23/06/2024
Viering van Sint Jan. Mooi feest.
"Samen op weg naar het Sint Jansfeest"
Het esoterische feest van de zomer
"Het Johannesfeest op 24 juni"
Oude feesten in ere hersteld
In de kring van het Esoterisch Christendom worden
een paar oude feesten die meer en meer in de vergetelheid
zijn geraakt, weer in ere hersteld en met toewijding gevierd.
Zo bijvoorbeeld het feest van de grote aartsengel Michaël
op 29 september, of het feest van Sint Maarten
op 11 november, maar ook het Johannesfeest op 24 juni.
Deze oude feesten werden als het ware van onder het stof
der eeuwen vandaan gehaald, schoongepoetst en van een
nieuwe g***s voorzien. Want juist in de rituelen van deze
oude feesten bleven nog zoveel verborgen esoterische
inzichten bewaard. Dat is ook het geval met het Johannesfeest,
of, zoals het met name in katholieke kring genoemd wordt,
het feest van Sint Jan dat midden in de zomer, rond de zomerzonnewende, wordt gevierd. Het is een eeuwenoud feest
dat met name in de Oosters-Orthodoxe Kerk, in Oost-Europa,
grote bekendheid kreeg.
Een nieuw begin na de zomerzonnewende
Op het Johannesfeest of het feest van Sint-Jan, wanneer
de dagen het langst zijn en de nachten het kortst, worden
er nog steeds in vele streken van Europa vuren ontstoken:
op de toppen van de bergen, maar ook in de dalen, waar
de mensen bijeenkomen.
Daar dansen zij rond een groot vuur. Als in vroeger tijden
een jongen en een meisje bij het Sint Jansfeest hand in
hand over het vuur sprongen, was hun band voor eeuwig
bezegeld.
Ook was het op dit feest voor vrouwen mogelijk een vrijer
te vinden. En wist een vrouw een man te strikken, dan werd
deze mijn Sint-Jan genoemd.
Op het Sint-Jansfeest lieten de mensen voor een keer hun
fatsoen thuis en lieten zij zich in vervoering brengen door
de zomerzotheid, de extase die de kortste nacht van het jaar
met zich meebracht. Tot aan de zomerzonnewende, vlak voor
het Johannesfeest, klimt de zon aan de hemel en trekt steeds grotere kringen langs de hemel. Kosmische krachten
ontvouwen zich en nemen daarbij ook mens en natuur mee
in een uitbundige ontvouwing van hun wezen.
Maar na de zomerzonnewende en na het Johannesfeest
begint er een heel ander proces: dat van afdaling, van inkeer,
van rijping in plaats van groei. De zon is nu over haar hoogtepunt heen en begint steeds kleinere kringen langs de hemel te trekken.
Anders gezegd: tot aan de zomerzonnewende leven wij
dankzij de groeikrachten in de natuur uitbundig, naar buiten
toe gekeerd. We koesteren ons in de toenemende kracht van
de zon en genieten van wat de zomerse natuur ons schenkt.
Maar als na de zomerzonnewende de zomerse krachten
beginnen af te zwakken en de tijd van rijping begint, moeten
wij ons naar binnen keren, om daar de verbinding te zoeken
met de krachten die ons nu verder kunnen helpen:
de krachten van de innerlijke Christus.
Het Johannesfeest markeert het grote keerpunt in de tijd:
van buiten naar binnen, ofwel van een steeds verder naar
buiten getrokken worden, tot aan een extase toe, naar een
leven dat zich vooral op het innerlijk richt.
De Gregoriaanse kalender
Vroeger werd de zomerzonnewende, het grote keerpunt
in de zomertijd, op 24 juni gevierd: op het Johannesfeest zelf.
Het Johannesfeest viel dus van oudsher samen met de zomerzonnewende.
Tegenwoordig, en wel sinds de Gregoriaanse kalender werd ingevoerd, in Nederland omstreeks 1700, vieren we de zomerzonnewende drie dagen eerder, op 21 juni.
Maar bij die wijziging bleef het Johannesfeest gewoon
op 24 juni staan, drie dagen ná de zomerzonnewende dus.
Dat betekent dat het Johannesfeest tegenwoordig onze
aandacht na de extase van de midzomernacht,
de Midsomer Night´s Dream,'' vooral richt op dat nieuwe
begin van inkeer, van bezinning en rijping dat nu begonnen is. [1]
Een reus met een zware baard
Velen denken bij Johannes of Sint Jan meteen aan de discipel Johannes, de geliefde leerling en intieme vriend van Jezus
Christus. Maar het Johannesfeest is niet aan hem gewijd, maar
aan die andere Johannes: Johannes de Doper, de voorloper van Jezus Christus die hem doopte in de Jordaan. Johannes de Doper was een bijzonder mens: met zijn geestelijke krachten, en die
bezat hij in overvloedige mate, mocht hij de weg banen voor de kosmische Zonnegeest, de Christus, die vanuit hoge geestelijke werelden neerdaalde tot in de sfeer van de aarde om zich bij de doop in de Jordaan te verbinden met de mens Jezus van Nazareth. Het bijzondere van Johannes was dat zijn geestelijke krachten zoveel groter waren dan die van andere mensen.
Alleen dankzij die krachten was het voor hem mogelijk om
die grootse opdracht te volbrengen: het begeleiden van de kosmische Christus, de Zonnegeest, tot in het lichaam
van Jezus van Nazareth. Tijdgenoten van Johannes die nog
over helderziende vermogens beschikten, zagen, hoe zijn geestelijke lichaam (zijn aura) ver boven hem uitrees en hem
het aanzien gaf van een reus. Het is vanwege deze grootse geestelijke krachten dat Jezus een bijzondere uitspraak over Johannes doet: Onder hen, die uit vrouwen geboren zijn,
is niemand groter dan hij. [2]
Op oude schilderijen wordt hij vanwege dat hoog oprijzende geestelijke lichaam afgebeeld als een reus in de kracht van
zijn leven, getooid met een zware baard, en dat terwijl hij
nog jong was: pas dertig jaar, toen hij stierf.
Maar de schilders uit die oude tijden hebben dan ook geen gelijkende afbeelding willen maken van Johannes, maar de geheimen tot uitdrukking willen brengen die met hem
verbonden zijn.
Grünewald en de beide Johannessen
De beroemde schilder Matthias Grünewald beeldde de beide Johannesen; Johannes de Doper en Johannes de discipel,
af aan de voet van het kruis, de een links, de ander rechts.
Dat deed hij op het bekende altaarstuk het Isenheimer Altar
dat in de stad Colmar, vlakbij Straatsburg en niet ver van Basel, staat opgesteld. Waarom deed hij dat eigenlijk? Want logisch is
dat niet: Johannes de Doper was immers al gestorven, toen Jezus Christus gekruisigd werd. Nu hebben de beide Johannessen veel met elkaar te maken. Want de discipel Johannes,
de geliefde leerling, was het die Jezus Christus, samen met Maria Magdalena en moeder Maria, bijstond, toen hij stierf aan het kruis en hij, gaande door de dood, opsteeg tot in de geestelijke wereld: gedrieën stonden ze aan de voet van het kruis. Maar Johannes de Doper was het, die de Christus bijstond, toen hij neerdaalde op aarde en zich incarneerde in de mens Jezus.
De twee Johannessen, ze markeren het begin van de incarnatie van Christus op aarde en het einde daarvan. Johannes de Doper werd onthoofd op last van Herodes. Maar we weten dat hij na zijn dood vanuit de geestelijke wereld inwerkte op de andere Johannes en deze tot kanaal maakte voor zijn grote geestelijke krachten. Vanaf dat moment was het zo, dat waar de discipel Johannes was, ook Johannes de Doper in het verborgene aanwezig was en inwerkte
op de mensen. Daarom kon [*] Grünewald Johannes de Doper toch afbeelden onder het kruis, ook al was deze toen al gestorven: op een geestelijke manier, in en door de andere Johannes heen, was hij immers toch intens bij het sterven van Jezus Christus betrokken. Het is een van de vele voorbeelden van de manier waarop
geheime esoterische kennis vroeger werd doorgegeven:
niet alleen in de vorm van kerkelijke rituelen en feesten, maar
ook in de vorm van afbeeldingen op schilderijen.
Hij moet groeien, ik moet minder worden
Grünewald heeft naast de figuur van Johannes de Doper, die
samen met de andere Johannes aan de voet van het kruis staat, met vrij grote letters een Latijnse spreuk gezet: 'Ilium oportet crescere, me autem minui.' Het zijn de woorden die op het Johannesfeest centraal staan.
Maar wat betekenen die woorden eigenlijk?
De Latijnse spreuk betekent: 'Hij moet groeien, ik moet minder worden.' Het zijn de woorden die Johannes de Doper over Jezus Christus spreekt, wanneer een paar van zijn leerlingen hem
vragen naar Jezus Christus. Ze willen weten wie nu eigenlijk die raadselachtige rabbi is die Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt heeft. Johannes de Doper geeft zijn leerlingen een uitvoerig antwoord. Maar in dat antwoord kunnen we ook, als
het ware tussen de regels door; voor wie oren heeft om te horen, die korte zin horen: hij moet groeien, ik moet minder worden.
Het zijn woorden die ons werden overgeleverd, hoe kan het
anders, in het Evangelie van Johannes (3: 30). En pas wanneer
we een dieper inzicht krijgen in deze op het eerste gezicht zo raadselachtige woorden, begint de betekenis van het
Johannesfeest voor ons op te lichten.
Wie is eigenlijk degene die moet groeien? Dat is de Christus.
De Christus in de mens Jezus, maar in deze tijd ook de Christus
in ons. En wie moet er minder worden? Dat is ons ego dat wij moeten leren beteugelen.
Van ego naar hoger zelf
Zo gezien betekent de uitspraak van Johannes de Doper:
hij moet groeien, ik moet minder worden, allereerst dat wij
de strijd met ons ego moeten aangaan. Alleen zo zullen wij langzamerhand het meesterschap over ons ego leren
verwerven. Maar wat zit er achter deze opdracht die wij op
het Johannesfeest meekrijgen?
Terugkijkend zien we dat we met de krachten van ons ego
in de achter ons liggende eeuwen de aardse wereld hebben veroverd en ons die eigen hebben gemaakt. We hebben ons
leven na leven steeds meer vereenzelvigd met de materie. Daardoor zijn we in de huidige tijd bijna vergeten dat wij ten diepste geestelijke wezens zijn.
Bovendien begint ons ego, hoe meer wij dat tot ontplooiing brengen, allerlei negatieve aspecten te vertonen: een
toenemend egoïsme, een groeiende verharding, een
onbeteugelde agressie en een bot materialisme. Daarom is er
nu een nieuwe stap nodig, een stap die ons uittilt boven de negatieve kanten van ons ego, waaraan we in deze tijd ten
onder dreigen te gaan. Het is, als staan we op het punt van de zomerzonnewende: op het hoogtepunt van de ontplooiing
van ons ego, en moeten we nu de stap leren zetten van ons
ego naar ons hoger zelf.
En hoe meer deze nieuwe kracht in ons zal gaan ontluiken,
hoe meer ons ego onderdanig zal worden aan ons hoger zelf.
Ons hoger zelf moet groeien, maar de ongebreidelde kracht
van ons ego moet minder worden, ingetoomd.
Het Johannesfeest is daarmee bij uitstek een feest
voor deze tijd. Ja, het lijkt zelfs, alsof dit feest eerst in onze tijd
zijn ware, zijn meest diepe zin begint te ontvouwen.
Het geheim van een mensenleven
Maar het geheim van die bijzondere woorden van Johannes
is nog groter. Het markeert ook de grote overgang die we in
ons eigen leven terug kunnen vinden: het keerpunt in het
midden van het leven dat vaak wordt aangeduid als de
midlifecrisis. Maar wat houdt dit keerpunt nu eigenlijk in?
In de eerste helft van het leven moet de mensen zich inzetten
om thuis te raken op aarde. Zij moeten zich inspannen om
een eigen plek in het leven te vinden, ze moeten ontdekken
hoe ze zich het beste kunnen ontplooien en moeten keuzes
maken ten aanzien van beroep en werk. Ze moeten een eigen
huis zien te vinden, de kost leren verdienen voor hun gezin
en ga zo maar door. Dat zijn allemaal opgaven die de mensen
ertoe brengen om zich steeds sterker te verbinden met het
aardse leven. Het wordt dan ook wel de fase van de incarnatie:
het indalen in de wereld van de stoffelijkheid, genoemd.
Maar dan, als al deze opgaven vervuld zijn, komt rond het
midden van het leven het grote keerpunt. Nu komen er andere, nieuwe opgaven op de mensen af. Nu moeten zij de blik naar binnen zien te richten, in plaats van naar buiten. Nu moeten zij
van een nemend, een gevend mens zien te worden.
Dat betekent dat de mensen in deze fase van hun leven moeten beginnen aan het proces van excarnatie en zich stap voor stap
los moeten maken van de hechte binding aan de materie.
Tot nu toe moesten zij incarneren: zich leren verbinden met
het aardse leven, maar nu wordt er van de mens een ommekeer gevraagd en begint het losmakingsproces, het proces van vergeestelijking, ofwel de excarnatie.
Het Johannesfeest'het feest van het keerpunt en van het nieuwe begin, wijst op deze grote gebeurtenis in het mensenleven,
zodat wij niet vergeten wat onze opgave is.
Van een incarnerend naar een excarnerend leven.
We mogen dit ook nog in een groter verband zien.
We mogen namelijk zeggen dat de mensheid in zijn geheel
op dit moment is als de mens die door de midlifecrisis gaat
en die nu de omwending moet maken van een leven in het
teken van incarnatie naar een excarnerend leven.
Onze tijd is dus een tijd van crisis, van bezinning en van een groeiende bewustwording dat wij een ommekeer moeten
maken: Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij,
zei Johannes. Die ommekeer houdt dit in: allereerst moeten
wij ons bewust losmaken van een leven dat alleen maar in het teken staat van een steeds sterkere verbinding met de aarde
en de aardse krachten, alsof alles alleen maar draait om de economie. En tegelijkertijd mogen wij ons nu gaan richten
op de geestelijke wereld en op de waarden die ons vanuit
de geestelijke wereld voorgehouden worden.
Het Esoterisch Christendom vertelt dat het God de Vader is
die de mensen al zijn krachten meegaf voor dat proces van incarneren, het ontdekken en veroveren van de materie en
het aardse leven..
Maar het is God de Zoon, de Christus of de Zonnegeest,
die ons zijn krachten heeft gebracht om nu aan de
excarnatie te beginnen, de weg terug naar de geestelijke
wereld.
De overgang van het tijdperk van God de Vader naar het
tijdperk van God de Zoon staat dus aan de basis van de
grote ommekeer die wij ons op het Johannesfeest bewust
mogen worden.
De tweede Adam
Johannes heeft het grote geheim zelf mogen schouwen:
hij zag hoe de kosmische Christus, de allerhoogste Geest
van de liefde, zich bij de doop in de Jordaan verbond met
de mens Jezus van Nazareth. Ook mocht hij in de eerste
tijd na de doop schouwen, hoe Jezus Christus in een
onzichtbare worsteling steeds meer van het wezen van
de Geest in zichzelf opnam. Johannes wist en zag wat
anderen niet zagen: de grote worsteling van Jezus Christus
om zich als eerste der mensen meer en meer om te vormen
tot het kanaal voor de geest van de ware liefde. En Johannes,
hij die in een vroeger leven de eerste mens Adam was, hij zag
hoe dankzij deze worsteling van Jezus Christus de nieuwe Adam geboren werd, de mens die dankzij de innerlijke Christus uitsteeg boven het ego en boven de negatieve krachten van het ego. Johannes, hij wist dat het de opdracht van alle mensen zou
worden om nu ook in zichzelf de Christus op te nemen, zodat daardoor een keerpunt in de geschiedenis van de mensheid mogelijk zou worden. Het Johannesfeest behoedt ook dit
geheim dat in wezen onuitsprekelijk groot is!
Een krans van gras en een schaal met bessen
Het Johannesfeest is dus het feest van een nieuw begin.
Een oud gezegde luidt: Met Sint Jan draait het blad zich om.
Op Vrije scholen dragen de kinderen op het Johannesfeest
een krans van gras met daarin bloemen gestoken.
Op deze dag wordt er voor kinderen ook wel een schaal
bessen met honing klaar gezet: het Johannesvoedsel. [3]
Johannes de Doper voedde zich in de woestijn immers
met vruchten en wilde honing.
Samen rond het vuur zitten hoort ook bij de traditie van het Johannesfeest, net als volksdansen. En wie kent niet het lied, eigenlijk is het een sacrale dans, 'Heb je wel gehoord van de
zeven de zeven, heb je wel gehoord van de zevensprong?'
In andere activiteiten kun je je daarnaast verbinden met de
vier elementen water, aarde, lucht en vuur.[4]
Zo leren wij in deze tijd een oud feest in oude g***s
te herstellen en mag het Johannesfeest ons elk jaar weer
bepalen bij het grote geschenk van het nieuwe begin
dat ons in deze tijd wordt toevertrouwd.
Hans Stolp
[1] Zie voor een verdere toelichting:
Emil Bock 'De Jaarfeesten als kringloop door het jaar'
Uitg. Christofoor, 5e druk, 2007
[2] Lucas 7: 28
[3] Zie Brigitte Barz: 'Jaarfeesten vieren met de kinderen'
Uitg. Christofoor, 4e druk 2011, blz. 65, 66
[4] Zie Juul van der Stok: "Schipper mag ik overvaren,
De jaarfeesten in de stroom van de seizoenen,
Uitg. Nearchus, 2e druk 2011
[*] https://willemdevink.nl/matthias-grunewald-de-kruisiging/