18/08/2026
Vorig jaar wilde ik vooral dat ze stopte met gillen.
Deze vakantie lag mijn dochter in bed en begon ze ineens heel hard te gillen.
Ze wilde een boekje lezen met de zaklamp. Terwijl we daarvoor al een half uur boekjes hadden gelezen en als ze eenmaal in bed ligt geen boekje meer zelf leest.
Ze was boos. Heel boos.
En ze bleef gillen. Volgens mij wel twintig minuten lang.
Op een camping. In een tent. Met mensen om ons heen die alles konden horen.
Vorig jaar had dit me enorm geraakt.
Dan voelde ik de spanning in mezelf oplopen en wilde ik vooral dat ze stil werd.
Straks horen de mensen om ons heen alles.
Vinden ze me een slechte moeder?
Of vinden ze mijn kind vervelend?
Ze moet nu echt stoppen.
En voor ik het wist, ging ik mee in haar onrust. Werd ik zelf ook boos en gefrustreerd.
Maar deze keer gebeurde er iets anders.
Ik voelde dat ik rustig kon blijven.
Ze mocht boos zijn.
Ze mocht huilen.
Ze mocht zelfs gillen.
Ik hoefde het niet te stoppen.
En wat de mensen om onze tent daarvan zouden vinden, was op dat moment niet belangrijker dan wat mijn dochter nodig had.
Want zij had niet iemand nodig die haar vertelde dat ze rustig moest worden.
Ze had iemand nodig die rustig bij háár kon blijven. Die haar kon reguleren.
En dit keer kon ik dat.
Niet omdat haar gedrag anders was.
Maar omdat er iets in míj veranderd is.
En misschien was dát wel één van mijn mooiste overwinningen van deze vakantie.