28/09/2026
Een grote terreinwagen, kano op het dak, blokkeert het pad. Daarachter: een leuke knul in lieslaarzen, die fluitend een g*t graaft in de zij-oever van de Tongelreep.
Hij blijkt een rattenval te plaatsen. Maar niet voor de bruine en zwarte ratten die bij ons de perenbomen beklimmen – waar filmpjes over viral gaan in de buurtapp. ‘Ik wil u niet bang maken, mevrouw, maar die zijn veel groter! Wij vangen
muskusratten”, verklaart de jongeman.
Hij laat me zien hoe de val werkt. Het is een soort afwasrekje dat in de oever wordt geplaatst. Muskusratten klimmen door het luikje, op zoek naar een doorgang. Daarna kunnen ze niet meer terug. Eenden en vissen worden op de heenweg al tegengehouden
en kunnen hun gezwem door het water vervolgen.
Ik geniet van zijn enthousiasme, terwijl mijn brein ondertussen begint te visualiseren hoe het er na een paar dagen moet uitzien in dat kooitje, ingegraven in de oever.
Vijfentwintig jaar werkte hij als hovenier (waarop ik mijn woordkeuze van ‘knul’ en
‘jongeman’ redelijkerwijze moet bijstellen, hij is bijna even oud als ik. Maar goed, voelen we ons niet allemáál 26 vanbinnen?). Op een mooi landgoed, maar uiteindelijk was
hij toe aan wat nieuws, zoals dat gaat. ‘Ik ben helemaal vrij in deze functie. Ik kies waar ik die dag werk, of ik de boot pak of niet, ik ben de héle dag buiten’, vertelt hij stralend.
Ik beaam hoe heerlijk het is om buiten te werken. Al lijkt me het legen van de kooitjes niet het meest toegankelijke deel van dit werk.
Toch is ook dit betekenisvol: van overheidswege moeten alle muskusratten – exoten -
geruimd worden. Ze vormen een bedreiging voor onze wateren, dijken en gebouwen.
Nadat ik heb verteld over mijn werk als wandelcoach, vervolg ik mijn weg. Dankbaar dat ik mensen mag helpen bij het vinden van hun weg in rouw en verlies. En dat er andere
vaklieden zijn die zich bekommeren om de veiligheid van onze wateren.
PS: de rat op de foto komt niet voor in dit verhaal