09/09/2026
Feedback geven en feedback ontvangen blijft vaak lastig.
Als pedagogisch coach help ik een professional die het spannend vindt om collega’s feedback te geven niet door meteen te leren hoe ze feedback moet geven, maar eerst onderzoeken waarom zij/hij het niet durft.
Vaak zit daar onzekerheid, angst voor afwijzing of de overtuiging “wie ben ik om iets van een ander te zeggen?” onder.
Mijn Coachingsaanpak
1. Eerst veiligheid creëren
* Wat maakt feedback geven spannend voor jou?
* Waar ben je bang voor dat er geb***t?
* Wat denk je dat de collega van jou vindt?
* Wanneer lukt het je wél om iets te zeggen?
* Wat heb jij nodig om je veilig genoeg te voelen?
2. De overtuiging onderzoeken
Bijvoorbeeld:
“Ik wil niet betuttelend overkomen.”
“Straks wordt ze boos.”
“Zij werkt hier al veel langer.”
Dan onderzoeken we samen:
Is dit een feit of een gedachte?
Wat zou er gebeuren als je feedback ziet als samenwerken in plaats van corrigeren?
Een belangrijke verschuiving kan zijn:
Feedback geven betekent niet dat jij het beter weet. Het betekent dat je samen verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit van de opvang.
3. Feedback heel concreet maken
Leer haar werken met:
waarneming → effect → vraag.
Niet:
“Je bent wel erg streng tegen de kinderen.”
Wel:
“Ik zag dat je tegen Sam zei: ‘Nu moet je gewoon luisteren.’ Ik merkte dat hij daarna stil werd en zich terugtrok. Ik vroeg me af wat je op dat moment bij hem zag. Zullen we samen kijken hoe je daar ook anders op zou kunnen reageren?”
Zo wordt het geen oordeel over de collega, maar een professioneel gesprek over het pedagogisch handelen.
4. Oefenen in kleine stappen
Ik maak gebruik van een soort feedbackladder:
Stap 1 – Benoemen
“Ik zag iets gebeuren…”
↓
Stap 2 – Nieuwsgierig vragen
“Wat maakte dat je dit zo aanpakte?”
↓
Stap 3 – Eigen observatie delen
“Ik zag dat het kind daarna…”
↓
Stap 4 – Samen onderzoeken
“Wat zou een andere mogelijkheid kunnen zijn?”
↓
Stap 5 – Feedback geven
“Mag ik je vertellen wat mij opviel?”
Dat laatste is vaak een mooie tussenstap voor iemand die feedback geven spannend vindt.
5. Maak het onderdeel van de teamcultuur
Het doel is uiteindelijk niet:
“Ik moet mijn collega feedback durven geven.”
Maar:
“Wij mogen elkaar aanspreken omdat we allemaal willen bijdragen aan goede pedagogische kwaliteit.”
Daarbij kun je met het team afspraken maken zoals:
* We spreken met elkaar, niet over elkaar.
* We beschrijven wat we zien, niet wie iemand is.
* We zijn nieuwsgierig voordat we oordelen.
* Feedback gaat over gedrag en handelen, niet over de persoon.
* Feedback ontvangen is geen aanval.
* Iedereen mag vragen: “Kun je uitleggen wat je precies zag?”
Een mooie coachvraag is:
“Wat zou er veranderen wanneer je feedback niet meer ziet als iemand aanspreken, maar als samen kijken naar wat een kind nodig heeft?”
Dit is mijn visie als pedagogisch coach niet de professional beoordelen, maar samen onderzoeken wat het pedagogisch handelen betekent voor het kind.
Je geeft feedback op handelen of gedrag en gaat niet over de persoon zelf.