Leijpark013

Leijpark013 't Leijpark; een begrip in Tilburg. Een groene long waar de stad trots op mag zijn, divers en uniek

We gaan weer op reis, dit keer naar Amerika en wel naar de staat North Carolina. Daar leeft een volk genaamd Cherokee. E...
28/09/2026

We gaan weer op reis, dit keer naar Amerika en wel naar de staat North Carolina. Daar leeft een volk genaamd Cherokee. Er zijn allerlei verklaringen van het woord Cherokee, maar in hun eigen taal betekent het ‘de echte mensen’. Ieder volk gaat in principe uit van zichzelf en alles daaromheen wordt vanuit dat oogpunt beschouwd.
De Cherokee leefden grotendeels van de jacht. Ik zeg ‘leefden’ niet omdat ze verdwenen zijn, maar een groot aantal is onder erba**elijke omstandigheden van haar geboortegrond verdreven en door uitputting en ziekte gestorven.
Toen alles nog pais en vree was, leefden zij van de jacht op groot wild, maar ook op watervogels. Zoals we dat in de stripboeken zien bij ‘indianenstammen’ jaagden zij op vogels vooral met pijl en boog. Een vogel in de lucht is een zeer moeilijk te raken doel, een vogel drijvend op het water is veel makkelijker te raken en letterlijk wat de Amerikanen noemen ‘a sitting duck’, een makkelijk te raken doelwit. Een eend op het water kan minder snel reageren dan in de lucht en moet eerst nog op de vleugels gaan voor ze kan ontkomen. Om te voorkomen dat de eenden ontsnapten moest het eerste schot raak zijn. Daarom werden de pijlen destijds gemaakt van het hardste hout dat in de omgeving groeide; het hout van de Amerikaanse kornoelje. En het is deze struik (of kleine meerstammige boom) die we tegenkwamen in het Leijpark. Uiteraard geplant als parkboom; niet zozeer om het keiharde hout, maar om zijn schitterende herfstbladeren in scharlaken rood en violet. Maar weinig andere bomen hebben bladeren die in het najaar de kleur paars benaderen. De Amerikaanse kornoelje doet dit met verve. Maar het zijn vooral de bloemen die opvallen. Ze lijken op enorme witte bloemen, maar schijn bedriegt. De witte ‘bloembladeren’ die met zijn vieren bij elkaar ontelbare insecten naar zich toe lokken, zijn in feite echte bladeren, met een witte tint. Van verre zijn zij reeds te zien en veel insecten kunnen op die brede platte bladeren makkelijk landen. In het midden van de bloem echter staat een bundeltjes groene bloemetjes; deze zijn de echte bloemen vol honing en nectar voor bijen en vlinders. Vooral in de maanden april en mei kan men de grote witte ‘bloemen’ van Amerikaanse kornoelje aantreffen in het Leijpark.
Nu is de Amerikaanse kornoelje voor de Cherokee een heilige boom. Rondom de boom leefde volgende de overlevering namelijk een volkje dat ze ‘De Kleine mensen’ noemden. Dit volkje is in grote mate vergelijkbaar met ons idee van elfjes. Het volkje leerde de mensen leven in harmonie met de natuur en met elkaar. Ze waren zowel zwart als wit en soms zelfs van goud. De Cherokee vonden zichzelf ook gouden mensen; de echte mensen zijn namelijk door de hemelgeesten zelf gemaakt.
Veel later hebben de Christenen een deel van de folklore overgenomen en tot op de dag van vandaag menen sommige Amerikaanse christenen dat Jezus gekruisigd is aan een kruis gemaakt van het hout van Amerikaanse kornoelje. Hoe desbetreffende boom destijds in Israel is gekomen vertelt de overlevering niet. Een geloof steelt vaak elementen van heidense culturen, om de heidenen zover te krijgen zich te bekeren. De logica wordt daarbij meer dan eens volledig uit het oog verloren.
In het Engels heet de boom flowering dogwood (bloeiend hondenhout). Oorspronkelijk was dit flowering daggerwood (bloeiend dolkenhout) daar het hard hout ideaal was om handgrepen voor dolken van te maken, naast genoemde pijlen (en speren). Maar taal is een raar gegeven en mensen die de oorsprong van iets niet kennen geven er hun eigen betekenis aan. Later werd de bast van de boom (die dogwood heette) aangewend om schurft bij honden te behandelen. En: het werkte, waardoor de oorspronkelijke betekenis van ‘dogwood’ op de achtergrond raakte.
In het Leijpark geeft de struik in het najaar rode bessen die gegeten worden door onze merels, spreeuwen en zanglijsters. Maar ook de groepen koperwieken die in het najaar naar het Leijpark komen, varen er wel bij.
Een struik met een geschiedenis, een rijke folklore en een bron van hout en voedsel. Een boom met een verhaal, dat we door vertellen aan onze eigen ‘Kleine volkje’: onze kinderen. Het is te hopen dat, wanneer ons kroost indiaantje speelt, de eenden op de vijvers veilig zijn. Wellicht is het beter hen niet te vertellen waar de Amerikaanse kornoelje precies te vinden is.

26 september 2026
26/09/2026

26 september 2026

Als zoon van een jeugdarts (in de volksmond ben ik een dokterszoontje) ontkom ik er niet aan om ook hier de link met het...
24/09/2026

Als zoon van een jeugdarts (in de volksmond ben ik een dokterszoontje) ontkom ik er niet aan om ook hier de link met het Leijpark voor het voetlicht te brengen. Hiervoor moet ik wel een tijdje terug in de geschiedenis. We gaan samen naar de dokter en meer bepaald: de dorpsdokter. In de 19e eeuw had ieder zichzelf respecterend dorp een dokter die zich ontpopte als duizendpoot en alles zelf deed. Van bevallingen tot operaties letterlijk op de keukentafel, van tanden trekken tot p*s kijken, elk moment van de dag en nacht oproepbaar en vaak ook in de omliggende dorpen. De a**ere dokters deden alles te voet, de rijkere dokters hadden een paard of zelfs meerdere paarden. En wat ze vooral hadden, samen met mijnheer pastoor, was aanzien. Waar de pastoor voor geestelijk welzijn zorgde, was het de taak van de dorpsdokter om het lichaam intact te houden dan wel te genezen. Dat gaf hem aanzien en vroeger werd status breed uitgemeten in de vorm van een groot huis en een bijbehorende tuin. Vaak had een dorpsdokter ook een eigen apotheekje aan huis en de kruiden hierin kwamen uit zijn hof en vaak was dit een appelhof. Een soort privé boomgaard met daartussen veel gras zodat er de paarden konden grazen. De appels werden in de apotheek verkocht, ze zijn immers gezonde vruchten, maar ook door het gezin van de dokter zelf aangewend om allerlei etenswaren van te maken: moes, compote, appelkoeken en appelwijn, wat een typ*sch product was van de boeren die in die tijd geen druivenranken hadden.
Waarom vertel ik dit alles? Ik begin hierover omdat in het Leijpark een oorspronkelijke ‘bewoner’ van oude appelhoven is opgedoken: de Kersappel. Nu is dit geen inheemse soort, ze kwam in de 18e eeuw vanuit China deze kant op. Traditioneel werd zij al gauw in appelhoven van de notabelen geplant. De vruchten zijn wel degelijk appels, maar niet groter dan een forse kers. De vruchten zijn veel te zuur om zo uit het handje te eten, maar dienden in de boomgaardjes van de dorpsdokters een heel ander doel. De appels van de Kersappel zijn de voorlopers van de kerstbal.
Vroeger was het gewoon om de kerstboom te versieren met appels, noten en ook lekkernijen als koek. De met appels versierde dennenboom (veel later werd dit een spar) stond symbool voor de Boom van Goed en Kwaad uit het Aards Paradijs. De vruchten van de Kersappel bleven lang hangen in de appelhoven van de dorpsdokter en in een wereld die stijf stond van de kou en de kaalheid der andere bomen, was een boomgaard vol prachtige rode en roodgele appeltjes een lust voor het oog.
Nu was de dorpsdokter een medische en vooral ook sociale duizendpoot, die van elke nood een deugd probeerde te maken. Daartoe had de dorpsdokter een universeel ‘wondermiddel’ dat hij aanwendde ter verdoving (narcose bestond nog niet, net zo min als moderne medicatie), pijnbestrijding, oppepper en ontsmetting: brandewijn. En Kersappel is ideaal om te trekken op brandewijn. De zure smaak gaat eraf en de goede stoffen in de vruchten als vitamine C, B en A als wel als kalium kwamen in de brandewijn terecht en versterkten het gestel bij inname. Een flacon vol brandewijn was onmisbaar in de uitrusting van de dorpsdokter.
In het Leijpark heeft de Kersappel een belangrijke functie in het najaar. De vruchten vallen af en gaan rotten. Twee vlinders vinden dat heel interessant: de atalanta en de dagpauwoog. De dagpauwoog overwintert in ons land, op vorstvrije plekjes uit de wind. Om de winter door te komen moet zij suikers opslaan in haar lijf en rottende vruchten van de Kersappel bieden deze suikers in overvloed. Dezelfde suikers worden opgenomen door de atalanta. Niet om te overwinteren, maar om te vliegen juist. De atalanta is een zogeheten trekvlinder en zij gaat in het najaar op weg naar wa**ere oorden, wat niet lukt zonder de nodige brandstof. De Kersappel biedt uitkomst.
Eigenlijk is niet de dorpsdokter, maar de Kersappel de ware geneesheer. Zij voedt en geneest mens en dier, biedt luister in schrale koude tijden en vertelt verhalen van lang vervolgen tijden. Een dokter is niet meer dan een doorgeefluik en al die status die hij daaraan onttrekt, siert hem niet. De ware eer zou mogen gaan naar een piepklein appeltje dat de titel ‘appeltje voor de dorst’ met g***s gehaald en overschreden heeft.

22 september 2026
22/09/2026

22 september 2026

Er is een heerlijke wereld in het Leijpark die we aanduiden met de term struikgewas. Daar staan de struiken, daar hangen...
20/09/2026

Er is een heerlijke wereld in het Leijpark die we aanduiden met de term struikgewas. Daar staan de struiken, daar hangen de laagste takken van grote loofbomen en daar groeien de grassen naartoe. Tussen al dat frisse, maar ook deels oude groen dartelen allerlei dieren. De bloemen beneden trekken hen met alle zoete nectar en stevig stuifmeel, de bladeren van de bomen bieden dan weer voedsel aan hun kinderen en de struiken ertussen, zoals bramen, zijn fijne rustplaatsen. Hier kunnen we de wonderlijkste wezens ontmoeten en aldus geschiedde: We kwamen er de Koraalbladroller tegen. Dit insect is een vlinder. Sommige mensen denken nu: “Dat is toch een motje?” en dat is ook waar. Een ander woord voor nachtvlinder is mot. Daarom is elke mot een vlinder, maar niet elke vlinder een mot, daar niet elke vlinder een nachtvlinder is. De Koraalbladroller maakt de zaken moeilijk, zij is namelijk een zogeheten dagactieve nachtvlinder. Oorspronkelijk waren dit nachtvlinders maar doordat vegetatie veranderde in de loop der miljoenen jaren gingen zij overdag vliegen om te snoepen van de vele bloemen die overdag gingen bloeien in plaats van in de nacht. De dagactieve nachtvlinder heeft, net als elke nachtvlinder geen bolletje of knopje op de voelsprieten. Alle dagvlinders hebben dit wel.
De Koraalbladroller is genoemd naar de kleur op de vleugels die doet denken aan de structuur van koraal. Een wat oudere vlinder vertoont loodkleurige dwarsbanden op de vleugels, zoals op de foto te zien is.
Het achtervoegsel ‘bladroller’ slaat enkel op de rupsen. Zij leven op de bladeren van een groot aantal loofbomen (essen, eiken, populieren) en struiken (meidoorn en lijsterbes) ook appel- en perenbomen zijn vaak het haasje. De rupsen houden er namelijk merkwaardig gedrag op na. Zij vreten aan de bladeren, maar niet zomaar. Allereerst vreten ze het bladgroen weg. Het blad blijft intact, maar we zien enkel nog het skelet van het blad, bestaande uit nerven. Dit eetgedrag noemen we dan ook skeletteren. Na een tijdje gaan de rupsen bladeren omrollen tot het kokertjes worden en vanuit die hulsjes gaan zij verder met eten, maar nu vreten ze de bladeren in hun geheel op. Hun kokertjes houden ze bij elkaar met zelfgemaakt spinsel. In het kokertje zijn ze, als ze zich terugtrekken, onzichtbaar voor roofdieren en veilig tegen de invloeden van wind en regen. Dat heel snel terugtrekken in hun hulsje doen ze door bliksemsnel achteruit te lopen. Rupsen van grote vlinders kunnen niet achteruit lopen, maar de rups van de Koraalbladroller kan zelfs achteruit rennen. Ze rent dan wel in haar eigen gemaakt rolletje, maar zaak is dat ze uit beeld verdwijnt en dat lukt!
De paring of beter: de voorbereiding begint bij het vrouwtje. Zij begint seksgeuren te verspreiden die opgepikt worden door de antennes van de mannetjes. Een mannetje komen aanvliegen en begint druk met de vleugels te wapperen. Enerzijds om de geur van het vrouwtjes beter te kunnen vangen, met gespreide vleugels die werken als een vangnet. Anderzijds heeft het mannetje ook een geur en die wappert hij op zijn beurt richting de dame met de boodschap: “Ik ruik lekker, neem mij!” Het mannetje dat als eerste ter plaatse is en het dichtst bij het vrouwtje weet te komen, is vaak de ware Jacob. Het vrouwtje legt vervolgens groepjes eieren op de bladeren van gestelde loofbomen en struiken en het zijn de eitjes die de winter overleven. In de lente komen de rupsen uit hun eieren en dan begint de hele cirkel opnieuw.
Er zijn in het Leijpark vele soorten vlinders waarvan sommige soorten niet direct als vlinder te herkennen zijn. De Koraalbladroller is een dergelijke goochemerd die toch een manier gevonden heeft om, net als vele andere soorten, met succes te ruisen in het struikgewas.

18 september 2026
18/09/2026

18 september 2026

Het Leijpark is een plek waar iedereen vrij in kan, zoals dat een park betaamt. Dit houdt tevens in dat een ieder van al...
16/09/2026

Het Leijpark is een plek waar iedereen vrij in kan, zoals dat een park betaamt. Dit houdt tevens in dat een ieder van alles in het Leijpark kan planten, of het er nu thuishoort of niet. Meestal komen we planten tegen die door de gemeente of door de natuur (de wind, het water of verspreiding door dieren) in het Leijpark terecht zijn gekomen, maar zo nu en dan zien we een plantje waarvan we vrijwel meteen doorhebben: dat heeft eerst thuis op de salontafel gestaan. Om uiteenlopende redenen kan men besluiten om desbetreffende plant aan de bodem van het Leijpark toe te vertrouwen. Zulks is hier gebeurd; we troffen een vetplant aan met de fraaie naam Kalanchoe. De naam stamt uit het Chinees (kalan chau) en betekent ‘dat wat valt en groeit’. Zodra er een deel van de plant afvalt en op de bodem terecht komt, dan wortelt het onderdeel daar en vormt al gauw een nieuwe plant. Een fraaie manier om tot voortplanting te komen. De plant is ook nog eens een zelfbestuiver; het stuifmeel van de Kalanchoe kan de eigen stamper bevruchten en zo tot zaadvorming komen. Daarnaast (want het kan niet op) kan de plant ook nog eens zaden produceren doordat de bloemen door hommels, bijen en zweefvliegen bezocht worden. In haar land van herkomst is er aan deze Kalanchoe geen gebrek. Ik zeg niet voor niks ‘deze’ Kalanchoe, want de naam is niet zozeer van de plant, als wel van een plantenfamilie en ondanks de Chinese naam van de Kalanchoe, komt de soort die we aantroffen in het Leijpark uit Madagaskar. Deze voormalig Franse kolonie heeft enerzijds een unieke natuur en anderzijds een hopeloos a**e bevolking, daar de populatie inwoners harder groeit dan de economie. Nu is het een land dat hoort bij Afrika, maar de eerste bewoners kwamen uit Azie, voornamelijk uit Indonesië en Maleisië. Later kwamen daar mensen uit Oost-Afrika bij. De grootste stam op het eiland, dat ruim veertien keer groter is dan ons land, de Merina, heeft duidelijke Aziatische lichamelijke kenmerken. De naam Merina betekent ‘zij die in de hooglanden wonen’ en is op haar beurt vernoemd naar Imerina, de centraal gelegen hoogvlakte op Madagaskar. Vanuit daar kan men ver kijken, zo ook naar het noorden van Madagaskar en het is daar dat we de voorvaders aantreffen van ‘onze’ Kalanchoe. Nota bene: Madagaskar is pas bewoond sinds de 15e eeuw, daarvoor had de natuur vrij spel. Toen de mensen kwamen, de nu oorspronkelijke bewoners en later allerlei ontdekkingsreizigers en plantkundigen, toen is er van alles van uit daar mee deze kant op genomen, waaronder een groot aantal planten. Onder hen was de Kalanchoe. Wij Westerlingen hebben nu eenmaal de neiging om ons dingen toe te eigenen en de snelste manieren om dit te doen is de handel gewoon meenemen, waarschijnlijk zonder dit eerst netjes te vragen.
Het leuke van een dergelijke vetplant in het Leijpark, als de plant het tenminste redt, is het feit dat zij een verhaal meebrengt. Een verhaal over een enorm Afrikaans eiland met een roerige geschiedenis en heden. Een eiland ook met een bijzonder natuur, waarvan de Kalanchoe een voorbeeld is. Een plant van trop*sche berghellingen, waar droogte een serieus probleem kan zijn. Ruim zeventig procent van de huishoudens in Madagaskar houdt vee. Op zich geen probleem, maar bij aanhoudende droogte worden water en gras schaars en noodgedwongen gaan de koeien dan knabbelen aan andere planten, waaronder Kalanchoe. Een dodelijk fout: de plant is zwaar giftig en kan de veestapel ter plaatse in een oogwenk decimeren! Dit verschijnsel heet kalanchoosis en vindt vooral plaats als de plant in bloei staat; de bloemen zijn veel giftiger dan het blad.
Wij hebben van dit alles geen weet, hier in Tilburg, maar door de aanwezigheid van een Kalanchoe in het Leijpark worden we een stukje wereldwijzer.

14 september 2026
14/09/2026

14 september 2026

Bij een kever die we aantroffen in het Leijpark kunnen we een verschijnsel zien dat ons allen treft: veroudering. Wat we...
12/09/2026

Bij een kever die we aantroffen in het Leijpark kunnen we een verschijnsel zien dat ons allen treft: veroudering.
Wat we zien is een Groene struiksnuitkever. Een prachtige kever met een metaalgroene g***s. Die g***s ontstaat doordat er licht valt op den ontelbare kleine schubben op de huid van de kever. Al die schubben hebben weer microscop*sch kleine putjes en als het licht daarin valt, kaatst het onder verschillende hoeken weg, waardoor een regenboogeffect ontstaat. Hierdoor g***st de kever, in dit geval groen en valt derhalve weg in de beschutting van de omliggende bladeren als de zon erop valt. De kever is zonder al die glanzende schubben zwart.
Wat we ook zien zijn twee zwarte banden, achter de kop en achter de borst. Bovendien zien we op de rug van de kever allerlei zwarte puntjes. Het tevoorschijn komen van deze zwarte banden en puntjes is puur slijtage. De wind, de regen, paring en pure ouderdom trekken een wissel op de prachtige g***s en op een gegeven moment laten de schubben los. Het gevolg is dat de overlevingstechniek van ‘opgaan in de omgeving’ onder druk komt te staan. Immers, door de zwarte banden en punten is de Groene struiksnuitkever ineens op die plekken zichtbaar. Op de ene of de andere manier is de kever zich hier gelukkig van bewust. We zien bij oudere kevers dat zij overgaan op andere technieken om aan belagers te ontkomen. Ze gaan over op de toestand die we ‘schijndood’ noemen. Bij gevaar laten zij zich onmiddellijk vallen, waar ze hun poten intrekken. Door de samenstelling van de parkbodem, waar allerlei lijnen van mossen, bladeren en takjes door elkaar heen lopen, is de beschadigde kever geen glimmende groene vlek op de parkbodem, maar onderdeel van de rest en nagenoeg onzichtbaar. Voorafgaand aan het zich laten vallen kan de Groene struiksnuitkever zelfs bewust wat schubben loslaten om beneden onzichtbaar te worden. In geval van uiterste nood gaat zij op de vleugels. Ze kan uitstekend vliegen, maar zal hiervan pas gebruik maken als ze toch (te) zichtbaar is.
We troffen de kever aan op het bloemrozet van rode kornoelje, een inheemse struik die een meter of 3, 4 hoog kan worden. Ze is echter niet geïnteresseerd in de nectar of het stuifmeel van de bloemen. Zij eet de bloemen zelf. Ook bloemknoppen, bladeren en bladknoppen staan op haar menu. Vaak zien we meerdere kevers bij elkaar. Aan hun snuitje, waaraan zij hun naam danken, zitten kleine kaken waa**ee ze aan de randen van hun voedsel knagen. Ze zijn volstrekt veganistisch en zo ook hun larven. De larven zijn helemaal onzichtbaar of beter: zij worden aan het oog onttrokken omdat zij een ondergronds bestaan leiden. Daar knabbelen ze aan de wortels van de loofbomen en struiken waarvan zij straks ook als volwassen kevers zullen snoepen. Naast kornoelje staan vooral eiken, beuken, hazelaars, populieren en meidoorns op het menu.
We kunnen de Groene struiksnuitkever tegenkomen in het park in de vroege lente/zomer, in de maanden mei tot juli. Op dit moment zijn alle volwassen kevers allang hemelen, maar dit geldt uiteraard niet voor hun larven. Die zitten veilig diep in de grond verstopt, in het gedeelte dat normaliter vorstvrij blijft. Mocht er strenge vorst komen, dan graven ze voortijdig een stukje dieper. Daar gaan ze in sluimerstand, volledig volgevreten en wachten en wachten. Tot het lente wordt. Zodra de temperatuur stijgt tot lentegraden, verpoppen ze onder de grond tot kevers en kruipen tevoorschijn. Klaar om ontluikende knoppen en bloemen aan te vallen.
De ‘oude’ kever die wij aantroffen wordt hooguit een jaar oud. We zagen haar op de tweede bloei van de rode kornoelje, de najaarsbloei en daar loopt zij al aardig op haar laatste zes benen, wat goed te zien is aan haar slijtage.
De tijd heeft op ons allen vat en naarmate wij zelf ouder worden, passen we ons gedrag ook aan. Ook wij proberen wat minder vaak op te vallen, omdat ons kostje wel gekocht is. Tot die tijd doen we hetzelfde wat de Groene struiksnuitkever doet: onze buikjes rond eten maar vooral schitteren. Thuis, op het werk en: in het Leijpark.

10 september 2026
10/09/2026

10 september 2026

Adres

Professor Van Buchemlaan 2
Tilburg
5022KB

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Leijpark013 nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen