28/09/2026
We gaan weer op reis, dit keer naar Amerika en wel naar de staat North Carolina. Daar leeft een volk genaamd Cherokee. Er zijn allerlei verklaringen van het woord Cherokee, maar in hun eigen taal betekent het ‘de echte mensen’. Ieder volk gaat in principe uit van zichzelf en alles daaromheen wordt vanuit dat oogpunt beschouwd.
De Cherokee leefden grotendeels van de jacht. Ik zeg ‘leefden’ niet omdat ze verdwenen zijn, maar een groot aantal is onder erba**elijke omstandigheden van haar geboortegrond verdreven en door uitputting en ziekte gestorven.
Toen alles nog pais en vree was, leefden zij van de jacht op groot wild, maar ook op watervogels. Zoals we dat in de stripboeken zien bij ‘indianenstammen’ jaagden zij op vogels vooral met pijl en boog. Een vogel in de lucht is een zeer moeilijk te raken doel, een vogel drijvend op het water is veel makkelijker te raken en letterlijk wat de Amerikanen noemen ‘a sitting duck’, een makkelijk te raken doelwit. Een eend op het water kan minder snel reageren dan in de lucht en moet eerst nog op de vleugels gaan voor ze kan ontkomen. Om te voorkomen dat de eenden ontsnapten moest het eerste schot raak zijn. Daarom werden de pijlen destijds gemaakt van het hardste hout dat in de omgeving groeide; het hout van de Amerikaanse kornoelje. En het is deze struik (of kleine meerstammige boom) die we tegenkwamen in het Leijpark. Uiteraard geplant als parkboom; niet zozeer om het keiharde hout, maar om zijn schitterende herfstbladeren in scharlaken rood en violet. Maar weinig andere bomen hebben bladeren die in het najaar de kleur paars benaderen. De Amerikaanse kornoelje doet dit met verve. Maar het zijn vooral de bloemen die opvallen. Ze lijken op enorme witte bloemen, maar schijn bedriegt. De witte ‘bloembladeren’ die met zijn vieren bij elkaar ontelbare insecten naar zich toe lokken, zijn in feite echte bladeren, met een witte tint. Van verre zijn zij reeds te zien en veel insecten kunnen op die brede platte bladeren makkelijk landen. In het midden van de bloem echter staat een bundeltjes groene bloemetjes; deze zijn de echte bloemen vol honing en nectar voor bijen en vlinders. Vooral in de maanden april en mei kan men de grote witte ‘bloemen’ van Amerikaanse kornoelje aantreffen in het Leijpark.
Nu is de Amerikaanse kornoelje voor de Cherokee een heilige boom. Rondom de boom leefde volgende de overlevering namelijk een volkje dat ze ‘De Kleine mensen’ noemden. Dit volkje is in grote mate vergelijkbaar met ons idee van elfjes. Het volkje leerde de mensen leven in harmonie met de natuur en met elkaar. Ze waren zowel zwart als wit en soms zelfs van goud. De Cherokee vonden zichzelf ook gouden mensen; de echte mensen zijn namelijk door de hemelgeesten zelf gemaakt.
Veel later hebben de Christenen een deel van de folklore overgenomen en tot op de dag van vandaag menen sommige Amerikaanse christenen dat Jezus gekruisigd is aan een kruis gemaakt van het hout van Amerikaanse kornoelje. Hoe desbetreffende boom destijds in Israel is gekomen vertelt de overlevering niet. Een geloof steelt vaak elementen van heidense culturen, om de heidenen zover te krijgen zich te bekeren. De logica wordt daarbij meer dan eens volledig uit het oog verloren.
In het Engels heet de boom flowering dogwood (bloeiend hondenhout). Oorspronkelijk was dit flowering daggerwood (bloeiend dolkenhout) daar het hard hout ideaal was om handgrepen voor dolken van te maken, naast genoemde pijlen (en speren). Maar taal is een raar gegeven en mensen die de oorsprong van iets niet kennen geven er hun eigen betekenis aan. Later werd de bast van de boom (die dogwood heette) aangewend om schurft bij honden te behandelen. En: het werkte, waardoor de oorspronkelijke betekenis van ‘dogwood’ op de achtergrond raakte.
In het Leijpark geeft de struik in het najaar rode bessen die gegeten worden door onze merels, spreeuwen en zanglijsters. Maar ook de groepen koperwieken die in het najaar naar het Leijpark komen, varen er wel bij.
Een struik met een geschiedenis, een rijke folklore en een bron van hout en voedsel. Een boom met een verhaal, dat we door vertellen aan onze eigen ‘Kleine volkje’: onze kinderen. Het is te hopen dat, wanneer ons kroost indiaantje speelt, de eenden op de vijvers veilig zijn. Wellicht is het beter hen niet te vertellen waar de Amerikaanse kornoelje precies te vinden is.