14/05/2026
Hemelvaartsdag, de terugkeer naar wat altijd al was
Er bestaat een waarheid die veel dieper gaat dan een lichaam dat opstijgt naar de hemel.
Hemelvaart wijst naar de bevrijding van bewustzijn uit de droom van afgescheidenheid, uit de eindeloze kringloop van angst, verlangen, strijd en lijden waarin de mensheid al eeuwen ronddraait.
In Handelingen 1:1-11 wordt beschreven hoe Jezus na de opstanding langzaam aan het zicht van zijn leerlingen verdwijnt. Aan de buitenkant lijkt het alsof hij vertrekt, terwijl er innerlijk iets veel diepers gebeurt. De Christus verdwijnt uit de zichtbare vorm zodat Hij als levende Geest in de mens zelf herkend kan worden.
De leerlingen blijven omhoog kijken alsof waarheid opnieuw buiten hen verdwenen is. Dan verschijnen twee mannen in witte kleding die hen wakker schudden uit die oude beweging van zoeken buiten zichzelf. Waarom blijven jullie naar de hemel staren?
Daar ligt de hele sleutel verborgen.
Zolang de mens waarheid buiten zichzelf zoekt, blijft hij afhankelijk van vorm, van personen, van systemen en van uiterlijke bevestiging. Jezus wordt aan het oog onttrokken zodat de mens uiteindelijk ontdekt dat het Koninkrijk waar hij naar zocht al die tijd vanbinnen aanwezig was.
Wat eerst buiten hen liep, sprak, liefhad en waarheid belichaamde, moest nu in hen tot leven komen.
De uiterlijke meester verdwijnt zodat innerlijk bewustzijn geboren kan worden.
Daarom volgt kort daarna ook de komst van de Heilige Geest als de levende adem van God die niet langer tegenover de mens staat, maar in hem begint te spreken, te bewegen en te herinneren.
Hemelvaart is daarom geen afscheid van Christus. Het is de overgang van uiterlijke afhankelijkheid naar innerlijke herkenning.
De Vader is de oneindige stille Bron waaruit alles voortkomt. De eeuwige aanwezigheid waarin geen verdeeldheid bestaat. Alleen levende heelheid. Het Ene Bewustzijn wat in Alles is.
De Zoon is het Ene levende bewustzijn dat zichtbaar wordt in de mens. De Christus die ons herinnert wie wij werkelijk zijn, voorbij naam, lichaam en geschiedenis. De goddelijke natuur die zacht glanst onder alle lagen van angst, conditionering en identificatie.
De Heilige Geest is de levende adem van liefde die de mens terugroept uit de droom. De stille innerlijke stem die fluistert dat afscheiding nooit werkelijk bestaan heeft. Het is de zachte vuurkracht die het hart opent en de harde structuur van het ego langzaam laat smelten.
Jezus heeft dit alles voorgelopen.
Daarom raakt zijn verhaal mensen na duizenden jaren nog steeds zo diep. Hij kwam niet om ons van buitenaf te redden. Hij liet zien hoe bevrijding werkelijk plaatsvindt. Hij toonde wat er gebeurt wanneer iemand leeft vanuit de goddelijke natuur in plaats van de dierlijke natuur waarin wij gevangen zijn geraakt.
Vrijwel de hele menselijke wereld draait om die dierlijke beweging: overleven, bezitten, aanvallen, verdedigen, domineren, vrezen, haten, controleren en vergelijken. De mens leeft voortdurend alsof hij afgesneden is van het geheel. Vanuit die innerlijke benauwdheid ontstaat een permanente onrust die zichzelf telkens opnieuw voortzet via conflict, schuld, verlangen en strijd.
Daarom bouwen mensen systemen, oorlogen, identiteiten en relaties vanuit dezelfde diepe onrust. Iedereen probeert zichzelf overeind te houden in een eindeloze lus van gemis en verlangen.
Zo blijft de wereld zichzelf herhalen.
De ene oorlog dooft terwijl de volgende alweer oplaait. Het ene verhaal sterft terwijl het volgende alweer begint. Dezelfde angst draagt telkens een ander gezicht.
Jezus doorbrak die beweging volledig.
Terwijl hij werd aangevallen bleef hij aanwezig in liefde. Terwijl mensen hem vernederden bleef hij verbonden met de Vader en terwijl de wereld reageerde vanuit angst, macht en geweld, leefde hij vanuit een bewustzijn dat nergens meer door geraakt kon worden. Juist daarom werd hij zo bedreigend voor een wereld die gebouwd is op ego en macht.
De kruisiging laat zien wat er gebeurt wanneer waarheid verschijnt in een wereld die leeft vanuit identificatie. Het ego probeert waarheid altijd te vernietigen, omdat waarheid het einde betekent van de illusie waarop het zichzelf heeft gebouwd. De opstanding laat zien dat bewustzijn zelf nooit vernietigd kan worden. Alleen de vorm sterft. Alleen het verhaal sterft.
Iedere nacht krijgen we al een zachte weerspiegeling want zodra de slaap diep genoeg wordt, vallen naam, bezit, verleden en identiteit volledig weg. Alleen pure aanwezigheid blijft over. Iedere ochtend trekken we opnieuw hetzelfde verhaal aan en begint dezelfde droom opnieuw.
Ook wedergeboorte ontstaat uit die herhaling. Als het lichaam sterft en het onware zelf leeft nog, dan wordt er opnieuw een lichaam gereedgemaakt met eenzelfde verhaal.
Dat is de helse lus.
Zolang bewustzijn zichzelf ervaart als een afgescheiden persoon, blijft de innerlijke beweging bestaan die opnieuw vorm zoekt. Een nieuw lichaam. Een nieuw verhaal. Nieuwe verlangens. Nieuwe strijd. De vorm verandert, terwijl dezelfde droom zichzelf blijft voortzetten.
Daarom spraken oude wijzen met zoveel vuur over innerlijk sterven tijdens dit leven. De mens mag sterven aan de dierlijke natuur van angst, strijd en afgescheidenheid, zodat de goddelijke natuur weer zichtbaar wordt. Dat is de werkelijke wedergeboorte. Dat is ontwaken uit de droom.
Hemelvaart voltooit die hele beweging.
Bewustzijn keert volledig terug naar de Bron waaruit het altijd al voortkwam. De drang om iemand te moeten zijn valt weg. Het voortdurende vasthouden aan naam, geschiedenis, bezit en identiteit lost op. De angst die het leven jarenlang heeft gestuurd, verliest zijn greep. Er blijft een diepe rust over waarin de mens zichzelf weer herkent als deel van het levende geheel, zoals een golf terugvalt in de oceaan waaruit zij nooit werkelijk los was.
Dan wordt zichtbaar dat liefde onze werkelijke natuur is en dat we nooit werkelijk afgescheiden zijn geweest van God.
En zo gaat het door, net zolang tot we weer volledig zijn opgegaan in de Ene.
Geen golf meer die zich afscheidt van de oceaan. Alleen het oneindige, stralende, liefdevolle geheel dat we altijd al waren.
In dat rusten merken we dat we nooit weggeweest zijn.
Geschreven door: Rani Savitri