioen in de 175cc-klasse, Walfried Winkler in de 250cc-klasse, Jimmie Simpson in de 350cc-klasse en Pol Demeuter in de 500cc-klasse.
Twee landen, twee verschillende karakters en één onvergetelijke TT maakten deze editie tot een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de internationale motorsport.
Jimmie H. Simpson
De onverzettelijke Schot
Jimmie H. Simpson werd in 1898 geboren in Carstairs, Schotland. Hij groeide uit tot een van de succesvolste Britse motorcoureurs van de jaren twintig en dertig.
Zijn carrière begon op de legendarische Isle of Man TT, waar hij al vroeg zijn uitzonderlijke snelheid liet zien. Materiaalpech ontnam hem meerdere keren een goed resultaat en bezorgde hem de bijnaam “Unlucky Jim”.
Als fabrieksrijder van AJS behaalde Simpson zijn eerste grote successen. In 1929 maakte hij de overstap naar Norton, waarmee hij zijn naam definitief vestigde. Zijn technische beheersing, snelheid en aanvallende rijstijl maakten hem tot een van de meest gerespecteerde coureurs van zijn generatie.
Simpson werd viermaal Europees kampioen in de 350cc-klasse en veroverde daarnaast in 1926 de Europese titel in de 500cc-klasse. Daarmee verzamelde hij in totaal vijf Europese titels.
Een historisch hoogtepunt volgde in 1931, toen Simpson de eerste coureur werd die op de beroemde Snaefell Mountain Course op het Isle of Man een ronde aflegde met een gemiddelde snelheid van 80 mijl per uur. Daarmee schreef hij opnieuw geschiedenis op het legendarische stratencircuit.
Zijn grootste succes op Nederlandse bodem behaalde hij tijdens de Dutch TT van 1934. Op zijn Norton won hij overtuigend de 350cc-race en stelde daarmee tevens zijn vierde Europese titel in deze klasse veilig. Het was bovendien zijn vijfde en laatste Europese kampioenschap.
Ook op de Isle of Man kende Simpson in 1934 een bijzonder moment. Hij won dat jaar de Lightweight TT op een Rudge, waarmee hij eindelijk ook een Isle of Man TT-overwinning aan zijn indrukwekkende palmares toevoegde.
Na zijn actieve loopbaan bleef Simpson nauw betrokken bij de racerij, onder meer via de race-afdeling van Shell. Zijn naam leeft voort in de Jimmie Simpson Trophy, die wordt uitgereikt aan de coureur die tijdens de TT-meeting de snelste ronde rijdt.
Jimmie H. Simpson bleef daarmee niet alleen herinnerd als een uitzonderlijk snelle coureur, maar ook als een technisch begaafde en onverzettelijke racer die tot de absolute top van het vooroorlogse motorracen behoorde.
Walfried Winkler
De Duitse pionier
Walfried Winkler werd in 1904 in Chemnitz geboren en behoorde tot de eerste generatie Duitse motorcoureurs die internationaal doorbrak.
Als fabrieksrijder van DKW stond hij bekend om zijn technische inzicht, nauwkeurigheid en beheerste rijstijl. Daarmee paste hij uitstekend bij de snel groeiende technische ambities van de Duitse motorindustrie.
Zijn grote internationale doorbraak kwam tijdens de Dutch TT van 1934. Op zijn DKW won Winkler overtuigend de 250cc-race en veroverde hij tegelijkertijd de Europese titel in de 250cc-klasse.
Daarmee werd hij één van de vier Europese kampioenen die tijdens de TT van 1934 in Assen werden gekroond. Zijn overwinning onderstreepte niet alleen zijn eigen kwaliteiten als coureur, maar ook de internationale kracht van de Duitse motorindustrie.
In de jaren daarna bleef Winkler succesvol op nationale en internationale circuits. Hij groeide uit tot een van de belangrijkste Duitse coureurs van het midden van de jaren dertig en leverde een belangrijke bijdrage aan de internationale reputatie van de Duitse motorsport.
Na zijn racecarrière bleef hij actief binnen de motorwereld. Walfried Winkler overleed op 14 januari 1982, nadat hij op 77-jarige leeftijd betrokken was geraakt bij een verkeersongeval nabij Heßdorf.
Zijn naam bleef verbonden aan de pioniersjaren waarin Duitse coureurs en fabrikanten zich definitief een plaats verwierven op het internationale toneel.
MEMORY LANE
De Dutch TT van 1934 bracht verschillende stromingen binnen de internationale motorsport samen.
Jimmie H. Simpson vertegenwoordigde de ervaring, snelheid en onverzettelijkheid van de Britse en Schotse racers. Walfried Winkler stond voor de technische ontwikkeling en internationale ambities van de opkomende Duitse motorsport.
Beiden werden in Assen Europees kampioen. Daarmee waren zij twee van de vier Europese kampioenen van de Dutch TT van 1934 – naast Yvan Goor en Pol Demeuter.
Het was een TT waarin vier landen niet, maar uiteindelijk vier Europese titels werden verdeeld over coureurs uit verschillende nationale motorsporttradities. Juist daardoor vormt 1934 een van de meest bijzondere edities uit de vroege geschiedenis van de TT van Assen.
Twee landen. Twee kampioenen. Eén historische TT.
Hun verhalen leven voort.
En precies daarom blijven wij ze vertellen.
29/08/2026
DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT HELDEN
Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.
Aflevering 15
RON HASLAM
Rocket Ron – de man die nooit opgaf
Er zijn coureurs die races winnen.
Er zijn coureurs die kampioenschappen winnen.
En er zijn coureurs die vooral worden herinnerd omdat zij gedurende tientallen jaren op het hoogste niveau bleven presteren.
Ron Haslam behoort tot die laatste categorie.
Meer dan dertig jaar lang stond de Brit aan de start van races op circuits over de hele wereld. Hij reed op stratencircuits, tijdens de Isle of Man TT, in de Grand Prix-wegracerij en in endurance- en superbikeraces.
Hij was snel, technisch veelzijdig en onverzettelijk.
En hij groeide uit tot een van de bekendste Britse racers van zijn generatie.
Zijn bijnaam werd uiteindelijk net zo bekend als zijn naam:
Rocket Ron.
Een jongen uit Langley Mill
Ronald Haslam werd op 22 juni 1956 geboren in Langley Mill, Derbyshire, vlak bij de grens met Nottinghamshire. Hij groeide op in een groot gezin met tien kinderen.
Op vijftienjarige leeftijd begon hij in 1972 met racen. Zijn eerste wedstrijden reed hij op een 750cc Norton Commando van zijn oudere broers Phil en Terry.
Tijdens zijn eerste races op Cadwell Park eindigde hij zevende en achtste, onder natte en gladde omstandigheden.
Het was het begin van een opmerkelijke carrière.
Tegenslagen
Haslams carrière kende ook een donkere kant.
In juli 1974 kwam zijn oudere broer Phil om het leven tijdens een race op Oliver’s Mount in Scarborough. Haslam trok zich daarop voor de rest van dat seizoen terug uit de racerij.
Tien jaar later sloeg het noodlot opnieuw toe.
In 1984 kwam zijn broer Terry om het leven tijdens een zijspanrace op het TT Circuit Assen.
Ondanks deze zware verliezen bleef Ron Haslam racen.
Die volharding werd een kenmerk van zijn carrière.
De Britse alleskunner
Haslam was geen specialist die zich tot één categorie beperkte.
Hij reed in uiteenlopende klassen en disciplines, van kleinere Grand Prix-klassen tot 500cc, superbikes, Formula-races, endurance en de TT.
In de Britse racerij bouwde hij in de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig een indrukwekkend palmares op. Hij werd onder meer TT Formula One-wereldkampioen in 1979 en 1981 en TT Formula Three-wereldkampioen in 1980. Daarnaast veroverde hij meerdere Britse titels.
Zijn veelzijdigheid maakte hem bijzonder waardevol voor fabrieksteams.
Haslam kon zich aanpassen aan verschillende motoren, circuits en omstandigheden.
Honda en de stap naar Grand Prix
In 1983 maakte Haslam zijn volledige overstap naar het wereldkampioenschap 500cc.
Honda nam hem dat jaar op in het officiële werksteam met de Honda NS500. Hij werd daarmee een van de vier Honda-werkrijders in de 500cc-klasse.
De NS500 was Honda’s revolutionaire tweetakt-V3 waarmee Freddie Spencer in 1983 de 500cc-wereldtitel veroverde. Haslam reed eveneens met deze machine en won dat jaar onder meer de Macau Motorcycle Grand Prix.
Daarmee bewees hij dat zijn snelheid op Britse circuits ook op het internationale Grand Prix-podium overeind bleef.
Assen – een van zijn sterkste Grand Prix-resultaten
Voor Nederlandse TT-liefhebbers werd Haslam een vertrouwde verschijning.
Zijn beste resultaat in de 500cc-Dutch TT behaalde hij in 1985.
In een natte en zware race werd Randy Mamola eerste, Ron Haslam tweede en Wayne Gardner derde. Haslam finishte ruim voor Gardner.
Het was een van de sterkste Grand Prix-resultaten uit zijn carrière.
Assen was bovendien een circuit waar hij al eerder belangrijke successen had geboekt in andere categorieën.
Van Honda naar ELF
Na zijn Honda-periode werd Haslam nauw betrokken bij het bijzondere ELF-project.
In 1986 reed hij met de experimentele ELF3, voorzien van een Honda NS500-motor en een afwijkend chassisconcept. ELF maakte hem dat jaar officieel tot fabrieksrijder van het project.
Haslam was daarbij meer dan alleen de man die de motor tijdens races bestuurde.
Zijn ervaring en technische feedback waren belangrijk voor de verdere ontwikkeling van de bijzondere ELF-machines.
In 1987 reed hij met de ELF4 en eindigde hij als vierde in het 500cc-wereldkampioenschap – zijn beste eindklassering in de Grand Prix-carrière.
Wereldsnelheidsrecords
In 1986 was Haslam bovendien betrokken bij een heel ander ELF-project.
Met de gestroomlijnde ELF-R werden op het testcircuit van Nardò in Italië zes wereldsnelheidsrecords gevestigd. De machine overschreed daarbij de grens van 200 mph.
Het was opnieuw een bewijs van de veelzijdigheid van Haslam: hij was niet alleen Grand Prix-coureur, maar ook betrokken bij technische ontwikkelingen en recordpogingen.
Macau – zes overwinningen
Een van de meest indrukwekkende onderdelen van zijn carrière speelde zich af in Macau.
Haslam won de Motorcycle Grand Prix van Macau zes keer uit zes deelnames:
1981 – 1982 – 1983 – 1985 – 1986 – 1987.
Na zijn eerste drie opeenvolgende overwinningen keerde hij in 1985 terug en won vervolgens opnieuw drie keer achter elkaar. Daarmee sloot hij zijn Macau-carrière af met een uitzonderlijke honderdprocentscore.
Macau werd daardoor onlosmakelijk verbonden met de naam Rocket Ron.
Grand Prix-held zonder wereldtitel
Haslam werd nooit wereldkampioen in de 500cc-klasse.
Toch laten zijn Grand Prix-resultaten zien hoe hoog zijn niveau was.
Hij reed 107 Grand Prix-races, behaalde negen podiumplaatsen en eindigde 61 keer in de top tien.
Zijn beste wereldkampioenschapsklassering was de vierde plaats in 1987, achter Wayne Gardner, Randy Mamola en Eddie Lawson.
In dat seizoen reed hij met de ELF4 en liet hij zien dat een technisch experimentele machine zich kon meten met de gevestigde Grand Prix-fabrikanten.
Norton – een bijzonder laatste hoofdstuk
Begin jaren negentig keerde Haslam nog eenmaal terug naar het Grand Prix-toneel.
In 1991 reed hij tijdens zijn thuis-Grand Prix op Donington Park met de bijzondere Norton NRS588, een machine met rotatiemotor.
Hij finishte als twaalfde.
Daarmee behaalde Norton zijn eerste WK-punten sinds 1971.
Het was een passend hoofdstuk voor een coureur die gedurende zijn hele carrière bereid was geweest om bijzondere en technisch uitdagende motoren te proberen.
Een nieuwe generatie
Na zijn actieve Grand Prix-carrière bleef Haslam nauw verbonden met de motorsport.
Zijn Ron Haslam Race School, jarenlang gevestigd op Donington Park, groeide uit tot een belangrijke opleidingsplek voor motorrijders en racers.
Gedurende de 24 jaar dat de school actief was, kregen daar meer dan 86.000 rijders en racers instructie. De University of Derby benadrukte dat onderdeel van zijn loopbaan toen Haslam in 2023 een eredoctoraat ontving.
Daarmee bleef hij zijn ervaring doorgeven aan een nieuwe generatie.
Rocket Ron
Ron Haslam werd geen wereldkampioen in de 500cc.
Maar dat vertelt slechts een deel van het verhaal.
Hij won wereldtitels in de TT, veroverde Britse kampioenschappen, won zes keer Macau, stond negen keer op het 500cc-Grand-Prixpodium en eindigde als vierde in het wereldkampioenschap van 1987.
Hij reed Honda’s NS500, werkte mee aan het revolutionaire ELF-project, vestigde wereldsnelheidsrecords en bracht uiteindelijk zelfs de bijzondere Norton-rotatiemotor naar WK-punten.
Zijn carrière werd gekenmerkt door snelheid, veelzijdigheid en vooral volharding.
Ron Haslam – Rocket Ron.
De man die nooit opgaf.
23/08/2026
MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT-HELDEN
Iedere week weer een nieuw hoofdstuk uit de rijke geschiedenis van de TT van Assen.
Aflevering 14
De Belgische jaren
Yvan Goor & Pol Demeuter
Toen België de Dutch TT domineerde
De Dutch TT van 1934 betekende veel meer dan alleen een nieuwe editie van de internationale races op het Circuit van Drenthe. Het werd het jaar waarin de Belgische motorsport een uitzonderlijk hoogtepunt bereikte. Belgische coureurs wonnen in Assen twee van de vier Europese titels en drukten daarmee een beslissend stempel op de internationale motorsport.
Twee namen sprongen daarbij boven iedereen uit: Yvan Goor en Pol Demeuter. De één was een ervaren pionier die vanuit de wielersport was doorgestroomd naar de internationale motorsport en tweemaal Europees kampioen zou worden. De ander vertegenwoordigde een nieuwe generatie Belgische fabrieksrijders en beleefde in Assen het hoogtepunt van zijn carrière, die slechts een week later een tragisch einde zou vinden.
Hun verhalen vormen samen een bijzonder hoofdstuk in de rijke geschiedenis van de Dutch TT.
Yvan Goor
Van Belgisch wielerkampioen naar tweevoudig Europees kampioen
Toen Yvan Goor op 30 november 1884 in Verviers werd geboren, kon niemand vermoeden dat hij zou uitgroeien tot één van de grote pioniers van de Belgische motorsport. Zijn eerste sportieve successen behaalde hij namelijk niet op een motor, maar op de wielerbaan.
Als jonge renner ontwikkelde Goor zich tot een uitblinker in het stayeren, een spectaculaire discipline waarbij wielrenners op hoge snelheid achter een gemotoriseerde gangmaker reden. Zijn uitzonderlijke gevoel voor snelheid leverde hem in 1910 en 1911 de Belgische titel in het stayeren op.
Na de Eerste Wereldoorlog verschoof zijn belangstelling steeds meer naar de motorsport. Halverwege de jaren twintig maakte hij definitief de overstap naar het internationale wegracen. Zijn ervaring, technische kennis en beheerste rijstijl maakten hem al snel tot één van de sterkste Belgische coureurs van zijn generatie.
Zijn eerste grote internationale bekroning volgde in 1930, toen hij op een DKW Europees kampioen werd in de 175cc-klasse. Daarmee vestigde hij definitief zijn naam tussen de Europese topcoureurs.
Vier jaar later beleefde Goor één van de mooiste dagen uit zijn loopbaan tijdens de Dutch TT van 1934. Op het snelle Drentse stratencircuit reed hij een beheerste wedstrijd. Met zijn Benelli won hij de 175cc-race en stelde hij daarmee opnieuw de Europese titel in deze klasse veilig.
Opmerkelijk was het volledig Belgische podium. Achter Goor eindigden zijn landgenoten Gaston Barbé en Maurice van Geert, waardoor de eerste drie plaatsen in de 175cc-race allemaal naar Belgische coureurs gingen.
Daarmee bevestigde België zijn positie als één van de toonaangevende motorsportlanden van Europa. De overwinning van Goor betekende bovendien zijn tweede Europese titel in de 175cc-klasse.
Na zijn actieve carrière bleef Yvan Goor een gerespecteerd gezicht binnen de Belgische motorsport. Hij overleed op 20 maart 1958 in Luik, maar zijn naam bleef voortleven als één van de grondleggers van het Belgische internationale wegracen.
Zijn loopbaan vormt een uitzonderlijk verhaal: van Belgisch wielerkampioen tot tweevoudig Europees kampioen op de motor.
Pol Demeuter
De Europese kampioen die zijn grootste overwinning met zijn leven betaalde
Leopold “Pol” Demeuter werd op 9 mei 1904 geboren in Ganshoren en groeide uit tot één van de grootste Belgische motorcoureurs van de jaren dertig. Als fabrieksrijder van FN Herstal, destijds het vlaggenschip van de Belgische motorindustrie, ontwikkelde hij zich razendsnel tot een vaste waarde in de internationale 500cc-klasse.
In 1933 eindigde hij als vice-Europees kampioen in de 500cc-klasse. Alles wees erop dat hij klaar was voor de volgende stap.
Die kwam tijdens de Dutch TT van 1934.
Op het Circuit van Drenthe reed Demeuter een indrukwekkende wedstrijd in de prestigieuze 500cc-klasse. Met zijn krachtige FN combineerde hij snelheid met perfecte machinebeheersing en liet hij de internationale concurrentie achter zich.
Zijn overwinning leverde hem niet alleen de TT-zege op, maar tevens de Europese titel in de 500cc-klasse.
Voor België betekende het een historische dag. Zowel in de 175cc- als in de 500cc-klasse ging de Europese titel naar een Belgische coureur. Yvan Goor en Pol Demeuter bezorgden België daarmee een unieke dubbel tijdens één Dutch TT.
Het succes kreeg echter een dramatisch vervolg.
Een week later verscheen Demeuter aan de start van de Grand Prix van Duitsland op het Badberg-Viereck bij Hohenstein-Ernstthal, het circuit dat later bekend zou worden als de Sachsenring. De wedstrijd werd overschaduwd door meerdere zware ongevallen.
Zijn FN-teamgenoot Erik “Noir” Haps kwam tijdens de wedstrijd dodelijk ten val. Nadat het team hiervan op de hoogte was gebracht, probeerde men Demeuter met een signaal van zijn team uit de race te halen. Hij begreep het signaal echter verkeerd en zette zijn wedstrijd voort.
Kort daarna verloor hij de controle over zijn motor en kwam zwaar ten val. Demeuter werd naar het ziekenhuis gebracht, waar hij de volgende ochtend aan zijn verwondingen overleed.
Hij was 30 jaar oud.
Zijn overlijden maakte diepe indruk in de internationale motorsport. België verloor niet alleen zijn kersverse Europese kampioen, maar ook één van de grote talenten van zijn generatie.
Zijn overwinning in Assen werd daarmee de mooiste én laatste triomf van zijn korte carrière.
Slot
De Dutch TT van 1934 zal voor altijd herinnerd worden als het Belgische jaar.
Yvan Goor bewees dat ervaring, techniek en doorzettingsvermogen konden leiden tot blijvend succes. Pol Demeuter liet zien hoe een nieuwe generatie Belgische fabrieksrijders de internationale top had bereikt.
Hun levens liepen totaal verschillend, maar kwamen samen op één historische dag in Assen. Daar bezorgden zij België een unieke dubbel: twee Europese titels tijdens één Dutch TT.
Een week later sloeg het noodlot toe. Erik Haps kwam om het leven tijdens de Duitse Grand Prix en Pol Demeuter overleed aan zijn verwondingen. Daarmee kreeg de overwinning in Assen voor Demeuter een tragische betekenis.
De editie van 1934 kreeg zo een blijvende plaats in de geschiedenis van de TT van Assen: een jaar van Belgische triomf, internationale erkenning en uiteindelijk ook groot verlies.
Hun verhalen leven voort.
En precies daarom blijven wij ze vertellen.