19/09/2026
Loop je 3 keer per week en wil je sneller en fitter worden? Dan zou ik niet zomaar drie willekeurige rondjes lopen.
Geef iedere training een duidelijk doel.
π 1. Rustige duurloop
Dit is waarschijnlijk de training waarbij je het gevoel hebt dat je niet zo veel doet, terwijl deze kilometers juist ontzettend waardevol zijn.
Loop op een comfortabel tempo waarbij je nog makkelijk kunt praten. Je werkt hiermee aan je aerobe basis en kunt trainingsvolume opbouwen zonder je lichaam iedere keer zwaar te belasten.
Je hoeft dus niet na iedere training kapot thuis te komen om progressie te maken.
β‘ 2. Kwaliteitstraining
EΓ©n training per week mag wat intensiever zijn.
Denk bijvoorbeeld aan intervallen, een tempotraining of blokken rond je wedstrijdtempo. Hiermee geef je je lichaam een andere prikkel dan tijdens je rustige kilometers en werk je gericht aan snelheid en het langer volhouden van een hoger tempo.
Welke kwaliteitstraining je kiest, hangt af van je doel. Iemand die sneller wil worden op de 5 km heeft andere trainingen nodig dan iemand die voor een marathon traint.
β±οΈ 3. Lange duurloop
Hier bouw je stap voor stap je duurvermogen verder mee op.
Je leert je lichaam om langer achter elkaar te blijven lopen en bouwt de belastbaarheid op die je nodig hebt voor langere afstanden.
Maar maak niet de fout om van iedere lange duurloop een wedstrijd te maken. Het grootste gedeelte mag gewoon rustig.
Waarom vind ik deze verdeling zo sterk?
Omdat je niet drie keer dezelfde trainingsprikkel geeft.
Je hebt rustige kilometers om je basis op te bouwen, een intensievere training om gericht aan je snelheid te werken en een langere training om je duurvermogen te ontwikkelen.
En daar zit uiteindelijk de kracht in niet iedere training harder proberen te lopen, maar verschillende trainingen gebruiken voor verschillende doelen.
Natuurlijk is dit geen universeel schema. Hoe lang, hoe hard en hoeveel je precies moet lopen hangt af van je niveau, doel, trainingsverleden en hoeveel je kunt herstellen.